Gediscrimineerd

Mevrouw de platte mus,

Vorige vrijdag stondt gij naar eigen zeggen perplex in de Gentse trouwzaal vlak voor gij een burgerlijk huwelijk van twee moslims met de Belgische nationaliteit wilde bezegelen.

Want wat gebeurde? Toen gij de trouwzaal binnenkwaamt en de huwelijkskandidaten een hand wilde schudden bij wijze van beleefde en hoffelijke verwelkoming, kreegt gij plots ostentatief van de bruidegom te horen dat gij naar zijn hand kondt fluiten omdat gij… een vrouw zijt. Alstublieft! Vlaanderen anno 2016! Zijn gesluierde aanstaande keek naar de grond en zweeg. En gij stondt even met de mond vol tanden te dremmelen, aangeslagen als gij terecht waart. Waarna gij een ka-pi-ta-le fout maakte. Jawel!

Die kapitale fout bestond erin dat gij alsnog het huwelijk bezegelde en de paperassen ondertekende. Jawel, gij zegde nadien nog wel aan de betrokkene dat we hier in ons land niet op die manier met elkaar omgaan omdat hier man en vrouw gelijk zijn. Hoewel dat laatste juist is, zijt gij toch een stap te ver gegaan. Gij hadt van meet af aan moeten zeggen dat dit allemaal niet kan in ons land en gij hadt als gediscrimineerde vrouw op staande voet de zaal moeten verlaten om spoorslags een klacht te gaan indienen wegens grove discriminatie. Dan zoudt gij in onze samenleving een baken hebben gezet dat een ijkpunt zou zijn geweest voor iedereen die het nog eens in zijn hoofd zou halen om een uitgestoken hand te weigeren omdat de andere persoon een vrouw is.

Nu is heel uw blabla van nadien over onze vrijheden een mand vol politiek correcte vijgen na Pasen, zeker ook omdat gij u al meteen haastte om alles te relativeren tot een wiskundige 1 procent van de moslims die zoiets doet. Bovendien zegde gij nadien tegen de media dat ‘we allemaal samen moeten aangeven dat we níét onderhandelen over onze vrijheden zoals de gelijkheid van man en vrouw’. Welaan dan! Gij hadt daar een principieel punt kunnen maken door het koppel te laten staan! Heel weldenkend en niet-oikofoob Vlaanderen zou u een staande ovatie gegeven hebben. Nu getuigde gij alleen maar weer van die slaafse mentaliteit waarin men hoge principes verkoopt totdat de feiten zich voordoen. Dan kruipt men haastig op de knieën voor degenen die ons discrimineren en ons in het gezicht uitlachen. Neen, Sofie, zo werkt het niet.

Het enige dat ik nog durf hopen, is dat gij toont dat het u menens is en dat gij alsnog een formele klacht gaat neerleggen wegens discriminatie op basis van geslacht en belediging van een ambtenaar/mandataris in functie. Ik ben wel eens benieuwd wat de gedachtepolitie van UNIA daarvan zou zeggen… Tot op vandaag is het erg stil aan die kant. Tiens, tiens…

Stel u eens even voor dat iemand een homofiele schepen geen hand zou willen geven precies omdat hij homo is. Het kot zou te klein zijn en Vlaanderen zou op z’n kop staan. Nu er op de lange tenen van een moslim zou kunnen getrapt worden, houdt men zich in en worden de gematigde moslims – wat zijn dat overigens precies? – opgeroepen om ‘te gaan praten over onze vrijheden en democratische beginselen’, waar ‘niemand aan mag en kan twijfelen’. Want enkel dan ‘kunnen wij goed samenleven en de spiraal van wederzijdse angst en wantrouwen wegnemen’. Komaan zeg! Als mensen die de Belgische nationaliteit op welke wijze dan ook hebben verkregen zich aanmelden om te huwen, of om gelijk welk contract met de overheid te formaliseren, dan mogen wij zonder nog veel te gaan praten er toch wel van uitgaan dat de wet wordt gerespecteerd?! En daarin staat ook dat men niet mag discrimineren. Punt aan de lijn. Wie dat niet doet, moet niet geholpen worden en bij gebrek aan beter inzicht mag er zelfs een sanctie op volgen.

Dát signaal hadt gij moeten geven vorige week. Wie niet horen wil, moet voelen. Zo simpel is dat. Maar zolang men zich – zoals gij – als een platte mus gedraagt, zullen wij nog veel van dat soort toestanden over ons heen krijgen. Alle mooie praatjes zullen daarbij niet helpen. Wie zich niet aanpast, hoort hier niet thuis. Dát moet de boodschap zijn. Onze politici hebben hier een voortrekkersrol te spelen. Gij hebt dat niet gedaan. Volgende keer beter? Ik durf het hopen.

’t Pallieterke