Het gezegde “much to do about nothing” kwam zelden zo tot zijn recht als bij alle trammelant rond het nationaal kampioenschap veldrijden en de erin verwerkte “beruchte” zandstrook. De verwachte winnaar won in Oostende. De rest van het deelnemersveld speelde een figurantenrol. Meer was er vooraf al niet te vertellen.

Achteraf nog minder. Alle aan het “verwachte spektakel” bestede bladzijden en zendtijd verdienden beter. Al denkt organisator Rik Debeaussaert daar stellig anders over. De man beleefde absolute topmomenten. Hij lachte de ganse vaudeville rond “zijn” kampioenschap weg met de dooddoener “slechte reclame is ook reclame”. We gunnen hem dat pleziertje, al zal ook hij wel weten dat de momenten van zijn BV-statuut volledig geschraagd werden door de voetbalwinterstop.

Als de bal even niet rolt, is het blijkbaar tijd om aan hervormingen te denken die alweer garant staan voor, ook alweer, “meer spektakel”. De “grote vijf” van de Jupiler League vinden unisono dat ze op drie fronten, de Europese en eigen competitie en het bekervoetbal, te veel matchen spelen.

Gemakshalve vergeten ze dat ze daar in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor zijn. Het was niet in de bestuurkamers van KV Kortrijk, AS Oostende, SC Charleroi of KV Mechelen dat men pleitte om in eerste klasse de competitie met 18 ploegen en 34 matchen af te schaffen, om plaats te maken voor het huidige systeem met 16 ploegen en de 30 matchen van de “reguliere competitie”, gevolgd door 10 play-offwedstrijden, samen goed voor … 40 matchen.

Wie zijn achterste verbrandt, moet op de blaren zitten. Dat spreekwoord kennen ze bij Club Brugge. Daar wil men terug naar 18 ploegen zonder play-offs. Kunnen we inkomen. In Gent verslikte de geestelijke vader en verdediger van het play-offsysteem Ivan de Witte zich in zijn koffie. Zijn “tegenvoorstel” volgde prompt. De Witte wil van 16 naar 14 ploegen mét play-offs. Om het prutsen compleet te maken, wil Anderlecht 12 clubs in een eerste klasse A en 12 in een eerste klasse B, als beste formule sinds het warme water is uitgevonden. Telkens is het verborgen agendapunt, behalve in Brugge, “weg met de kleintjes”.

Sloophamer

“Tussen experimenteren en verneuken is het verschil klein”, oordeelde sportjournalist Hans Jacobs in Het Nieuwsblad. Gelijk heeft hij, al nam hij niet gepruts aan het nationale voetbal op de korrel, wel wat atletiekbobo’s op wereldniveau willen afbrengen. Ook in de sport lijkt het alsof alles wat “gevestigde waarde” heet, hoogdringend onder de sloophamer van “de nieuwe tijd” moet komen. Wat is er in hemelsnaam mis met de formule van de tienkamp voor mannen en de zevenkamp voor vrouwen? Niks. Tenzij in de koppen van sommige bobo’s die van beide disciplines achtkampen willen maken, waar geen enkele tienkamper of zevenkampster om vraagt.

Nafi Thiam is alvast niet van plan voor een nieuw nummer te beginnen trainen. Gaat de zevenkamp overboord, is de kans groot dat de olympische kampioene zich tijdens de Spelen van Japan volledig toelegt op haar lievelingsnummer, hoogspringen. Toeval of niet, Ashton Eaton, de grootste tienkamper aller tijden, heeft aangekondigd dat hij er op zijn 28ste mee kapt. “Waarom zouden we de manier waarop atletiek wordt gepresenteerd niet mogen veranderen?”, vraagt Sebastian Coe, voorzitter van de internationale atletiekfederatie. Misschien omdat zaken veranderen niet altijd hetzelfde is als die verbeteren? Of is die vorm van redeneren te simpel in de ogen van would-behervormers, ongeacht hoeveel er zijn, en in eender welke sport?