2016-46_13_boek-we-hebben-dringend-medium“We hebben dringend een nieuwe feministische golf nodig, een wereldwijde beweging van mannen en vrouwen die durven om sommige ziekmakende tradities ter discussie te stellen en taboes te doorbreken. Een wereldwijde beweging die niet accepteert dat vrouwen minder rechten hebben dan mannen en die zich resoluut keert tegen de vernederende praktijken die vrouwen wereldwijd nog steeds dagelijks moeten ondergaan.” Met deze woorden besluit MR-politica Assita Kanko haar boek De tweede helft, een vurig pleidooi voor een nieuw feminisme aan de hand van schrijnende voorbeelden.

De tweede helft lag al een tijdje te lonken op de boekenplank – het is een uitgave van 2015 – maar de druilerige novemberdagen waren blijkbaar nodig om tot een eerste lezing te komen. Assita Kanko, geboren in Burkino Faso in 1980, kwam in 2004 naar België. In 2012 is ze verkozen als gemeenteraadslid voor MR in Elsene. Zij is perfect drietalig en momenteel aan de slag als politica, auteur, columniste en als kaderlid in een bedrijf. Een ambitieuze vrouw voor wie engagement een natuurlijke houding is, schrijft ze op haar webstek. In haar prille jeugd vertelde ze aan haar ouders dat zij president van Burkina Faso wilde worden. Het is nog niet zover, maar in België is zij voor vele waarnemers in elk geval al een rijzende politieke ster aan het firmament van MR.

Assita Kanko neemt geen blad voor de mond. Het aantal vrouwen dat echt beschikt over gelijke rechten als mannen is nog steeds een kleine minderheid, zegt ze. In De tweede helft beschrijft ze met getuigenissen, feiten en cijfers de realiteit van vandaag. Een realiteit waarbij vrouwen in sommige landen en culturen worden vermoord omdat zij willen trouwen met de partner van hun keuze, waar vrouwen geen onderwijs kunnen genieten en waar vrouwenbesnijdenis nog steeds aan de orde is.

Eliminatie van meisjes

Kanko gaat in haar boek het rijtje af van de wantoestanden die nog steeds bestaan, vooral in Afrikaanse en Aziatische landen. Volgens haar zorgen cultuur en religie er al duizenden jaren voor dat vrouwen behandeld worden als slaven. Het begint al bij de aanvang van het leven met ‘gendercide’.  De Verenigde Naties hebben berekend dat er wereldwijd tussen de 112 en 200 miljoen meisjes zouden ontbreken. Vooral in landen als China, India en Pakistan is de geboorte van een meisje niet onmiddellijk een feest. Daarom worden er jaarlijks honderdduizenden abortussen van vrouwelijke foetussen gepleegd. Kanko betwist niet het recht op abortus, maar heeft het over de doelbewuste eliminatie van meisjes in spe. En zelfs na de geboorte verliezen tal van meisjesbaby’s het leven door verwaarlozing of moord.

De auteur gaat verder met het bespreken van de onzin rond vrouwenbesnijdenis waarvan zij zelf het slachtoffer werd in haar geboorteland. De obsessie voor maagdelijkheid en eer is één van de redenen waarom volgens haar miljoenen families hun meisjes laten verminken. Voor hen wordt seks nadien vaak een straf. Infibulatie, of het geheel of gedeeltelijk wegsnijden van de uitwendige geslachtsdelen, is de ergste vorm. Het wordt nog steeds toegepast in Somalië, Eritrea, Noord-Soedan en Gambia. Vrouwelijke genitale verminking (VGV) is echter een wereldwijd verschijnsel, lezen we, dat zich onder andere verspreidt via migratie. In de EU zouden 180.000 meisjes het gevaar lopen om verminkt te worden.

