Wat weet de gemiddelde melomaan over het leven van Ludwig van Beethoven? Dat ie stokdoof was en nooit trouwde.

Vlektyfus

Voor zijn magistrale biografie “Beethoven” heeft de Vlaamse musicoloog en dirigent Jan Caeyers die onderwerpen grondig uitgediept. Honderdvijftig publicaties behandelen de doofheid van de componist. Caeyers opteert voor de eenvoudigste uitleg en verwerpt de meest genoemde oorzaak – syfilis -, want de aantasting van het centrale zenuwstelsel maakt niet alleen het gehoor kapot maar tast ook de spraak en het geheugen aan. Op zijn 27ste is Van Beethoven het slachtoffer van een epidemie van vlektyfus, een ziekte die bij veel patiënten leidt tot een geleidelijk afname van het auditief vermogen. Jarenlang maakt de componist zichzelf wijs dat het zal beteren. Zijn kennissen denken dat hij weer eens verstrooid is als hij niet reageert tijdens een gesprek. Maar in 1801 bedriegt de 31-jarige zichzelf niet langer en brengt hij zijn beste vrienden op de hoogte van het drama. Vanaf dat moment is er geen kwakzalversmethode die hij niet probeert. Het grootste deel van zijn inkomsten verdient hij in die tijd nog als concertpianist en dirigent, dus staat zijn toekomst op het spel. Toch kan hij zijn beroep nog lange tijd uitoefenen. Hij leidt de repetities van zijn opera Leonore (later herwerkt als Fidelio) en zelfs tien jaar later kan hij nog het pianospel van leerlingen verbeteren. Maar in 1815 is alles definitief voorbij. Het zijn pijnlijke verhalen. Bij een repetitie van Fidelio wordt hij manu militari van het podium verwijderd. Bij opvoeringen van de 9de dirigeert iemand buiten zijn gezichtsveld en maakt het publiek zich vrolijk als hij met grootse gebaren denkt een forte te dirigeren terwijl het orkest piano speelt. Hij moet spreken met “conversatieschriftjes” of met een lei en een griffel. Lapmiddelen als luide instrumenten en allerlei oortrompetten die hij tegen zijn nog een beetje werkend linkeroor houdt, helpen niet meer. In al die ellende ziet Caeyers één grote lichtstraal waar wij vandaag nog van genieten. De componist hoort geen muziek van anderen meer en wordt niet geremd door conventies. Hij ontwikkelt een eigen originele taal. Van Beethoven componeert in zijn hoofd tijdens zijn dagelijkse wandeling. Hoogstens schrijft hij af en toe een themaatje in een schriftje dat hij bij zich draagt. Donizetti en Mascagni kunnen dat ook, in tegenstelling tot pianocomponisten als Puccini en Wagner die dat instrument nodig hebben.

Josephine

En dan is er dat fascinerende thema: de vrouwen in het leven van Van Beethoven, want zijn referenties naar “De onsterfelijke geliefde” en “De verre geliefde” zonder een naam te noemen, hebben tientallen historische bloedhonden op dat spoor gezet. Beethoven heeft veel liefgehad al duurde die liefde meestal maar een paar maanden, d.w.z. de tijd die hij met één van zijn vele vrouwelijke leerlingen doorbrengt. Na de lessen koelt de liefde vlug af en is het tijd voor een volgende. Een verleider is de componist niet. Hij bezit een hoogstaande morele code en maakt geen misbruik van de bewondering van sommige leerlingen. Natuurlijk helpen zijn korte woedeaanvallen niet om een partner te vinden, maar het zwaarst wegen de sociale conventies. Als zelfstandig componist en musicus in een tijd waarin nog bijna alle musici in vaste dienst zijn van een of ander hof is hij een grote uitzondering. Hij kan de jongedames uit de burgerklasse niet de zekerheid geven waarop de meesten rekenen om een beetje comfortabel te leven. Maar veel van zijn leerlingen zijn van adel en het is ondenkbaar dat zij beneden hun stand trouwen. De componist mag de hand schudden van vorsten en prinsen, en hij is de bewonderde leraar van de begaafde aartshertog Rudolf, een broer van de keizer, maar een huwelijk is uitgesloten. Hij behelpt zich met prostituees en Caeyers lacht eens met apologeten die een boek uit Beethovens erfenis, met tips om syfilis te vermijden, verklaren uit Beethovens interesse voor wetenschap. Caeyers houdt een overtuigend pleidooi voor de adellijke Josephine von Brunsvik als de onsterfelijke geliefde. Zij trouwt echter met een zevenentwintig jaar oudere graaf, die bij haar vier kinderen verwekt en sterft. Het komt tot een tweede razende verliefdheid tussen beiden, maar de gravin houdt de boot af: een componist als stiefvader voor haar kinderen ziet ze niet zitten. Na een mislukt tweede huwelijk en nog twee kinderen bereidt ze zich voor op een scheiding, en na een onverwachte ontmoeting met Beethoven komt het dan toch tot een onvergetelijke wilde nacht en de mogelijkheid dat hij de vader is van haar dochter Minona. Maar Josephine keert terug naar haar man nadat ze ontdekt zwanger te zijn, want een bastaard en samenwonen met Beethoven kost haar haar reputatie en het toezicht op al haar kinderen. De onsterfelijke geliefde wordt dus tot Beethovens spijt de verre geliefde.

