De hele rel rond het Zwartepietenpact had één voordeel: het herinnerde ons aan het bestaan van vzw’s als “DeBuren” en het Vlaamse Minderhedenforum van Wouter van Bellingen, de gangmakers in dit dossier. Dat er een bewuste aanslag werd gepleegd op het Vlaamse culturele erfgoed is niet eens het meest storende aan de pietenrel. Het ergste is dat deze enkel kon gebeuren dankzij de rijkelijke subsidies van de overheid voor deze politieke clubjes, die allemaal samen een staat binnen de staat vormen.

In september 2014 bracht de “Ligue des Droits de l’Homme” het nieuws dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens België had veroordeeld tot een boete van 90.000 euro, te betalen aan de terrorist Trabelsi. België had Trabelsi uitgeleverd aan de VS en de Ligue vond dat dit niet kon. Hoe kon Trabelsi een gespecialiseerd advocaat betalen? En hoe hoorde de Ligue als eerste het nieuws van de veroordeling? Simpel: omdat deze vereniging zelf het proces namens Trabelsi had gevoerd.

De gesubsidieerde agitatie

De Ligue, moet u weten, is een vereniging die enkel leeft van de subsidies die ze krijgt van dezelfde overheid die ze voor het Hof ging aanklagen. Dit was dus een proces van de belastingbetaler tegen zichzelf. Op het einde van de rit mocht deze niet alleen veel geld storten op de rekening van een veroordeelde terrorist, maar ook de advocaten en de gerechtskosten van beide partijen betalen.

De Ligue heeft zijn Vlaamse tegenhanger in de “Liga voor Mensenrechten”, eveneens een vereniging die enkel leeft van overheidsgeld en die van zijn ogenschijnlijke doel om de mensenrechten te dienen misbruik maakt om een extreemlinkse agenda door te duwen, desnoods tegen het regeringsbeleid in.

De Liga, de Ligue, “DeBuren” en het Vlaamse Minderhedenforum zijn slechts enkele van de vele kleine radertjes in een massaal netwerk van vergelijkbare politieke organisaties. De meesten zijn vooral actief in de sectoren van milieuactivisme, ontwikkelingssamenwerking, holebi-werking en de migratielobby. Al deze clubjes en instellingen hebben drie dingen gemeen: ze zijn politiek gemotiveerd (bijna steeds links), worden betaald door de overheid en hebben als doel de normale werking van de democratie bij te sturen of zelfs te saboteren.

De ecologische radicalen van de Bond Beter Leefmilieu, bijvoorbeeld, krijgen zowel gemeentelijke, provinciale, Vlaamse, federale als Europese toelagen. Wat hen niet belet om tegen deze zelfde overheden procedures te starten (zoals tegen de Vlaamse milieuvergunning voor Uplace). Hun zelfverklaard doel: “In de eerste plaats zetten we in op beleidsbeïnvloeding. We trekken politici aan hun mouw en geven hen duwtjes in de juiste richting.” De politieke wereld geeft dus geld aan organisaties, niet om er iets nuttig mee te doen in de samenleving, maar om zichzelf onder druk te laten zetten.

Het “middenveld” bevindt zich niet in het midden

Toen minister Homans liet verstaan dat ze er niet mee gediend was dat het Minderhedenforum zijn subsidies gebruikt om acties rond Zwarte Piet te financieren, kwam er onmiddellijk een boze reactie van Beweging.net (het vroegere ACW): “Ongehoord dat een minister dreigt subsidies af te nemen wanneer de standpunten van een organisatie niet overeenkomen met haar eigen visie. Een zoveelste poging van de N-VA om het middenveld in een negatief daglicht te stellen.”

Het wat? Het “middenveld”? Wanneer maken we eens komaf met deze orwelliaanse term? Zijn Van Bellingen en co dan een soort verbinding tussen het volk en de politici? In welk gestoord wereldbeeld kunnen die geacht worden ergens in “het midden” te staan?

