Briefje aan Pieter de Crem

Chef in het Cremlin

Mijnheer de geduldige,

Nadat de jonge Sarah Claerhout in oktober, kort na haar opkomst als Kamerlid en nadien als Gentse lijsttrekker, als een komeet met een onverwachte plof neerstortte, en even snel als ze gekomen was het politieke toneel verliet, zaten de tsjeven in de Arteveldestad met een huizenhoog probleem. Wie moest het daar nu met enige geloofwaardigheid tegen de kanonnen van de andere partijen gaan opnemen? Meteen wordt er dan gedacht aan de mogelijke import van bekende krachten, zoals in Antwerpen, waar uw partijgenoot en ‘vriend’ Kris Peeters naar zal verhuizen om er – hopelijk – op zijn minst havenschepen te worden. Voor Gent dacht men eerder al eens aan Joke Schauvliege, maar die haakte al heel snel af. Zij kent zichzelf genoeg om te weten dat zij zo’n clash van lokale titanen niet aankan, frêle als ze is en onzeker. Het mag een wonder heten dat zij het al zo lang uithoudt als Vlaamse minister, want ook daar blinkt zij niet uit in daadkracht en besluitvaardigheid. Het huilen staat haar duidelijk altijd nader dan het lachen. En dan kwam men natuurlijk bij u als provinciegenoot uit…

Maar gij, een door de wol geverfd en bijzonder beslagen politicus, zijt slim genoeg om met bravoure die kelk aan u te laten voorbijgaan en openlijk te kiezen voor uw bloed-en-bodemgemeente, Aalter, waar de De Cremdynastie al meer dan een halve eeuw aan de macht is, en waar het gemeentehuis met een kwinkslag het ‘Cremlin’ wordt genoemd. Gij zijt al jaren titelvoerend burgemeester die zich evenwel laat vervangen tijdens uw minister- en staatssecretarisposten, en die stevig de vinger aan de pols houdt en uw plaatsvervanger keurig op koers houdt. Nadat men u op handen had gedragen als minister van Defensie, een job die gij volgens vriend en vijand meer dan naar behoren hadt gestalte gegeven, moest gij het na het onverkwikkelijke manoeuvre Peeters-Thyssen echter stellen met het staatssecretariaat van Buitenlandse Handel, een pruts. Een troostprijs, zoveel is duidelijk, want er zat niet meer in. Sindsdien doet gij nog meer dan voorheen uw goesting en hebt gij u voorgenomen nog voor niemand de kastanjes uit het vuur te zullen halen. Dus ook niet in Gent.

En gij zegt vrolijk en ongecomplexeerd uw mening, of men dat nu graag heeft of niet. Zo deedt gij vorige week uw partij al in een stille kramp schieten door uw eerder positieve commentaar bij de verkiezing van de nieuwe Amerikaanse president Trump. “We moeten de zaken een beetje dedramatiseren, we mogen er geen karikatuur van maken”, kwaamt gij zonder verpinken zeggen. Bovendien riept gij op om samen te werken met Trump om de belangen van het vrije Westen beter te kunnen verdedigen. Gij zijt een atypische CD&V’er geworden. Gij zijt een conservatieve, rechtste, fatsoenlijke politicus – altijd keurig in het pak overigens – die nog zou gepast hebben in de oude Tindemansgeneratie en die er niet voor terugschrikt om voor elitair uitgemaakt te worden omdat gij uw kinderen naar het prestigieuze jezuïetencollege in Turnhout stuurt. En die bovendien nog een goede Vlaamse reflex heeft, die men bij veel van uw partijgenoten zelfs niet meer kan bevroeden.

Los het dus maar zelf op in Gent en daarbuiten, zegt gij, de neus ophalend en uw tijd afwachtend. Gij weet immers dat gij nog heel veel steun hebt bij de niet-ACW-gezinden in uw partij en dat gij nog net niet te oud zijt om, als het momen daar is, alsnog uw troeven op tafel te leggen en uw verantwoordelijkheid op te nemen.

Gij zijt momenteel niet de meest zichtbare politicus in deze ‘rechtse’ regering, maar zeker niet de minste. Dat hebt gij overduidelijk bewezen met het wegwuiven van het Gentse aanbod. Wij horen nog wel van u, zoveel is duidelijk. En met ons slecht karakter verdenken wij u ervan dat gij wel wat smul hebt in de kopzorgen van Wouterke uit Leopoldsburg.

’t Pallieterke


Tags assigned to this article:
2017-04Briefje

Related Articles

Op de korrel

– Bart de Wever: meer of minder ministers? MINDER! MINDER! MINDER! – In de kersttijd kwam weer die warme oproep: nodig

Lezersbrieven

Een mens als wij? Pallieterke, Ook van mij een reactie op de bespreking door Frans Crols van het boek van

Ook de stad mag geen voedsel verspillen

Misschien kent u de “Restorestjes”, doosjes speciaal ontworpen om na een restaurantbezoek overschotten mee te nemen. Het is een idee