Eén trofee is niet genoeg voor regering-Michel

2016-52_02_nollet-planb-mediumHalverwege de legislatuur kan de federale regering een fraai banenrapport voorleggen. Maar dat is allesbehalve genoeg. Er is veel meer nodig om een spoor na te laten in de sociaaleconomische geschiedenis.

“Jobs, jobs, jobs…” Dat is de mantra van de regering-Michel sinds haar aantreden. En zie, ondanks de vele spanningen tussen de coalitiepartners kan de regering na twee jaar een niet-onaardig resultaat voorleggen. Iedereen verwijst naar de toekomstige jobcreatie van 120.000 tussen 2017 en 2019. Dat is natuurlijk hoopgevend en mooie toekomstmuziek. Maar eerder dan naar de voorspellingen te kijken, is het interessant aandacht te hebben voor de realiteit vandaag. En wat blijkt? In 2016 zijn er netto zo’n 55.000 banen bijgekomen. In 2015 waren er dat al 42.000. Opvallend daarbij is dat deze tewerkstelling volledig aan de privésector en zelfstandigenactiviteit is toe te schrijven. Overheidspersoneel komt er niet meer bij. Hun aantal zou de komende jaren zelfs afnemen.

De kwaliteit van de tewerkstelling is dus een stuk beter. Ter linkerzijde is te horen dat dit vooral het gevolg is van de creatie van deeltijdse banen of uitzendarbeid. Volwaardige voltijdse jobs komen er niet bij. Een belachelijke redenering. Een job is een job. Meer dan de helft van de mensen die met het interim-statuut werken, heeft twee jaar later een klassieke voltijdse baan.

De regering kan hier zeker een pluim op haar hoed steken. Want volgens de Nationale Bank zijn deze goede resultaten het gevolg van een aantal beleidsmaatregelen die arbeid een stuk goedkoper hebben gemaakt voor de bedrijven, zodat het interessanter werd om mensen aan te werven. We weten welke maatregelen dat zijn: de indexsprong en de verlaging van de sociale bijdragen voor de werkgevers. Voor de werknemers zelf is er een verlaging geweest in de personenbelasting dankzij de verschuiving van de belastingschalen. Maar aan vakbondszijde is dan weer te horen dat dit een mythe is. Door de indexsprong en een aantal hogere belastingen (zoals de btw op elektriciteit) zijn de beschikbare inkomens gedaald.

Of zo’n moment is het interessant om even naar de cijfers te kijken. En ja: volgens de Nationale Bank is het beschikbaar inkomen vorig jaar in 2015 met 0,7 procent gestegen. In het rapport dat begin december gepubliceerd werd, was er sprake van een stijging van het beschikbaar inkomen in 2016 met 1,8 procent. Dit is deels een voorspelling omdat 2016 nog niet voorbij is. Interessant om te vermelden is dat het over het reële inkomen gaat. Dat is dus over de middelen waarover men beschikt bovenop de voor inflatie (in België hoger dan in de buurlanden) gecorrigeerde inkomens.

Eigenlijk is het de economische logica die hier zijn werk doet: meer concurrentiekracht door de regering betekent meer jobs, dus meer inkomen. En dus meer koopkracht om te consumeren. Het is een realiteit die de bonden niet willen erkennen.

Het is een trofee voor de regering-Michel, maar na twee jaar is één trofee veel te weinig. Er moet nog iets anders gebeuren om te maken dat deze regering haar stempel zal drukken op de sociaaleconomische geschiedenis. Naast het banenrapport dat oké is, moet er ook werk worden gemaakt van gezondere overheidsfinanciën.

Wellicht staat de regering in het voorjaar van 2017 hier voor alles of niets. De Nationale Bank voorspelt dat het begrotingstekort van ongeveer 3 procent volgend jaar zal dalen naar 2,3 procent. Maar belangrijker is dat het structureel tekort rond 2 procent van het bbp zal blijven schommelen. Eigenlijk moet de regering zo’n 8 miljard vinden om dit structureel tekort weg te werken. Zo niet in 2018 dan wel in 2019. Perfect mogelijk aangezien een paar maanden geleden zonder veel problemen één miljard euro werd gevonden om te besparen in de gezondheidszorg. Het zal – zoals hier al vaak gezegd, trouwens – van de besparingen moeten komen, want door de belastingmaatregelen van de regering dalen de overheidsinkomsten de komende jaren tot onder 50 procent van het bbp. Hopelijk komt daar nog een lagere vennootschapsbelasting bij om de bedrijven meer ademruimte te geven en vooral zin om te investeren. Extra belastingen zijn geen optie, want die liggen nu al zo hoog. De limiet is bereikt, wat wil zeggen dat een verhoging van de fiscale druk vooral tot inefficiëntie en lagere belastinginkomsten leidt.

Angélique Vanderstraeten


Tags assigned to this article:
2016-52Beurs

Related Articles

Sport

De Tour is voorbij, laat de  bal maar rollen Dappere Wout De Nederlander Wout Poel stond zondagnamiddag niet op het

Het gelijk van “de kannibaal”

De krant Het Laatste Nieuws publiceerde op 24 december vorig jaar een “opvallende uitspraak” van Eddy Merckx. De beste wielrenner

De Debatclub en het Vlaamse onderwijs

De Debatclub blijft de originele onderwerpen uit de mouw schudden: op woensdag 1 februari gaat alweer het volgende debat door,