In de praktijk is het “middenveld” (inclusief het ACW zelf) eigenlijk een eufemisme voor militante, soms zelf ronduit extremistische verenigingen die het volk in geen enkele mate vertegenwoordigen. In de zwartepietenkwestie bleek uit een internetpeiling van VTM dat 93 procent van de bevolking het “pietenpact” afkeurt. Dat maakt de voorstanders eigenlijk tot vertegenwoordigers van een marginale strekking. Waarom laten we die hun mening opdringen aan de meerderheid? En waarom geven we ze daar ook nog eens geld en personeel voor?

De staatsinstellingen tegen de democratie

In een vorig nummer van dit blad (juni 2016) hadden we het al uitgebreid over de waanzinnig grote bevoegdheden en middelen voor het Gelijkekansencentrum, dat officieel een overheidsorgaan is, maar in feite optreedt als een ideologische drukkingsgroep. De directe aanleiding voor dat artikel was een incident voor het Europees Hof waar, na tussenkomst van het centrum, België het standpunt innam dat werkgevers geen hoofddoeken op de werkvloer mogen verbieden, hoewel dat helemaal niet het standpunt van de regering is en nog minder de opvatting van de meerderheid in dit land vertegenwoordigt.

Myria, een zusterinstelling van het centrum, diende eerder ook al klacht in bij de Europese Commissie tegen het vluchtelingenbeleid van Theo Francken. België diende dus klacht in tegen België. Ook dit soort publieke instellingen maakt deel uit van de linkse staat in de staat.

De volgende grote speler in het hele apparaat wordt het Belgische “Mensenrechteninstituut”, dat nog tijdens deze legislatuur zal worden opgericht. Dit wordt een “onafhankelijke overheidsinstelling om de naleving van de mensenrechten in België te verzekeren”. Amnesty International, die de oprichting ervan actief promoot, liet alvast in zijn kaarten kijken: “Onder meer een onafhankelijk toezicht op de mensenrechten in de gevangenissen blijft afwezig”. Er is ook controle nodig op de maatregelen die worden genomen in de strijd tegen terrorisme, vindt Amnesty. Ziet u waar dit heengaat?

Begrijpt men het ook bij de N-VA nog steeds niet? We krijgen nog maar eens een publieke instelling die aan politiek (inclusief stemmingmakerij tegen bepaalde beleidsplannen van N-VA) zal doen, zonder enige democratische verantwoording af te moeten leggen. Integendeel, de hele bestaansreden van dit soort geïnstitutionaliseerde drukkingsgroepen is net het tegenwerken van de democratie wanneer deze ideologisch ongewenste resultaten zou durven voortbrengen.

Mensenrechten als politiek instrument

De  propagandisten van de oprichting van een mensenrechteninstituut, waaronder uiteraard het Minderhedenforum en de hele zwik van gesubsidieerde politieke agitatoren, verwijzen graag naar “internationale verplichtingen”. Flauwekul. De aanbevelingen van de VN-commissie Mensenrechten zijn niet bindend. Bovendien bestaat de overeenkomst daarover al sinds 1993 en hebben slechts een kleine minderheid van de lidstaten van de VN ooit een erkend instituut opgericht.

De VS zeggen bijvoorbeeld ronduit dat ze dat ook niet van plan zijn. Hun argumentatie is eenvoudig en sluitend. We hebben al het beste “mensenrechteninstituut” dat we ons kunnen indenken, zeggen de Amerikanen, en dat is de rechtbank. Zowel de VS als België hebben een uitgebreide lijst van fundamentele rechten en vrijheden in de grondwet staan. In België komt daar nog eens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bij. Er is dus geen enkele nood aan een nog maar eens een duur instituut bemand door politiek correcte fanatici die zich willen mengen in de democratische besluitvorming.

Slotvraag: wat is het nut van een “rechtse” regering, indien zij alle instrumenten die in het leven zijn geroepen om een democratisch beleid tegen te werken, laat bestaan en blijft betoelagen? En indien zij zelfs meewerkt aan het oprichten van nieuwe instrumenten? Dat is een vraag waar we het hopelijk in een volgend nummer van dit blad eens kunnen over hebben.

Jurgen Ceder