“De grootste Amerikaanse gangster is niet Al Capone”, zei ik in de 5de moderne tegen de piepjonge en onervaren leraar Engels, “maar Al Gebra.”

Scarface

Met dank aan Kleine Zondagsvriend, het stripweekblad van De Vlijt, waar ik het grapje gestolen had. Ik moest daar aan denken toen ik hoorde dat een groot deel van de Amerikaanse jeugdigen niet in staat is de laatste drie Amerikaanse presidenten te noemen, terwijl ze allemaal de naam van een gangster kennen wiens succesvolle loopbaan 84 jaar geleden eindigde.

Alphonse Capone wordt geboren in Brooklyn in 1899, zes jaar nadat zijn ouders met een nest kinderen Italië verlaten hebben. In de kleine appartementen zit iedereen op elkaars lip en dus leven de kinderen in de dichtbevolkte wijken op straat. Ze worden vlug “streetwise”, een term voor kattenkwaad dat soms vlug in misdaad muteert. Capone is 14 jaar als hij zijn lerares in het gezicht slaat en zijn school moet verlaten. Hij verdient vlug geld als één van de helpertjes van een bekende Italiaans-Amerikaanse gangster. Hij wordt buitenwipper in een club waar hij de zus van een beruchte gangster beledigt. Die kerft als straf tweemaal in Capones linkerwang. De jonge boef houdt er de bijnaam “Scarface” aan over; niet dat iemand die benaming in zijn gezicht gebruikt. Hij wil voortaan altijd van rechts gefotografeerd worden.

Prohibition

Zijn grote loopbaan begint in Chicago waar hij zijn gangstermentor naartoe volgt en weer buitenwipper in een bordeel wordt, en organisator van illegale weddenschappen. Hij is getrouwd maar proeft graag de waren van het etablissement. Hij houdt er syfilis aan over die hij nooit medisch laat behandelen. Zijn loopbaan was altijd een lokaal verschijnsel gebleven zonder de puriteinse opstoten die typisch zijn voor de Amerikaanse politiek. Al een hele tijd voor zijn geboorte worden alle sociale kwalen toegeschreven aan het overdreven alcoholverbruik van de lagere klassen. Pogingen om de verkoop te verhinderen, hebben geen succes tot 1917. De VS verklaren de oorlog aan Duitsland en sommige staten introduceren de drooglegging van alcohol. Het Congres volgt en ter wille van de oorlogsinspanning mag er geen graan meer gebruikt worden voor het stoken van alcohol… een week na de wapenstilstand van 11 november 1918. Daar profiteren invloedrijke meestal door vrouwen geleide lobby’s van om na de oorlog hun kruistocht voort te zetten. Vrouwen krijgen bijna tezelfdertijd stemrecht in alle staten en zoals altijd zijn politici geïnteresseerd in hun herverkiezing. Het initiatief om alcoholverbruik te verbieden leidt tot een sneeuwbaleffect. De sneeuwbal komt met een amendement in de Amerikaanse grondwet terecht. Eén van de vaders van de wetgeving zegt dat een vogeltje eerder de maan bereikt met een standbeeld aan zijn staart dan dat er nog alcohol verkocht wordt in de VS. Alle drank met een alcoholgehalte hoger dan 2,75 procent mag niet meer geproduceerd, vervoerd of verbruikt worden. Een uitzondering is er voor medische alcohol en op slag worden honderdduizenden Amerikanen ziek. Overal wordt graan en fruit gehamsterd om thuis te stoken. Al bij al zijn whisky, rum en wijn zonder al te veel moeite ergens illegaal te koop. Het probleem is het bier: veel moeilijker om thuis te produceren. Brouwerijen sluiten en danken hun personeel af, maar dat vinden Amerikaanse politici aanvankelijk niet zo erg, want producenten en arbeiders zijn meestal Duits-Amerikanen en dus nog wat verdacht. De Prohibition (letterlijk Verbod) periode is de grote kans voor de georganiseerde misdaad. Naast prostitutie en gokken is er een nieuwe reusachtige bron van inkomsten. Miljoenen dorstige Amerikanen stormen naar de illegale cafés; alleen al in New York zijn er zo’n 50.000. De georganiseerde misdaad controleert de illegale productie en zorgt voor het vervoer, want er zijn fortuinen te verdienen.