De tiran

Dat kan des te gemakkelijker omdat veel adellijken reisduiven zijn, terwijl Beethoven nauwelijks een voet buiten Wenen zet. Op papier maakte hij vele plannen om beter betaalde horizonten op te zoeken. Dus componeert hij een symfonie die hij aanvankelijk opdraagt aan eerste consul Bonaparte; als visitekaartje voor een lucratieve loopbaan in Parijs. Van Beethoven kent zeer goed de aard van de Franse dictator. Officieel schrapte hij later zijn dedicatie omdat Bonaparte het voornemen uitte zich tot keizer te laten kronen, maar in de praktijk is Beethoven niet meer zinnens naar Parijs te gaan. Bij zijn verovering van Wenen denkt de Fransman niet eens aan Beethoven, en brengt Cherubini mee als dirigent. Ook van een verhuis naar Londen in navolging van Haydn komt niets in huis. De componist heeft werk genoeg in eigen stad en is nogal vlot in het aanvaarden van goed betaalde opdrachten maar minder vlot om die ook binnen de afgesproken tijd te leveren. Londen is ook uitgesloten omdat hij inmiddels de voogdij heeft over het zoontje van zijn broer Karl. Het is een weinig fraaie episode. Beethoven doet er alles aan om met proces na proces het kind van zijn moeder af te nemen, zodat zij haar zoon in het geniep moet ontmoeten. Hij tiranniseert het kind met strenge scholen en als het naar zijn moeder vlucht, laat Beethoven de politie uitrukken. Hij wint tenslotte, maar het heeft hem veel geld gekost terwijl hij het niet altijd breed heeft, want zijn muziek wordt massaal en gratis gekopieerd in een tijd waarin nog geen echte auteursrechten bestaan. Uitgeput sterft Beethoven 56 jaar oud, in 1827. Na zijn dood ontdekt men een klein fortuin aan bankaandelen die hij altijd als appeltje voor de dorst heeft bewaard.

De melodicus

Mag ik nog iets over zijn muziek zeggen? Ze klinkt na de elegantie van Mozart zo viriel en stoer. Het zegt iets over de smaak en de muziekkennis van de Weners van zijn tijd dat ze toch de genialiteit van de vernieuwer bij zijn leven hebben erkend. Eén van de drama’s van Beethoven is zijn enige opera, het meesterwerk Fidelio, terwijl hij zich nochtans voornam ieder jaar een opera te schrijven. Maar het succes van Rossini verhinderde dat hij nieuwe opdrachten kreeg. Wat het meest opvalt in zijn muziek is de melodie. Buiten een niemendalletje als Für Elise schreef hij geen meezingers. Het vergt een beetje moeite en een paar keer luisteren, maar dan merk je dat de Wener van Vlaamse afkomst een superbe melodicus was in symfonieën, concerto’s en sonates. Op zijn manier doet hij in niets onder voor Mozart.

Jan Neckers