Als de Europese Rekenkamer een verslag publiceert, dan lezen we dat, zeker als het over het klimaat gaat. Het ‘speciaal verslag’ nr. 31/2016 (‘Minimaal elke vijfde euro uit de EU-begroting aan klimaatactie besteden: er wordt ambitieus aan gewerkt, maar het risico dat het doel niet wordt gehaald, blijft groot’) werd in november van dit jaar gepubliceerd.

Als ‘antwoord’ op klimaatverandering en de daarmee gepaard gaande aanzienlijke investeringsbehoeften heeft de Europese Unie toegezegd ten minste 20 procent van haar begroting voor 2014-2020 – dat wil zeggen één op de vijf euro’s – te besteden aan klimaatgerelateerde actie. ‘Deze doelstelling maakt deel uit van het leiderschap van de EU op het gebied van klimaatactie’, stelt de Rekenkamer. Nu ja, leiderschap?

Juiste besteding en/of politieke keuze

De hamvraag die economen zich altijd stellen (ik behoor tot dat vreemde ras) is of de euro die uitgegeven wordt wel aan het best mogelijke doel wordt gespendeerd. Dat is uiteraard ook hier zo. Een euro die naar ‘klimaatgerelateerde actie’ gaat, kan bijvoorbeeld niet naar onderzoek en ontwikkeling in de informaticasector of naar armoedebestrijding in Europa gaan. En het gaat om erg veel geld. De Rekenkamer: ‘Volgens onze schattingen komt het streefdoel (in 2020) overeen met een toezegging van ongeveer 212 miljard euro.’

Volgens de Rekenkamer was het streefdoel van “ten minste 20 procent” van de EU-uitgaven een politieke keuze. Dat is een belangrijke opmerking. Er is dus geen wetenschappelijke ondersteuning voor die 20 procent. Bovendien vergeten we dat het na 2020 niet gedaan is met de monsterfinanciering voor het klimaat.

In 2030 moet er volgens de EU een vermindering van de broeikasgasemissies zijn van ten minste 40 procent (ten opzichte van het niveau van 1990). Het aandeel van hernieuwbare energie in het energieverbruik moet in 2030 ten minste 27 procent bedragen. Tot slot is er ‘het indicatief streefdoel’ om de energie-efficiëntie met minstens 27 procent te verbeteren vergeleken met de prognoses van toekomstig energieverbruik. In 2050 beoogt de EU zelfs haar broeikasgasemissies met een percentage tussen 80 en 95 procent verlaagd te hebben ten opzichte van 1990 in alle belangrijkste sectoren.

Klimaatactie ‘mainstreamen’

De Commissie besloot om klimaatactie te “mainstreamen”. Dat is een duur woord en betekent gewoon de klimaatactie te integreren in alle beleidsterreinen, waaronder verschillende EU-financieringsinstrumenten. Dit omvatte ook het vaststellen van het streefdoel om één op vijf euro’s binnen het meerjarig financieel kader 2014-2020 van de EU te besteden aan klimaatgerelateerde actie. Dit betekent dat geen speciaal financieringsinstrument wordt opgezet, maar dat de doelstellingen in verband met de klimaatverandering moeten worden bereikt door de daarmee samenhangende kwesties te integreren in beleidsterreinen en in de bijbehorende middelen uit de EU-begroting. Dit kan worden bereikt door meer uit te geven aan bestaande klimaatgerelateerde programma’s, bestaande programma’s aan te passen of nieuwe programma’s en elementen te creëren, zoals selectiecriteria die meer gericht zijn op onderwerpen in samenhang met klimaatverandering.

Nattevingerwerk en amateurisme

Voor een programma dat over ruim 200 miljard euro gaat, zou je verwachten dat de EU het erg professioneel aanpakt. Maar dat valt dik tegen. Zo werd het ‘conservativiteitsbeginsel’, dat door de Wereldbank is ontwikkeld om overschattingen bij klimaatfinanciering te vermijden NIET in acht genomen. De Rekenkamer: ‘Deze nalatigheid leidde tot overschattingen van de aan klimaatactie toegekende bedragen.’

De Rekenkamer constateerde ook tekortkomingen in de rapportageregelingen. In tegenstelling tot andere internationale systemen verstrekt het traceringssysteem van de Europese Unie GEEN informatie over de bedragen die zijn besteed aan de mitigatie van en aanpassing aan klimaatverandering. Ter info: bij mitigatie wordt getracht de oorzaken van klimaatverandering aan te pakken door broeikasgasemissies terug te dringen of te beperken, hoofdzakelijk door het energieverbruik te verminderen, de energie-efficiëntie te verbeteren en het aandeel van hernieuwbare energie te vergroten.

De Commissie heeft in het jaarlijks activiteitenverslag van 2015 ronduit erkend dat zij niet met zekerheid kon beoordelen of zij op koers lag om het percentage van 20 procent voor de periode 2014-2020 van het meerjarig financieel kader in zijn geheel te halen. De Commissie beoordeelde de vooruitgang in de richting van het streefdoel van 20 procent in de tussentijdse evaluatie van het meerjarig financieel kader die op 14 september 2016 werd gepubliceerd. Zij schatte dat 18,9 procent van de EU-begroting aan klimaatactie zou worden besteed. De Rekenkamer is veel kritischer: ‘Wij constateerden dat de cijfers voor 2014 en 2015 grotendeels waren gebaseerd op schattingen. Dit was met name het geval bij de Europese structuur- en investeringsfondsen.’ Kortom, amateurisme troef bij de aanpak van de (echte of vermeende) klimaatverandering.

Kritische Rekenkamer

Op belangrijke terreinen, zoals het Europees Sociaal Fonds, landbouw, en plattelandsontwikkeling en visserij, is het voornamelijk “business as usual”: er is geen sprake van een aanzienlijke verschuiving van deze middelen naar klimaatactie. De Rekenkamer is dan ook kritisch over het gevoerde beleid van de Commissie in deze belangrijke domeinen.

De aanpak van de Commissie om het niveau van de financiering voor klimaatactie te beoordelen, is gericht op het vaststellen van geplande uitgaven. De Rekenkamer: ‘Plannen monden echter niet noodzakelijkerwijs uit in daadwerkelijke uitgaven en deze aanpak levert geen uitgebreide informatie op over de bereikte resultaten.’ Daarnaast komen bij deze traceringsmethode de financiële effecten van de EU-uitgaven aan klimaatactie via financiële instrumenten niet volledig tot uitdrukking en evenmin wordt er onderscheid gemaakt tussen financiering voor mitigatie- en aanpassingsmaatregelen.

Besluit

Om de doelstellingen inzake klimaat in 2020 te halen, geeft de Europese Unie ruim 200 miljard euro uit. Je moet de vraag stellen of dat geld goed besteed is (wellicht niet). Maar zelfs als je weet dat die euro’s beter naar een ander doel waren gegaan (armoedebestrijding, of onderzoek en ontwikkeling) dan wil je graag weten wat het effect is en wil je vooral graag correcte cijfers krijgen. Zelfs dat is niet mogelijk. Europa wil het klimaat ‘redden’, maar doet zelfs dat amateuristisch.

Thierry Debels