De ijdele belastingontduiker

Op korte tijd spreiden gangsters hun net over de hele VS. Dat gaat niet altijd even vreedzaam. Er zijn soms zware territoriumgevechten tussen de bendes. Capones baas wordt in een vuurgevecht zwaargewond, gaat met pensioen en biedt zijn hele organisatie aan Capone aan. Capone breidt het distributienetwerk verder uit en hij heeft zijn eigen methodes. Cafés die weigeren bij hem te kopen, gaan in de vlammen op. Men raamt het aantal slachtoffers op 100. In geen tijd wordt hij rijk. Hij heeft geld genoeg om politici, rechters en politiemensen grote sommen toe te schuiven, zodat hij jaren met rust gelaten wordt. Na aftrek van alle kosten houdt Capone, volgens eigen zeggen, per jaar ongeveer 5 miljoen dollar in onze munt over. Historici ramen het echte bedrag op het twintigvoudige. Veel moet hij niet vrezen. De federale overheid creëert een speciale anti-alcoholpolitie: 1.520 agenten voor de hele VS; zelfs geen druppel op een hete plaat. De brave burgers zien hun buurten verloederen.  Ze zien hoe criminelen bonafide zaken overnemen, hoe de mensen niet meer kunnen rekenen op een corrupte politie. Het symbool van de ellende wordt de slachting op Valentijnsdag 1929. Nepagenten vallen een opslagplaats van een rivaliserende bende binnen en mitrailleren 7 medewerkers. De gruwelijke foto’s van de lijken worden in heel de VS bekeken en de nieuwe president Hoover vraagt actie. Waarschijnlijk is de bende van Capone verantwoordelijk, al is dat nooit honderd procent bewezen. Capone wordt voortaan in het oog gehouden en krijgt een paar veroordelingen voor onnozelheden. Een speciaal opsporingsteam (The Untouchables, onder leiding van ambtenaar Eliot Ness) probeert zijn business te liquideren maar slaagt daar niet in, al wordt Ness altijd voorgesteld als de witte ridder die Capone eronder kreeg. Capone ontkent alles in alle toonaarden en verklaart dat hij maar een gewone zakenman is. Maar hij is ijdel en hij wordt wereldberoemd omdat hij als enige gangsterbaas graag interviews geeft. In 1930 krijgt hij zelfs een omslagverhaal in Time. De genadeslag wordt hem toegediend door de federale belastingdienst. In 1927 bepaalt het Hooggerechtshof dat belasting moet bepaald worden op illegale inkomsten. Capone heeft nooit één cent betaald, en dat wordt zijn ondergang. De man, die zoveel geld heeft, huurt een reeks dure maar incompetente advocaten in, die er niet in slagen het niet altijd sterke gerechtsdossier onderuit te halen. Capone wordt veroordeeld tot een straf van elf jaar; belachelijk hoog voor belastingontduiking, maar natuurlijk spelen op de achtergrond de misdaden mee waarop men hem niet rechtstreeks kon betrappen. Hij is 33, en door syfilis en gonorroea ondermijnd, als hij in 1932 in de gevangenis verdwijnt. Hij is niet langer in staat om, van achter de tralies, zijn rijk te leiden. Zijn voormalige luitenants nemen de leiding over en zijn in 1950 nog altijd de bazen achter de zware criminaliteit in Chicago.

Acht jaar zit Capone uit in verscheidene gevangenissen, waar men hem moet beschermen tegen ruigere types, want hij is een onbetekenende nulliteit geworden. Een langdurig onderzoek wijst uit dat hij nog nauwelijks de intelligentie van een twaalfjarige heeft. Bij zijn vrijlating trekt hij naar een kasteelachtige villa in Florida die nog altijd zijn eigendom is. Daar sterft hij aan een hartaanval begin 1947. Zijn reputatie overleeft hem echter. Films, boeken en strips (Kuifje in Amerika) maken hem tot vandaag onsterfelijk. In 1933 heeft het genoemde vogeltje blijkbaar de maan bereikt, want het alcoholamendement in de grondwet wordt geschrapt.

Jan Neckers