Boris Johnson is zonder meer flamboyant, alleen is dit niet altijd een voordeel voor wie aan het hoofd van de Britse diplomatie staat. Terechte kritiek op Saoedi-Arabië bracht hem – nog maar eens – in het oog van de storm, zij het dat die vooral binnenlands van aard was. De manier waarop dit incident aangepakt werd, spreekt ook boekdelen over de werking van de regering van Theresa May.

Ook als je het gelijk aan je kant hebt, is het voor een politicus niet altijd even raadzaam dat te ventileren. Zeker wanneer je dan nog eens een belangrijke regeringsfunctie bekleedt. Maar de aard van het beestje is wat het is. Boris Johnson heeft van straffe verklaringen zijn handelsmerk gemaakt. Dat hij als buitenlandminister het internationale gelaat van zijn land is, zorgt soms voor wat gênante toestanden. Is hij “te gevaarlijk voor de baan”, zoals Malcom Rifkind, buitenlandminister in de jaren negentig, opmerkte? Mogelijk, maar hij kreeg ze wel.

Het gewicht van verklaringen weegt vaak zwaarder dan de inhoud van het verhaal. Op een conferentie in Rome benadrukte hij dat een land als Saoedi-Arabië, net als Iran, in het Midden-Oosten zogenaamde proxy oorlogen uitvecht, een strijd met volmacht zeg maar. Of anders gesteld: achter de schermen trekt ze aan de touwtjes, terwijl acolieten het werk op het terrein uitvoeren, al dan niet met behulp van financiële steun van Riyad. So what, denk je dan? Het klopt als een bus wat Johnson zei, en hij was beslist niet de eerste om het te doen. Maar een academicus kan zich op dat vlak wat meer vrijheid veroorloven dan de Britse minister van Buitenlandse Zaken.

Ongeschreven regel

“Johnson schond de ongeschreven regel dat er geen openlijke kritiek op de Saoedi’s komt”, merkte een diplomaat op. Uiteraard weet iedereen dat het behoorlijk fout zit met het regime daar, maar het land is officieel een “bondgenoot” en vooral een afnemer van heel wat producten made in Britain, te beginnen met wapentuig. En dat noopt tot voorzichtigheid. Ietwat in de marge weggedrumd ontstond een debat over de correctheid van Johnsons verwijt. Het oog van de storm was echter politiek van aard. Premier Theresa May was behoorlijk boos, en dan drukken we ons voorzichtig uit. Ze nam openlijk afstand van de verklaringen en eiste verontschuldigingen (waar ze trouwens naar kon fluiten). Waarnemers van politiek Londen hadden het over een van de zwaarste clashes tussen beide Tory’s.

Flank afdekken

Zich openlijk distantiëren van de eigen ministers is de voorbije weken tot een onhebbelijk trekje van Theresa May uitgegroeid. Dat voedt de ergernis in regeringskringen, ook bij tegenstanders van Johnson. “Mensen begrijpen zoiets niet”, liet een anonieme regeringsbron zich ontvallen. “Hierdoor wordt het beeld van verdeeldheid gevoed. De regering komt over als een heuse kakofonie.”

Toch is het Johnson die de meeste slagen moet incasseren. Dat beide persoonlijkheden mekaar niet mogen, is misschien niet zo verwonderlijk, maar gezien de positie van Johnson binnen de regering is May’s positie onverstandig. Als boegbeeld van de Bexiteers kon de premier hem niet aan de zijlijn laten staan. Hem niet in de regering opnemen was om politiek-strategische redenen geen optie, ook al was een andere portefeuille dan Buitenlandse Zaken misschien meer aangewezen. De rol van Johnson zal pas echt beginnen spelen wanneer de onderhandelingen over de Brexit daadwerkelijk van start gaan. Voor May, zelf behoorde ze tot het remain-kamp, is dit een flank die ze moet afdekken. En het is met een man als Johnson dat een eventueel akkoord, lees: compromis, afgetoetst zal worden.

De toekomst van May

Op zich is hij niet de enige minister met een uitgesproken Brexit-stempel in de ploeg, maar wel de meest spraakmakende. Maar ook de communicatie met die andere ministers loopt naar verluidt stroef. In kringen rond Downing Street wordt dit als een “majeur politiek probleem” beschouwd. Eerder dan met de inkleding van de Brexit-gesprekken begaan te zijn, is Theresa May vooral bekommerd over de rol die Johnson op termijn binnen de partij kan gaan spelen. Of hij ooit kan uitgroeien tot een partijleider is betwijfelbaar, maar May lijkt niets uit te sluiten. Punt is dat hij zijn kans verkeken heeft op het einde van de Cameron-jaren, klinkt het. Zijn populariteit is tanend, zowel intern als extern. En vooral binnen zijn partij heeft hij met erg uitgesproken tegenstanders te maken. Zo iemand beschikt niet over een voldoende breed draagvlak om het tot het hoogste echelon te schoppen. Hoewel. “Ik kan de tel niet meer bijhouden van het aantal keer dat Johnsons carrière als beëindigd werd bestempeld”, verklaarde een politiek redacteur van de Daily Telegraph. Misschien daarom dat May zo voorzichtig is.

Thatcham