De val van Thucydides

Het spook van de Koude Oorlog waart nog steeds door Europa. En de herinnering beïnvloedt de inschatting. Een gevolg is dat het Russische gevaar scherper gepercipieerd wordt dan de realiteit. Tegelijkertijd wordt de westerse rol in het internationale gebeuren overschat. En misschien wel het gevaarlijkste: het zorgt voor een zekere myopie ten aanzien van de échte risico’s die de wereldvrede bedreigen.

De verleiding om de gebeurtenissen van vandaag door de bril van gisteren te beoordelen, schuilt steeds om de hoek. Zo ziet de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Steinmeier in de relatie met Rusland een situatie “vergelijkbaar met de Koude Oorlog”. Meer nog, “deze tijden zijn gevaarlijker”. En het moet gezegd dat er op het eerste zicht heel wat argumenten zijn om die stelling te staven. Prima facie

Poetins tactiek

Provocaties in lucht, land en op zee, harde retoriek, zeker aan Russische zijde, het komt inderdaad allemaal bekend voor. Maar als we het plaatje opentrekken, vallen vooral de verschillen met die decennia na de Tweede Wereldoorlog op. Dit is geen verhaal van machtsblokken, gescheiden door een IJzeren Gordijn en met elk hun respectievelijke invloedssferen.

Eerder is het een verhaal van een zwakke mogendheid die maar wat graag als sterk gepercipieerd wil worden, en een grootmacht die zich steeds meer van het internationale toneel afkeert en wiens greep op de gebeurtenissen verslapt. Grootspraak kan niet verhullen dat Rusland er economisch belabberd aan toe is. Het klopt dat hun leger een moderniseringsproces doorloopt waarvan op het terrein de vruchten geplukt kunnen worden, maar het economische draagvlak dat onontbeerlijk is voor elke grootmacht ontbreekt. Anders dan tijdens de Koude Oorlog heeft Rusland nauwelijks nog bondgenoten. De Syrische president Assad is er één van, maar dan van het type waarvoor een hoge prijs moet betaald worden. De Russische aanwezigheid in Syrië kost handenvol geld. Bovendien is het regime van Assad beter in het ontvangen van Russische wapens dan in het betalen ervan. Een beetje zoals Saddam Hoessein destijds; ook hij stond bekend voor de hoge openstaande rekeningen in Moskou. Machiavelli heeft zijn vaste stek in het Kremlin. En Poetin begrijpt dat het wel degelijk mogelijk is situaties op het terrein de facto te wijzigen. Alleen is dit tactiek en per definitie kortetermijndenken. Of de ingeslagen weg strategisch iets zal opleveren, is nog maar de vraag.

Het maakt de situatie er niet minder gevaarlijk op. “Poetin heeft de honden uit de kennel gelaten, en die krijg je er niet zomaar terug in”, merkte een diplomaat onlangs in de coulissen op. Escalatie is een gevaar dat niet onderschat mag worden, maar precies omdat de situatie instabieler is dan tijdens de Koude Oorlog. In die zin heeft Steinmeier een punt, alleen omdat de context precies anders is dan tijdens de Koude Oorlog.

Factor China

Is het westerse navelstaarderij die ervoor zorgt dat de grootste risico’s voor wereldvrede over het hoofd worden gezien? Want die zijn er, vooral dan in het Verre Oosten. Voeg het Noord-Koreaanse kernprogramma toe aan de rivaliteiten in de Zuid-Chinese Zee, en je krijgt het plaatje van de échte bedreiging. Waar het er even naar uitzag dat een heuse Pax Americana kenmerkend zou zijn voor de wereld na de val van de Berlijnse Muur en implosie van de Sovjet-Unie, gelooft geen enkel ernstige waarnemer daar nog in. Verzwakt door de financiële crisis en mislukte militaire avonturen in het Midden-Oosten, hebben de VS een serieuze reputatieschade geleden. Washington schijnt ook niet te beseffen dat een status quo geen optie is. Er tekent zich een nieuw model af, of zou dat toch moeten doen. En hierin is de factor China cruciaal. Men kan zich ergeren aan Rusland, maar het is China, nu al goed voor 25 procent van het wereldwijde bbp, dat meer aandacht verdient. Hoe de val van Thucydides vermijden? Dàt is de hamvraag waar het Westen mee bezig moet zijn.

Harvard onderzoek

“Wat oorlog onvermijdelijk maakte, was de groei van de Atheense macht en de angst die deze in Sparta veroorzaakte”, schreef de wijze man. De uitdrukking verwijst naar de opkomst van een nieuwe grootmacht en de reacties die deze veroorzaakt. De opmars van Duitsland in de 19de eeuw is er een treffend voorbeeld van. We weten ook waarin die ambitie uitgemond is. Wetenschappers van Harvard hebben 16 vergelijkbare situaties onderzocht; een onderzoek waarmee een tijdspanne van 500 jaar bestrijkt wordt. In 12 gevallen mondde dat in een gewapend treffen uit. “Gebaseerd op de recente geschiedenis, is oorlog tussen de VS en China de komende decennia niet alleen een mogelijkheid, maar ook waarschijnlijker dan aangenomen wordt”, merkte een vorser in The Atlantic op. Wat vooral wordt gevreesd, is dat een schijnbaar beheersbaar incident een escalerend effect heeft, een beetje zoals de kogel die de onfortuinlijke Franz-Ferdinand in 1914 trof. Onlangs verwees de Chinese leider Xi Jinping naar Thucydides. “Er is niet zoiets als de val van Thucydides”, zei hij, “maar als landen verkeerde strategische inschattingen maken, kunnen ze zo’n val wel zelf creëren.”

Michaël Vandamme