2016-48_03_edc-fidel-castro-op-90-jaar-overleden“Hij was een speler in de Koude Oorlog en vertegenwoordigde voor Cuba de fierheid van het verzet tegen de externe dominantie.” (Hollande). “Een bladzijde van de geschiedenis wordt omgedraaid. Mijn deelneming voor zijn broer aan Raul en alle naasten.” (Reynders). “Met de dood van Fidel Castro, is de wereld een man verloren die een held was voor velen. Hij veranderde de koers van zijn land en zijn invloed reikte nog veel verder.” (Juncker).

De gematigdheid en genuanceerdheid van de reacties van onze politieke leiders bij de dood van dictator Castro waren opvallend. Linkse alleenheersers kunnen blijkbaar nog steeds op een vorm van schroom en aanzien rekenen, ook wanneer hun parcours zoveel dodelijker en nefaster was dan dat van hun rechtse collega’s. Vergelijk de respectvolle behandeling van Castro maar met de manier waarop in de media met Pinochet werd afgerekend, hoewel die laatste tijdens de Koude Oorlog aan de kant van het Westen had gestaan en héél wat minder doden op zijn geweten heeft dan Castro.

De linkse vrienden van Castro

De hoofdvogel werd afgeschoten door het uithangbord van afgeborsteld links, de Canadese eerste minister Justin Trudeau. De man met het strakke pak en immer goed zittende kapsel noemde de Cubaanse dictator “een grootse leider die zijn volk bijna een halve eeuw diende. Een legendarische revolutionair en orator, die significante verbeteringen heeft aangebracht in het onderwijs en de gezondheidszorg in zijn natie.”

Op sociale media werd ongenadig de spot gedreven met Trudeaus lofdicht. Sommigen dankten Mussolini “voor zijn significante verbeteringen aan klokvast treinverkeer”. Anderen vroegen respect voor de Boze Wolf “omdat hij biggetjes leerde dat goede huizenbouw belangrijk is”. Nog anderen wezen op het belang van “Sauron van Mordor, een adviseur van koningen en een gerenommeerde goudsmid” of vroegen een minuut stilte voor “Pol Pot, die op een moedige manier de strijd aanging met het probleem van de overbevolking”.

Trudeau staat niet alleen met zijn romantische maar domme visie op “El Comandante”. Lang nadat links in Europa opgehouden had de brutaliteit en de mislukkingen van het Oost-Europese communisme goed te praten, bleef er altijd een warme plaats in vele progressieve harten voor het tropische marxisme van Fidel. Steve Stevaert bezocht Castro persoonlijk en bezorgde hem zelfs een lading afgedankte bussen van De Lijn. Niemand in pers of politiek stoorde zich daaraan.

Louis Michel, de vader van onze huidige premier, bracht in 2005 namens de EU een bezoek aan de tiran van Cuba. Hij noemde zich toen “optimistisch over de evolutie van de mensenrechten in Cuba” en drong er bij de oppositie op aan Castro niet nodeloos te “provoceren”. Wat een dappere mensenrechtenstrijders toch allemaal.

De revolutie van Fidel

Er bestaan veel mythes over het regime van Batista, dat door Castro en zijn revolutie werd omvergeworpen. Dictatoriaal was dat zeker. Corrupt ook.  Maar Cuba was in 1959 geen tropische hel. Het was één van de rijkste landen van Latijns-Amerika, had een bbp per hoofd dat op het niveau van Japan en Italië lag, een betere levensverwachting dan Spanje en één van de hoogste graden van alfabetisering van Latijns-Amerika. Het klopt dat er onder Batista een economische stagnering was ingetreden, maar dat had weinig te maken met enige boosaardige kapitalistische uitbuiting. Het was eerder de samenwerking van Batista met de sterke en corrupte vakbonden die de economie begon te verstikken. Het was trouwens veelzeggend dat zijn regime de officiële steun van de Communistische Partij van Cuba wist te krijgen.

Wie dan weer geen communist was: Fidel Castro bij het begin van de opstand. Pas nadat hij de macht had overgenomen en de USSR hem economische hulp had beloofd, riep hij zichzelf uit tot marxist-leninist. Daarna volgde hij het parcours van alle communistische landen: bloedige onderdrukking en economische neergang. Cuba duikelde naar de positie van tweede armste land van Latijns-Amerika. Dissidenten werden genadeloos vervolgd. Men heeft vandaag al bijna 10.000 mensen geïdentificeerd die door het regime zijn omgebracht. Maar men schat dat het werkelijke dodental eerder tien keer zo hoog ligt. Een vijfde van de bevolking ontvluchtte het land.

