2016-43_02_maarten-is_terugkeer-mediumHet Centrum voor Strategische en Internationale Studies (CSIS) in Washington publiceerde deze week de resultaten van een wereldwijd onderzoek over de strijd tegen het terrorisme. Tussen 12 en 29 augustus 2016 werden aan gezamenlijk 8.000 personen uit China, Egypte, Frankrijk, India, Indonesië, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten 65 vragen voorgelegd in verband met gewelddadig extremisme, de motivatie van terroristen, het voorkomen van de dreiging en de strategie voor het bestrijden van terrorisme. Uit het onderzoek blijkt dat de wereld vooral bevreesd is voor een nieuwe, belangrijke terroristische aanval, en de mogelijkheid dat terroristen ooit over massavernietigingswapens kunnen beschikken.

In die acht deelnemende landen werden steeds ongeveer 1.000 mannen en vrouwen online ondervraagd in de leeftijdsgroep 18-75 jaar. Alleen in Egypte kon het ‘gender-evenwicht’ niet worden bereikt: daar was slechts één op de vijf respondenten een vrouw. Volgens het CSIS toont het onderzoek aan dat er weinig of geen tegenstand is tegen talrijke opties ter voorkoming en bestrijding van het terrorisme die aan de ondervraagden werden voorgelegd. Een meerderheid verleent goedkeuring aan het onderscheppen van telefoonverkeer, e-mails en sociale media, verplichte identiteitskaarten voor iedereen, de grondige screening van migranten en het verbod op extreme religieuze preken. “Dit is in vele landen niet zo vanzelfsprekend”, zegt Shannon Green, verantwoordelijke voor de CSIS Commissie ter Bestrijding van het Gewelddadig Extremisme, in de Washington Post. “Mensen zijn bereid fundamentele rechten en hun privacy op te geven, zonder dat zij weten of dit ook effectief zal helpen in de strijd tegen het terrorisme. Regeringen mogen daar niet lichtvaardig mee omspringen.”

Grootste zorg

Wat zeggen de cijfers? Op de vraag naar de grootste zorg of uitdaging voor het land is globaal gezien terrorisme het zorgenkind nummer één, onmiddellijk gevolgd door corruptie en de economische toestand. Per land zijn de resultaten uiteraard verschillend. Zo is terrorisme de absolute zorg in Frankrijk en Turkije, terwijl corruptie belangrijker lijkt in Egypte, Indonesië en India. Het Verenigd Koninkrijk plaatst dan weer de economische toestand en de immigratie op nummer één. In de Verenigde Staten is men al even bezorgd over de economische toestand, maar de strijd tegen het terrorisme komt ook daar als tweede belangrijkste zorg naar voor.

Ongeveer 75 procent van de ondervraagden verwacht binnen het jaar een nieuwe terroristische aanslag in hun land. Fransen en de Amerikanen scoren zelfs 90 procent, terwijl de Chinezen zich daar blijkbaar geen zorgen over maken. Ondanks de grote vrees voor een nieuwe aanslag vindt de bevolking van de westerse landen het niet echt nodig haar levensstijl aan te passen. Specifieke plaatsen en evenementen worden wel bewust vermeden, maar dit is vooral het geval in moslimlanden zoals Turkije en Indonesië. De grootste vrees is echter dat terroristen in de toekomst mogelijk over massavernietigingswapens zouden kunnen beschikken.

Oorzaken

Over de oorzaken van het gewelddadig extremisme verschillen de meningen naargelang de meerderheid van de bevraagde landen al dan niet moslim is. In Frankrijk, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk wijst de beschuldigende vinger vooral naar geradicaliseerde fundamentalistische moslims. In moslimlanden zelf wordt dat geformuleerd als “zij die de islam in een slecht daglicht willen stellen”. Feit is dat het terrorisme thans voor ruim 50 procent wordt gelinkt aan het religieus fundamentalisme en het gebrek aan een degelijke religieuze leiding. Het grootste deel van de wereldbevolking denkt dat de dreiging toeneemt. Als andere oorzaken van terrorisme vermeldt men vooral racisme, armoede en schendingen van de mensenrechten.

