Als het niet zo potsierlijk was, hadden we er eens hartelijk om kunnen lachen. Want als politiek een groot schouwspel met slechte acteurs is, dan is de Pietenrel een soort derderangstheater, opgevoerd door een zootje schertsfiguren. En zeggen dat het échte racisme zich misschien wel in Brussel manifesteert – elk jaar opnieuw.

Die ene avond vindt er een debat plaats, georganiseerd in samenwerking met de Nederlandse Taalunie, over de plaats van Vondels taal in de wereld. Wat later staat een discussie over het wel en wee van de Brexit op de agenda. En natuurlijk ook heel veel cultuur, lezingen en opvoeringen allerhande. Welkom in het Vlaams-Nederlands Huis deBuren, een gemeenschappelijk initiatief van de Vlaamse en Nederlandse regering dat in 2004 gestalte kreeg. Het doel? “Schoon en wijsheid van de Lage Landen” aan te bieden. Mooi, niet? En verder: “deBuren biedt vanuit hartje Brussel een forum voor kunst, cultuur, samenleving en politiek voor de Lage Landen én Europa.” Gelegen in de Leopoldstraat achter de Munt (in betere tijden voor die “Lage Landen” had men het nog over de ‘Oranjestraat’) is het al meer dan een decennium een oord waar netjes binnen de lijntjes van de politieke correctheid wordt gekleurd. Soms tot op het ergerlijke af, maar goed, laten we dit maar als een zaak van geuren en kleuren beschouwen.

Pietenpact

En dan krijg je dit, een heus Pietenpact. Want vergis u niet. Wouter van Bellingen slaagt er blijkbaar in het ridicule naar een hogere dimensie te tillen, maar de kern van heel die Pietenonzin ontstond daar in hartje Brussel. En zoals zo vaak het geval is in dit tijdsgewricht, volstaat het een dwaas idee te lanceren om een meute volgelingen mee te krijgen. Maar wat opviel, althans dat lezen we in de reactie van voormalig VRT-gelaat Manuela van Werde (N-VA) en lid van de raad van bestuur van deBuren, zou dit ‘pact’ al een jaar in de maak zijn geweest. Als dit klopt, maakt dergelijke flauwekul dus deel uit van de structurele werking van deBuren, wat pas écht onrustwekkend is.

Les Noirauds

Dit is een typisch Vlaamse discussie, maar misschien is Brussel zelf de plek waar het échte racisme zijn opwachting maakt. Over enkele maanden zijn ze er weer Les Noirauds. Een clubje van zwart geschilderde lui, die Afrikaanse edelen moeten voorstellen, veelal van betere huizen, die zich tijdens de carnavalsperiode in het openbaar begeven om geld voor goede werken te verzamelen. Het initiatief ontstond in 1875, het jaar waarin Leopold II zijn oog liet vallen op Centraal-Afrika. Dat hun vermomming hiermee in verband staat, wordt trouwens niet ontkend. Nu goed, de bedoeling was nobel: geld verzamelen om een kribbe van het failliet te redden. Al snel werd de gewoonte een traditie, in die mate dat ook Manneken Pis elke tweede weekend van maart zo’n kostuum van de ‘zwarten’ aantrekt. Met koninklijke steun zowaar. Ooit nam Filip aan hun openbare verschijningen deel. En vorig jaar Didier Reynders; de beelden gingen de wereld rond. Een minister van Buitenlandse Zaken die hieraan deelneemt, stel je voor! Human Rights Watch sprak over – uiteraard – “racisme”.

Maar zie, Jozef de Witte, toenmalig directeur van het Interfederaal Gelijkekansencentrum (oef, het is eruit), nuanceerde. “Als we met de culturele bril van een land naar een ander land kijken, is er vaak verbazing of verontwaardiging”, verklaarde hij in De Morgen. “Dit is een vorm van verkleden. De rijken maken zich onherkenbaar door zich te schminken, omdat ze gaan bedelen in hun eigen omgeving. Plots is alles racistisch. Je mag tegen deze traditie zijn, maar het heeft geen fluit met racisme te maken. Latent of niet.” Hallo, Wouter VB?

KNIN