De Brusselse ziekte, wat is dat eigenlijk? De vraag zou wat vaker gesteld mogen worden. Het circus rond Vivaqua levert een morbide zwans om het jaar af te sluiten…

En dan nog een mooi Brussels sprookje om het jaar af te ronden. Je treft er alles in wat dit derde gewest zo typeert. Een communautair ingrediënt, het verwijt van “wanbeleid”, maar ook die Vlaams-Brusselse gespletenheid die dwars door enkele Vlaamse partijen loopt. Wellicht geïnspireerd door dit jaareinde gaan we dechronologisch van start.

Vlak voor het kerstverlof stemde het Vlaams Parlement in met een belangenconflict. Nog maar eens (zopas waren er de geluidsnormen) en unaniem, erg belangrijk in dit debat. Water was deze keer het twistpunt. Op zich een boeiend geopolitiek probleem, alleen ging het hier niet over de beschikbaarheid van H2O, dan wel de prijs ervan.

Intercommunales

Noem de naam Vivaqua, en de oren worden gespitst. Het betreft een intercommunale die niet enkel het Brussels Gewest, maar ook verschillende randgemeenten van drinkwater voorziet. Ook sleept het een bedenkelijke reputatie met zich mee. De Brusselse stempel op het clubje is groot. En precies zoals dat past in de oude politieke cultuur is de greep van de partijpolitiek (vooral gemeentelijk geïnspireerd) buitensporig. Het gewicht van die gemeenten uit Halle-Vilvoorde inzake zetels en gewicht is erg beperkt, een gevolg van de Belgische realiteit van weleer.

Er is niet enkel Vivaqua, er is ook die andere intercommunale, Hydobru. Die neemt enkel investeringsbeslissingen (werknemers: amper vijf), terwijl het technische en operationele luik volledig aan Vivaqua overgelaten wordt. Twee elementen kenmerken Hydobru: ze betrekt enkel de 19 gemeenten van het Brussels Gewest en kijkt aan tegen een schuldenberg van om en bij 500 miljoen euro; mogelijk zelfs 600. Nu wil men – lees: de Brusselse politiek – beide clubjes samenvoegen. Een operatie die als een vorm van rationalisering wordt verkocht (klopt ook), maar tegelijk enkel verstrekkende gevolgen teweeg zou brengen. Die schulden vinden hun weg naar de balansen van de fusie, wat een zeker effect op de waterprijs zal hebben. Het protest in de Rand is dan ook terecht: ‘Waarom moeten wij opdraaien voor schulden die we niet veroorzaakten?’

Baas Gansendonck

De oplossing is eenvoudig. Uit het verhaal stappen. Statutair is dit voorzien, de wens is ook uitgedrukt, zij het dat Vivaqua al anderhalf jaar weigert gevolg te geven aan deze vraag. Een patstelling dus. Als dan in het Brussels Parlement alles in het werk wordt gesteld om die fusie door te drukken, moest aan de alarmbel getrokken worden. Pasionaria Liesbet Dhaene (N-VA) confronteerde de assemblee met de realiteit van de stemming rond het belangenconflict in het Vlaams Parlement. Alle partijen stemden voor, terwijl in het Brussels parlement dan weer de meeste Vlaamse partijen – ‘Forza Flandria’ (of klinkt dit te naïef?) was de uitzondering – dan weer tegen de fusie stemden.

Geen benul waar dit dossier zal landen. Wat we wel weten, is dat het o zo Belgisch is. Er is een bepaalde attitude in de Brusselse politiek (trouwens, de nieuwe baas van Vivaqua stond derde in een officieel assessment, maar de politiek – ze heeft een PS-signatuur – besliste daar anders over). Die heeft een hoog anachronistisch Baas Gansendonckgehalte. Wie tegen is, is tegen Brussel, dat is het makkelijke argument. Jammer, maar dat is het ergste nog niet. Dat een bende jongelui genre Els Ampe (zij ging nogal tekeer in voormeld debat) en ook anderen hierin meegaan, is bedroevend. Klagen over Brussel? Onze stelling blijft: een verpletterende verantwoordelijkheid ligt in de Wetstraat, Melsenstraat en andere gekende oorden.

KNIN