Rond het al of niet goedkeuren van het handelsakkoord tussen de Europese Unie en Canada wordt zoals bekend vooral een politiek spel gespeeld door Wallonië. Maar ook de economisch concrete inhoud van het akkoord zorgt voor veel verwarring. Wat klopt en wat niet? Een overzicht.

Eén zaak moeten we Waals minister-president Paul Magnette (PS) nageven: in zijn verzet tegen het CETA-handelsakkoord tussen de Europese Unie en Canada heeft hij het debat rond vrijhandel en het ‘would-be-akkoord’ in het bijzonder een stevige steun in de rug gegeven. En dat is een goede zaak. Wie de economische actualiteit de voorbije maanden gevolgd heeft, wist dat er gepraat werd over een nieuw EU-VS-trans-Atlantisch handelsverdrag met de TTIP. Maar wie had gehoord van CETA of het ‘Comprehensive Economic & Trade Agreement’? De tekst is blijkbaar al twee jaar klaar, maar een publiek debat daarover was zo goed als onbestaande.

Politieke en economische desinformatie

Dat laat natuurlijk ook toe dat er allerlei desinformatie over wordt verspreid. Politieke desinformatie wanneer Magnette beweert dat hij pas twee weken geleden de finale teksten van het ontwerp van handelsakkoord onder ogen kreeg en dus eigenlijk geen tijd had om alles grondig te bestuderen. De totale tekst van het akkoord is inderdaad een turf van 1.600 bladzijden, maar is al twee jaar beschikbaar. Overigens is het niet zo dat Wallonië als enige vragen heeft bij het CETA-verdrag. Ook Duitsland heeft bedenkingen, maar keurde het akkoord goed met als voorwaarde dat er nog kan gepraat worden over een aantal modaliteiten.

Naast het politieke mistgordijn dat wordt opgetrokken is er ook een economisch mistgordijn. De argumenten zijn klassiek en bekend: CETA zou zorgen voor sociale dumping, ongezonde producten uit Canada zouden Europa overspoelen en de multinationals zouden zich niet meer aan nationale wetgeving moeten onderwerpen. Bovendien zouden VS-bedrijven die geen enkele regel respecteren dankzij CETA via Canada de Europese markten kunnen aanvallen. Welnu, de economische waarheid achter CETA is totaal anders.

Kritieken weerlegd

Eén van de belangrijkste kritieken is dat buitenlandse bedrijven die in conflict zijn met een overheid dankzij CETA de zaak via een internationaal handelstribunaal kunnen laten beslechten. Tegenstanders van CETA zeggen dat nationale rechtbanken daarmee buitenspel worden gezet en dat multinationals gemakkelijk uitspraken kunnen bekomen die in hun voordeel zijn. De vrees is bijvoorbeeld dat multinationals via zo’n rechtbank zouden kunnen verhinderen dat nationale staten wetten opleggen die de winst aantasten, bijvoorbeeld door de invoering van een hogere vennootschapsbelasting. Dat klopt niet. Enkel wanneer buitenlandse bedrijven zouden benadeeld worden tegenover binnenlandse, kunnen ze een schadevergoeding eisen. Het is ook zo dat de bevoegdheid van die arbitrage via internationale tribunalen zeer beperkt is. Ze speelt quasi enkel een rol bij discriminatie van Canadese bedrijven. Andere geschillen komen voor de handelsrechtbank.

Het verhaal dat Amerikaanse multinationals via Canada (waar ze een postbusvennootschap oprichten) naar de EU kunnen trekken en daar markten verstoren, klopt evenmin. Zo’n postbusvennootschappen worden door de handelstribunalen verboden.

Ander argument: de import van hormonenvlees of genetisch gemanipuleerde organismen naar de EU zou niet meer mogelijk zijn. Ook onjuist. Dit blijft verboden. Alle producten moeten de Europese regels voor voedselveiligheid en volksgezondheid respecteren. Tegenstanders vrezen voor een privatisering van onderwijs, gezondheidszorg en watervoorziening. Ook fout. De EU-staten kunnen dit tegenhouden. Sommige zelfverklaarde experts van CETA zeggen dat er geen minimumdienstverlening in ziekenhuizen en bejaardentehuizen kan worden opgelegd. Dat is dus een leugen.

Waar in de discussie amper over wordt gepraat, zijn de economische voordelen van vrijhandel. Een akkoord tussen Zuid-Korea en de EU deed de Europese export in goederen met 55 procent stijgen en die in diensten met 40 procent. Onderzoek toont aan dat 1 miljard euro export tot 15.000 jobs genereert. Die zijn bovendien beter betaald dan banen voor de binnenlandse markt.

Angélique Vanderstraeten