De lat mag wel wat hoger gelegd worden, en nee, dat is geen uiting van anti-Brusselse houding. Niemand vraagt dat onze hoofdstad een soort bestuurlijk walhalla wordt, maar enkele recente voorbeelden tonen (nogmaals) aan dat het wel erg grondig scheef zit.

Het gesprek vond plaats ergens diep in Vlaanderen; zo’n plek die je de indruk geeft een flink eind te zijn opgeschoten richting Balticum. De man was een trouwe lezer van dit blad, al sinds vele jaren. En aangezien zijn interesse breed was, had hij elke week een vette kluif aan dit Samizdat-schrijfsel. Maar er zat hem iets dwars.

“Bent u niet wat te streng voor Brussel?”, vroeg hij ondergetekende. “Akkoord, er zal wel wat mis zijn met de manier waarop onze hoofdstad bestuurd wordt, maar is het elders dan zoveel beter? Is het verschil met Vlaanderen dan zo groot? Perfectie bestaat niet.” Jammer genoeg niet, dachten we. “Er zijn toch markante verschillen”, luidde ons antwoord. “De term wanbeheer is zwaar, maar geen overdrijving. Tot op zekere hoogte kan dit op conto van ‘de instellingen’ geschreven worden, maar toch is er ook een reële politieke verantwoordelijkheid.” “Mmm…”, knikte hij niet helemaal overtuigd. Hij miste wat concrete voorbeelden. Afgelopen zaterdag stuurden we hem een berichtje met het advies zich De Tijd van het afgelopen weekend aan te schaffen.

“Geur aan collusie”

Want zie, het begint al op pagina 2 met een portret van de Brusselse schepen Philippe Close, de ooit gedoodverfde opvolger van Freddy Thielemans die uiteindelijk het onderspit moest delven voor griezel Mayeur. Eerder trachtte hij met zijn vzw Brussels Expo (de beheerder van het Heizelcomplex, zeg maar) het huurcontract voor het Koninklijk Circus in te lijven. Vanop afstand ontwaart men een sfeer van belangenvermenging, maar Close was natuurlijk slim genoeg om op het cruciale moment van stemming de vergadering te verlaten. Maar toch. Uiteindelijk moest de stad dan toch een openbare aanbesteding uitschrijven, die weliswaar niets aan het eindresultaat wijzigde. Er kwam protest van andere mededingers, weliswaar zonder effect bij de Raad van State, maar, zoals De Tijd het schrijft, blijft er “een geur van collusie aan Close kleven”. Het valt misschien te vermelden dat het beheer van concertzaal Paleis 12 ook door die Expo gebeurt. Experts zijn het erover eens dat dit allesbehalve een succes kan genoemd worden, ondanks de gulle investering van 25 miljoen euro van… de stad Brussel. Maar de hamvraag is: moet een stad zich überhaupt met dat soort van activiteiten inlaten? Is mobiliteit of het ondersteunen van de middenstand niet eerder de corebusiness?

Mobiliteit als kerntaak

En dan wenden we de blik naar pagina 3 van diezelfde De Tijd. De Gulden Vlieslaan ligt op een boogscheut van de Louizalaan, je hebt er winkels en aanverwanten, en een ondergrondse parking. Ideaal dus voor wie er op zaterdag een namiddagje winkelen van wil maken. Maar thuis raken lijkt een ander paar mouwen te zijn. De hele verkeerssituatie, versmalling aan Louiza, schrapping van een rijstrook in één van de destijds gesloten tunnels, zorgt ervoor dat klanten uren staan aan te schuiven om de parking nog maar uit te rijden. Soms tot drie uur voor wie het ongeluk heeft zijn wagen pas op -4 kwijt te raken. Wie dit meegemaakt heeft, zal al sneller geneigd zijn bij een volgende gelegenheid alternatieven te overwegen. Nu willen we best ruimhartig zijn en aanvaarden dat zo’n situatie zich kan voordoen, maar inmiddels sleept die chaos al twee maanden aan. Leggen we de lat te hoog als we een sneller ingrijpen van overheidswege als een minimum beschouwen? Dit vergt zelfs geen masterplan, wel ingrijpen op korte termijn, maar zelfs dat ligt moeilijk.

En wie nog op zijn honger zit, moet in diezelfde krant eens naar het tweede katern bladeren, alwaar hij een paginagroot artikel vindt rond de vaudeville van het nieuwe nationale stadion op Parking C. Een onderwerp waar collega BL alles over weet…

KNIN