Het woord rillen heeft verschillende betekenissen. Kijk maar in een woordenboek. Rillen is beven. Men kan rillen van koorts, of rillen van de kou. In een andere betekenis slaat het terug op gruwen, het is om van te rillen als iets te ontzettend is. Maar het meest van al slaat rillen toch op bibberen van de kou.

Waarom ik daarover begin? Ik ril gemakkelijk van de kou.

Onlangs maakte iemand mij de opmerking dat de wekelijkse titel van mijn bijdrage ‘Op het Noorderterras’ niet altijd juist is. Dat is inderdaad het geval. Er waren weken dat ik op het Noorderterras niet te zien was. Ik zat in een taverne, een café of een andere eetgelegenheid. In mijn bijdrage schreef ik dat mijn bank niet vrij was. Een leugentje om bestwil. In werkelijkheid rilde ik die keren zo van de kou dat ik een warme toevlucht had gezocht. Ik kom er eerlijk voor uit. In sommige koude winters was ik inderdaad niet te vinden op het terras. Door de schuld van het rillen, begrijp je?

Toen ik gisteren het Noorderterras opstapte, voelde ik onmiddellijk dat ik daar niet lang zou blijven. Er waaide namelijk een nijdige, kille wind. Ik had geen zin op mijn bank te zitten rillen. Toch zette ik mij eventjes neer. Lang zou het niet duren. Ik mompelde tegen mijn bank: “Ik bol het af. Volgende keer kom ik hier misschien terug met een dikkere pull.”

Maar intussen moest ik toch aan kopij voor dit nummer van ’t Pallieterke te geraken.

Op het ogenblik dat ik wilde rechtstaan, voelde ik een zware hand op mijn schouder die mij neerdrukte. Ik keek om en zag de Guido.

“Dag Tee”, zei hij.

Met de Guido had ik jaren geleden, toen de legerdienst nog verplicht was, in dezelfde kazerne gezeten. Later was hij ook een tijd bij de scouts geweest. Hij is geen slechte gast, maar hij wil altijd gelijk hebben. In de vele gesprekken die we hadden, was dat wreed vervelend. Hij had namelijk ook de onhebbelijke gewoonte om iemand met wie hij praatte regelmatig te onderbreken en zelf verder te gaan. Wij noemden hem stiekem, zonder dat hij het wist, de man van de OOV. Dat betekent: Onderbreken, Overnemen, Verdergaan.

Ik hoopte dat het bij een groet zou blijven. IJdele hoop. Hij zette zich naast mij neer.

“Awel, Teeke”, begon hij het gesprek, “wat denk jij zoal van de leiderswissel in Amerika?”

Ik wilde antwoorden dat politiek mij geen fluit kan schelen, maar vroeg: “Wat moet ik daarvan denken?”

Een handige manier om niet rechtstreeks te moeten antwoorden op zijn vraag.

Hij had het door en zei: “Niet met mij, hé. Ik heb aan jou gevraagd wat jij denkt.”

De Guido had mij klem gezet en daarom zei ik: “Amerika is een schoon land, maar het is ver. Ik ben er enkele keren geweest. Over hun politiek heb ik daar niets geleerd en het interesseerde mij ook niet.”

Guido grinnikte. “Goed geprobeerd, maar ik kreeg nog geen antwoord op mijn vraag.”

“In eigen land heb ik soms al last met de politiek, wat zou ik mij moeien met die van een ander land”, zei ik.

“Niet flauw doen, zeg op”, eiste hij.

“Eerlijk gezegd, die Hillary moet ik niet hebben. Vraag me niet waarom. En die Trumpet ken ik niet”, zei ik.

“Goed”, knikte hij. “Dat is tenminste eerlijk. Ik ken een andere serieuze uitleg. Wij zullen goed uit onze doppen moeten kijken. Ik zal jou eens vertellen waarom.”

Guido stak van wal zonder ophouden. Wat hij allemaal vertelde over Amerika kan ik hier niet neerschrijven, ik zou er een half ‘t Pallieterke voor nodig hebben. Hij ratelde door zonder één minuut rust. Ik zag alleen zijn mond bewegen. Zijn woorden rammelden in mijn oren. Ik verstond niet wat hij zei. Hoe meer hij ratelde, hoe warmer ik het kreeg. Er kwam een zweetdruppel aan het puntje van mijn neus hangen en ik zag de kans te verdwijnen.

Dat kan je onthouden. Als je rilt van de kou, luister dan naar een zeveraar; daar krijg je het warm van.

TdW