Het linksliberalisme is populair bij een kransje kosmopolitische, rijkeluiskinderen. Daarbuiten neemt niemand deze ideologie (sic) nog serieus. De LibDems in het Verenigd Koninkrijk zweven tussen leven en dood. Een kleine overwinning tijdens een zogenaamde ‘by-election’ afgelopen week geeft hen weer hoop.

Niemand wil hen nog

In Vlaanderen doet de naam ‘Spirit’ waarschijnlijk nog een belletje rinkelen. De progressieve erfgenaam van VU-ID’21 werd geen succes. Het partijtje vervelde naar ‘Vlaams Progressieven’ (Vl.Pro), om vervolgens onder de noemer ‘Sociaal-Liberale Partij’ (S-LP) een stille dood te sterven. In Oostenrijk werd in 2012 ‘Neos’ gesticht. Die linksliberale partij moest een alternatief bieden op de ecologisten enerzijds, en de liberale conservatieven van FPÖ anderzijds. Met 9 op 183 zetels in het nationale parlement, kan NEOS bezwaarlijk een grote speler genoemd worden.

In Duitsland zit de ‘Freie Demokratische Partei’ (FDP) al jaren in het slop. Het overlijden van een aansprekend figuur als Guido Westerwelle droeg bij aan de neergang. Toch gaat het probleem veel verder. Sinds de opkomst van AfD, anti-EU, kampt de FDP met een leegloop. FDP dook onder de kiesdrempel en verdween zodoende uit de Bundestag. In alle opiniepeilingen bivakkeren de Duitse liberalen al geruime tijd rond 5 procent van het electoraat. Bij de volgende nationale verkiezingen, voorjaar 2017, wordt het, wederom, net eronder of net erover.

En dan is er nog de Open Vld in Vlaanderen. Misschien wel de meest droevige aller progressief-liberale partijen. Voelde u afgelopen weekeinde ook zo’n plaatsvervangende schaamte toen u staatssecretaris – en blijkbaar Antwerps boegbeeld – Philippe de Backer in het VTM-nieuws hoorde verkondigen dat Vlaams Belang – ook zonder Dewinter – een bende fascisten is? Na de “mestkevers”, trekt de Vld nu dus de fascismekaart. Hoe origineel! Dat het hier over een uitgekiende campagnestrategie gaat, werd duidelijk toen we Gwendolyn Rutten in ‘De Zondag’ identiek dezelfde bewoordingen zagen gebruiken als de Backer. Ach, ze zullen er ver mee komen. In 1999 was de VLD nog goed voor 23 zetels in de Kamer, vandaag blijven er daar nog 14 van over. In de peiling worden de bierpompliberalen nu zelfs voorbijgestoken door de Groen.

Eeuwige oppositiepartij

Waarom we deze opsomming geven? Om aan te tonen hoezeer de kiezer overal in West-Europa genoeg heeft van het lichtblauwe gedachtegoed. Zowat overal zijn partijen als de Open Vld erin geslaagd hun klassiek liberale en meer conservatieve vleugel af te stoten. Nu krijgen ze de rekening gepresenteerd. Ook in het Verenigd Koninkrijk zwalpen de LibDems. Enkele jaren geleden zag het er nochtans goed uit.

In 2010 beleefde Groot-Brittannië een unicum. Geen van de twee grote partijen, Conservatives en Labour, behaalde een volstrekte meerderheid. Uit noodzaak moest uitgeweken worden naar een coalitieregering. De LibDems, toen nog onder leiding van de charismatische Nick Clegg, speelden voor depannagedienst. Het werd de eerste coalitiemeerderheid sedert de Tweede Wereldoorlog. Als kleinere speler konden de LibDems niet afdoende hun stempel drukken op het beleid. De partij gold vooral als vijfde wiel aan de wagen en werd vervolgens terug naar af gestuurd. In het Lagerhuis viel de centrumpartij terug van 57 zetels naar, ocharme, 9. Nick Clegg ruimde baan en Tim Farron nam de fakkel over.

Winst bij tussentijdse verkiezingen

Ondanks dat het ledenaantal, sinds een tijdje, opnieuw in de lift zit (80.000), blijft de partij in de peilingen slechts matig presteren. Als aanvoerder zoekt Farron naar een nieuw elan. De Liberaal Democraten trekken zich op aan ieder succesje. Zo’n welslagen was er afgelopen week tijdens een ‘by-election’. Dergelijke bijkomende verkiezingen worden georganiseerd in kiesdistricten waar een Lagerhuis-zetel vacant is geworden. Dit was het geval omdat Zac Goldsmith, een Tory, in oktober aankondigde zijn partij te verlaten. Hij kantte zich namelijk – in tegenstelling tot de Conservatives – tegen een nieuwe landingsbaan op de luchthaven van Heathrow. Tijdens de ‘by-election’ verloor Goldsmith, die dit keer opkwam als onafhankelijke, vorige week zijn zetel. Winst ging op 1 december naar de liberale Sarah Olney.

Die plaatselijke overwinning werd door de LibDems aangegrepen om van een algehele wederopstanding te spreken. “We doen opnieuw mee met de groten!”, aldus de partijleiding. Dat Sarah Olney openlijk de steun kreeg van Labour, werd door de LibDems achterwegen gelaten. Zo’n tussentijdse ‘by-election’ wordt door partijstrategen graag aangegrepen als landelijke graadmeter. De lezer zal echter begrijpen dat een enkele, plaatselijke overwinning bezwaarlijk een indicatie is voor het algemene politieke klimaat in het Verenigd Koninkrijk. Zolang linksliberalen, overal in Europa, transgendertoiletten belangrijker blijven vinden dan lage belastingen, zullen zij verliezen blijven boeken. Daar verandert één luttel kiesdistrict, vooralsnog, niks aan.

LvS