De rechterlijke macht floot vorige donderdag de uitvoerende macht terug. De regering in Westminster kan niet op eigen houtje beslissen over de Brexit. Het hele parlement dient de komende tijd geraadpleegd te worden, aldus het Britse Hooggerechtshof. Betekent dit dat de uitstap van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie hierdoor van de baan is? Niet noodzakelijk. Maar de gevolgen van de uitspraak mogen alleszins niet onderschat worden.

Onze boezemvriendin Lia van Bekhoven mocht weer eens opdraven in de nieuwsuitzendingen van de VRT. Over Lia hebben we het een tijd terug al gehad. De journaliste, die woont en werkt in Groot-Brittannië, liet weten dat zij haar vrienden die voor een Brexit stemden niet meer wenst te spreken. Dat Lia van Bekhoven een instabiele vrouw is met een slecht humeur, was al langer geweten, en dat werd door de uitslag van het referendum nog eens bewezen. Bronnen aan de Reyerslaan vertelden ons dat Lia nooit opgebeld wordt voor interventies in de vroege radio-journaals. De schrijvelaarster is namelijk al jaren gezegend met een afschuwelijk ochtendhumeur. Haar scheldtirades tegen VRT-medewerkers die het wagen haar bij het krieken van de dag uit bed te bellen, zijn alom gekend. Echter, tegen de noen valt alles in zijn plooi. Bij de start van het middagjournaal van donderdag 3 november rolde Lia uit de bedstee en verzekerde zij de Vlaamse kijkers: “De Brexit zal blijven, vraag is alleen welke soort van Brexit.”

Voor of tegen het volk

Laten we die woorden van journaliste Van Bekhoven even nader onderzoeken. Klopt het wel dat de Brexit er, ondanks deze uitspraak, zeker komt? Dat is niet noodzakelijk het geval.

De beslissing van het Britse High Court (Hooggerechtshof) is duidelijk: “Het Hof spreekt zich niet uit over de vraag of een uitstap uit de Europese Unie een goede dan wel een slechte zaak is. Dit is een politieke kwestie (…) Het Hof buigt zich uitsluitend over de vraag of het opstarten van Artikel 50 – wat de officiële scheiding in gang zet – een prerogatief is van de Regering waarbij het Parlement niet dient geraadpleegd te worden (…) Het Hof volgt de argumentatie van de Regering niet. Bij het toetreden tot de Europese Gemeenschap in 1972 is geen prerogatief verleend aan de Regering. Het fundamenteel grondwettelijk principe, wat stelt dat het Parlement steeds soeverein is in het opstellen en wijzigen van wetten, blijft ongeschonden (…) en er is geen uitzondering voor de Kroon (lees: de Regering) om hier van af te wijken.”

Eenvoudig gesteld, komt het erop neer dat de uitstap uit de Europese Unie een verandering van wetteksten inhoudt. Het is het parlement dat zich, bijgevolg, steeds moet uitspreken over het aanpassen van deze wetten. Het kan dus niet zo zijn dat de Britse regering het parlement opzijzet. In feite betekent dit dat de Brexit wel degelijk afgewend kan worden. Het is namelijk algemeen geweten dat het gros van de leden uit het Britse Lagerhuis tegen een afscheidingsscenario is. Bij een hoofdelijke stemming zou een meerderheid van de parlementsleden de Brexit kunnen tegenhouden, met een verhouding van maar liefst 480 tegenover 170. Het risico bestaat echter dat heel wat verkozenen hierdoor politiek zelfmoord plegen. Dat beseffen zij maar al te goed. Zeker de parlementsleden die pro-EU zijn, maar verkozen werden in een regio waar het gros van de kiezers voor een Brexit stemde, zitten met een zwaar probleem. Volgen zij hun hart of volgen zij de meerderheid van hun kiezers? De druk die de leden van het Lagerhuis ondervinden, om voor Brexit te stemmen, komt trouwens niet alleen van de kiezer. Ook de media namen de jongste dagen een duidelijk standpunt in. “In juni heeft het volk zich uitgesproken en de politiek heeft hiernaar te handelen”, klinkt het unisono zowel bij de roddelpers als de kwaliteitskranten.

Zelfvertrouwen in de regering

Theresa May, de eerste minister, voelt zich alvast gesterkt door de druk die vanuit pers en samenleving opborrelt. Zij kondigde dan ook meteen aan in beroep te zullen gaan tegen de uitspraak van het Hooggerechtshof. De zaak wordt nu doorverwezen naar het Opperste Gerechtshof (Supreme Court). Een nieuwe uitspraak wordt over een maand verwacht. Indien het Opperste Gerechtshof tot hetzelfde besluit komt als High Court, dan staat de Prime Minister voor een groot probleem. Het raadplegen van het brede barlement is een proces dat maanden in beslag zal gaan nemen, doordat eindeloos gediscussieerd kan worden over de zin en onzin van een Brexit. Nieuwe verkiezingen uitschrijven dan maar, in de hoop dat het Lagerhuis vol komt te zitten met eurosceptische parlementsleden? Ook dat circus zal maanden duren.

Publiekelijk mag Theresa May dan wel zelfverzekerd klinken en overtuigd zijn van een goede afloop bij het Opperste Gerechtshof, binnen de muren van Westminster weerklinken totaal andere signalen. Topadviseurs van de eerste minister luchtten hun hart in de media. Zij vrezen dat het opstarten van de Brexit-onderhandelingen met de EU makkelijk een jaar bijkomende vertraging kan oplopen. De startdatum die in de agenda aangekruist staat, maart 2017, om Artikel 50 daadwerkelijk in werking te stellen, achten zij hoe langer hoe minder realistisch.

LvS