Polygamie en eremoorden

Kanko bespreekt ook het gebrek aan onderwijs (Afghanistan) en de kindhuwelijken in Afrika en Zuid-Azië, waar 20 procent van de meisjes jonger dan 15 jaar getrouwd is. Ook in de EU bestaan nog kindhuwelijken. Ze worden afgesloten in de besloten milieus van allochtone bevolkingsgroepen of tijdens een reis naar het land van herkomst. Een ander aspect is de polygamie waarin veelal jonge meisjes en vrouwen verzeild geraken. Veelwijverij komt voor in vrijwel heel Afrika en in het Midden-Oosten. Zelfs sommige westerse landen (Groot-Brittannië) lijken zich eerder tolerant op te stellen, ook al is polygamie bij wet verboden. Kanko wijst op de rampzalige gevolgen voor de gezondheid door dit gebruik. ‘Polygame razernij heeft aids in vele huizen binnengebracht’, schrijft ze. ‘Vrouwen hebben daarin zelden de keuze, gedwongen als ze zijn om in sombere omstandigheden al snel vrouw te worden. Voor sommigen staat een naamloze lijdensweg te wachten. Verminkt worden of brutaal ‘getoucheerd’ door onbekenden die hun maagdelijkheid willen controleren, gedwongen worden te trouwen of zich te sluieren, waar ze zelf nog eigenlijk kind zijn en op de schoolbanken thuishoren wanneer ze die mishandelingen moeten ondergaan. Zwangerschap is de belangrijkste doodsoorzaak bij tieners in de ontwikkelingslanden.’

En wat gebeurt er als die meisjes en vrouwen zich willen losrukken uit de traditie van hun families? Dan zijn er de eremoorden, schrijft Assita Kanko. Zij haalt als voorbeeld de moord aan op de 20-jarige Sadia Sheikh. Die jonge vrouw werd op 22 oktober 2007 door haar broer in de buurt van Charleroi vermoord omdat zij een door de familie gearrangeerd huwelijk met haar Pakistaanse neef niet zag zitten. De broer handelde in opdracht van de vader en de moeder van het meisje. ‘Wat voor eer kan erin bestaan je eigen kind of zus van het leven te beroven?’, vraagt de schrijfster zich af. Sadia Sheikh is trouwens niet het enige voorbeeld in het boek. Blijkbaar gebeuren nogal wat eremoorden in het buitenland. Volgens de Verenigde Naties zouden 5.000 vrouwen jaarlijks het slachtoffer zijn van eerwraak. Vrouwenrechtenorganisaties spreken echter over vier keer meer slachtoffers.

Geweld

In haar boek beschrijft Assita Kanko niet alleen de toestanden die nogal gemakkelijk toegeschreven worden aan ontwikkelingslanden of landen met een moslimcultuur. Ook de nog steeds bestaande misbruiken en discriminaties in het Westen komen aan bod. In verband met verkrachtingen  en huiselijk geweld heeft zij het daarbij over de angstaanjagende situatie in Europa en in België, die ze alweer toelicht met soms schrijnende getuigenissen. Een derde van de Europese vrouwen zou vanaf de leeftijd van vijftien al fysiek of seksueel geweld ervaren. Slechts 14 procent van de aangiften van verkrachting leiden in Europa tot een veroordeling. In België zou dat slechts 4 procent zijn. Daarnaast beschrijft ze het gebruik van verkrachting als oorlogswapen, bijvoorbeeld in Bosnië-Herzegovina in de jaren negentig en nu door IS in het Midden-Oosten. Er zijn ook de ongelooflijke toestanden waarbij vrouwen door de daders – of soms ook door de politie – verantwoordelijk worden gesteld voor hun verkrachting, of na de verkrachting verplicht zijn met de dader te trouwen.

Ook een mannenzaak

Kanko eindigt met de discriminaties op de werkvloer en in het gezinsleven. Zij staat voor een feminisme waarin de strijd van de vrouwen ook die van de mannen wordt, zegt ze. De verdediging van de rechten van de vrouw gaat iedereen aan, niet alleen de vrouwen zelf. Het gaat om het recht op zelfbeschikking, het recht op lichamelijke integriteit en respect, het recht op onderwijs en opleiding, het recht om te beslissen met wie je trouwt, hoeveel kinderen je wilt, welk beroep je wilt uitoefenen, welke godsdienst je wilt belijden, je ambities na te streven… Of, zoals wij lezen op de achterflap: ‘We moeten onze schoenen, met of zonder hakken, in de hand nemen en er hard en luid mee slaan op de tafels in gemeenteraden, parlementen en universiteiten.’

RIRO

Assita Kanko, De tweede helft – Tijd voor een nieuw feminisme, Lannoo 2015