De militaire inmenging van vreemde mogendheden in lokale conflicten – vooral het Westen is daar sterk in! – komt naar voor als een belangrijke secundaire oorzaak van het terrorisme. Hier brengen de statistieken ons enigszins in de war. Militaire inmenging vindt men maar niks, maar toch acht 30 procent van de bevraagde bevolkingsgroepen een militaire interventie wenselijk om terroristen te bestrijden. In mindere mate opteert men voor economische sancties, diplomatie, en het gebruik van media en sociale netwerken, ook al meent 70 procent van de respondenten dat terroristen voornamelijk het internet gebruiken of misbruiken om propaganda te verspreiden en met elkaar in contact te komen. Slechts 30 procent vindt dat er voldoende internetpolitie is om terroristen op te sporen en hun propaganda te onderscheppen. Bovendien wijst men op de verantwoordelijkheid van internetmaatschappijen. Heel merkwaardig, hoewel niet verrassend, is dat Saoedi-Arabië wordt beschouwd als een deel van het probleem en een belangrijke voedingsbron voor het gewelddadig extremisme. Vooral in Turkije heerst deze opinie.

Maatregelen

Uit het onderzoek blijkt dat wereldwijd een consensus bestaat over de aanpak van het terrorisme. Aan de respondenten werden daarover 21 mogelijke opties voorgelegd. Alle bevraagde landen pleiten prioritair voor het lamleggen van alle (criminele) activiteiten die bijdragen tot de financiering van terroristische organisaties. Op nummer twee staat de verplichting tot het dragen van een identiteitskaart. Zelfs 80 procent van de Britse respondenten lijkt daarmee akkoord te gaan. Verder zouden internetbedrijven systematisch alle websites met radicale informatie dienen te verwijderen. Op nummer vier komt onderwijs. Scholen zouden overal ter wereld moeten onderwijzen dat gewelddadig extremisme per definitie verkeerd is. De lijst met mogelijke maatregelen gaat verder met de aanbeveling om alle bankrekeningen te blokkeren van groepen die verdacht worden van steun aan terroristische organisaties.

Pas dan komt een serie maatregelen die specifiek gericht zijn naar de moslimgemeenschap en haar religieuze leiders. 88 procent van de bevraagden vindt dat religieuze leiders overal ter wereld publiek moeten verklaren dat zij afstand nemen van extremisme en geweld om een kalifaat te stichten. Zij zouden ook publiek moeten verklaren dat geen enkele moslim het recht heeft om iemand met een andere geloofsovertuiging als afvallige te beschouwen. Godsdienstvrijheid is en blijft een fundamenteel mensenrecht. Zeer merkwaardig is dat Indonesië, de grootste moslimgemeenschap ter wereld, met 96 procent de hoogste score heeft voor wat betreft deze aanpak van religieuze leiders. Als laatste van de 21 opties komt het afluisteren van telefoongesprekken en het onderscheppen van datacommunicatie naar voor. Toch wordt deze maatregel globaal door 71 procent van de bevraagden gesteund.

Als afsluiter nog dit: aan de deelnemers werd gevraagd of zij al dan niet voor een beperking zijn van het opengrenzenbeleid van de EU in het kader van de strijd tegen het gewelddadig extremisme. Wereldwijd is 55 procent voor een beperking van open grenzen, met op kop Frankrijk (77 procent). Niet toevallig halen de moslimlanden Indonesië, Egypte en Turkije hier de laagste scores. In Turkije wil een meerderheid zelfs meer open grenzen in de EU. Hoe dat volgens de Turken kan bijdragen tot de bestrijding van het terrorisme blijft voor ons een vraagteken. We zijn gewaarschuwd!

RIRO