En wat staat daar bij Castro dan tegenover? De laatste verdedigers van het socialisme stellen graag dat hij “sociale rechtvaardigheid” heeft gebracht. Wat dat concreet inhoudt, is niet steeds duidelijk.

Castro was zich bewust van de etalagefunctie die zijn staat had voor het internationale communisme. Zijn regime kreeg dan ook lang aanzienlijke materiële steun van de Sovjet-Unie.  De Cubaanse despoot gebruikte die zeer gericht om bepaalde statistieken op niveau te houden, zoals die van het alfabetisme. Men zegt er niet bij dat het regime allerlei kunstgrepen moest toepassen om deze streefdoelen te behalen. Abortus werd bijvoorbeeld de regel bij alle risicozwangerschappen, om zo het kindersterftecijfer te verminderen. Net zoals in alle communistische landen, kwam de realiteit niet overeen met de vervalste statistieken. De gezondheidszorg voor de gewone man was zo slecht dat er aparte medische circuits moesten georganiseerd worden voor partijbonzen en toeristen.

Het beleid van Castro had eigenlijk geen goede kanten. Tenzij men “hij was niet zo erg als Stalin” als criterium gebruikt. Vandaag bladert de verf van de façade van het Cubaanse Potemkin-dorp helemaal af, maar de wil van westerse politici en opiniemakers om de realiteit van het leven onder Castro te ontdekken, is vrij recent. De nood aan de illusie van toch één functionerende vorm van socialisme was lang te groot om voorbij het romantische beeld van revolutionair Fidel te kijken.

De collaboratie

Herman Portocarero, de Belgische diplomaat met literaire ambities, die zowel België als de EU in Havana als ambassadeur heeft vertegenwoordigd, is een mooi voorbeeld van de westerse tolerantie voor het Castroregime. Zelf de zoon van een collaborateur, werd Portocarero, zoals zoveel soixante-huitards van Vlaamsen huize, een antiflamingante sociaaldemocraat. Deze man, die als ambassadeur geacht werd in Cuba de vrijheid en de democratie te gaan vertegenwoordigen, werd vorig jaar nog op de korrel genomen door twee Cubaanse dissidenten, die nochtans eerder gelauwerd waren door de EU, Portocarero’s opdrachtgever. Ze laakten “zijn openlijke verstandhouding met de Cubaanse regering”. Collaboratie, dus. Zij stelden vast dat hij, in tegenstelling tot de Amerikanen en de vorige EU-diplomaten, weigerde ook maar de minste inspanning te doen om dissidenten te helpen.

Dat maakte Portocarero de ideale man, uiteraard, om vorige week op  het VRT-journaal zijn mening te geven over de figuur van Castro. Zijn geestes- en generatiegenote, Martine Tanghe, gaf hem de kans de “uitingen van droefheid” in Havana op te tekenen. “Castro heeft Cuba op de wereldkaart gezet”, voegde hij eraan toe. “Hij bleef altijd zichzelf, had gevoel voor humor en heeft altijd vermeden om een personencultus rond zichzelf op te bouwen.”

Minstens dat laatste is een hilarische leugen. De man met het typische petje en de sigaar, die ooit schreeuwde “ík ben de revolutie”, liet zijn imago gewillig gebruiken als symbool van revolutie over de gehele wereld, daarin enkel overtroffen door zijn strijdmakker Che Guevara. In zijn land werd de “Lider Maximo” afgebeeld op alle bankbiljetten en op duizenden posters in heel het land. Zijn urenlange speeches werden rechtstreeks op televisie uitgezonden, in extenso afgedrukt in alle kranten en moesten door de kinderen bestudeerd worden in de scholen. Castro’s persoonlijkheid hield het regime overeind. En als het nog een paar jaar zijn dood overleeft, zal dat ook aan diens personencultus liggen.

Maar waarover Portocarero niet spreekt, daarin schuilt de essentiële betekenis van Fidel: de totalitaire onderdrukking, de onmenselijkheid, de economische achterlijkheid. Waarom valt het die diplomaat zo moeilijk om de werkelijke betekenis van Castro te onderkennen? En waarom zou zijn “zin voor humor” of “het plaatsen van Cuba op de wereldkaart” ons in godsnaam meer moeten interesseren dan wat zijn regime betekende voor de sukkelaars die op dat stukje wereldkaart moesten leven?

“Socialisme of de dood!” was de favoriete slogan van Fidel Castro. “Is er een verschil?”, mompelden de Cubanen grappend. Castro is dood. Nu enkel zijn socialisme nog.

Jurgen Ceder