Afgelopen weekend publiceerden La Libre Belgique en RTBf de resultaten van een nieuwe peiling. Iets nieuws bracht deze peiling eigenlijk niet, want ze bevestigde de trends van de laatste peilingen. Toch is dat wel degelijk een korte bespreking waard, ook al zwegen zowat alle Vlaamse media de peiling dood.

Interessant gegeven: peilingsbureau Dedicated peilde deze keer niet alleen naar de kiesintenties voor de federale Kamer, maar ook voor de regionale parlementen. Geen overbodige luxe, want voor sommige partijen zit er tussen de twee resultaten meer dan een procent verschil. Het relativeert meteen al te straffe conclusies op basis van verschillen van minder dan een halve procent.

Geen “tram 3”

Grootste partij in Vlaanderen blijft de N-VA, met federaal 26,3 procent en regionaal 27,6 procent. Lees: de partij blijft schommelen tussen vijfentwintig en dertig procent. Dat is een duidelijke daling vergeleken met 25 mei 2014, en de partij blijft dus de beruchte “tram 3” missen. Maar ze blijft wel afgetekend de eerste partij, met een voorsprong van tien procent op achtervolger CD&V.

Die laatste partij blijft schommelen tussen vijftien en twintig procent. Verlies blijft waarschijnlijker dan winst, maar is statistisch helemaal niet zeker. Zolang er geen zwaar verlies op komst is en de partij haar tweede positie weet te handhaven, is Wouter Beke waarschijnlijk allang tevreden.

Middenmoot

Daarna volgen op minder dan een procent van mekaar sp.a, Open Vld, Groen en Vlaams Belang. Welke van die vier partijen het grootst is, valt statistisch eigenlijk niet eens uit te maken, alleen dat ze alle vier in het segment tussen tien en vijftien procent zitten. Voor partijvoorzitters Tom van Grieken en Meyrem Almaci is dit ongetwijfeld goed nieuws. Van John Crombez zal waarschijnlijk niemand veel beter verwacht hebben. Maar was Open Vld een voetbalploeg geweest, dan lag trainer Gwendolyn Rutten vermoedelijk maanden geleden al terug op de straatstenen. Merk ook op dat Maggie de Block in de pop-poll een ferme duik maakt.

PVDA blijft worstelen met de kiesdrempel. Federaal peilt ze 4,2 procent, regionaal 3,3 procent. De Piratenpartij hoeft voorlopig, met respectievelijk 1,4 en 1,8 procent, nog niet te dromen van een IJslands scenario.

N-VA en CD&V tot elkaar veroordeeld

Wat levert dit aan zetels op in het Vlaams Parlement? N-VA zou uitkomen op 33 tot 42 zetels, CD&V blijft tweede met 17 tot 25 zetels, terwijl sp.a, Open Vld, Groen en Vlaams Belang tussen 12 en 20 zetels scoren. Maar het kan, zoals altijd met zulke projecties, ook een zeteltje meer of minder zijn. PVDA kan drie zetels binnenhalen, maar is zeer afhankelijk van een lokaal succes in een kieskring.

Per coalitie gerekend, zit de regering–Bourgeois nog steeds stevig in het zadel, met zeventig tot tachtig zetels. Een coalitie met N-VA, CD&V en sp.a haalt ongeveer evenveel zetels. N-VA en CD&V alleen halen waarschijnlijk geen meerderheid meer, of het zou een heel nipte moeten zijn. Maar vooral: N-VA en CD&V zijn volgens deze peiling tot elkaar veroordeeld. CD&V, sp.a en Groen halen samen geen meerderheid, ook niet als PVDA drie zetels zou kunnen aanbrengen. Voorlopig kan alleen een coalitie van CD&V, sp.a, Open Vld én Groen N-VA buitenspel zetten. Van een V-meerderheid hoeven we ondertussen niet te dromen.

PTB straks groter dan PS en MR?

Ook aan de overzijde van de taalgrens worden de trends van de vorige peilingen bevestigd. Ondanks zwaar verlies blijft de PS net iets groter dan MR. Ecolo en cdH blijven deze keer onder de tien procent, terwijl Parti Populaire en Défi worstelen met de kiesdrempel.

Grote stijger is de PTB, die nu al aan 18,4 procent zou zitten. Het is pas een jaar geleden dat de partij voor het eerst boven tien procent peilde. Zetten de trends zich voort, is de PTB nog voor de zomer de grootste partij in Wallonië. Moeten we ons stilaan beginnen voorbereiden op een regering-Hedebouw in Franstalig België?

FvL