Ze zijn nog met z’n dertigen en ze zijn minstens 90 jaar oud. Ze hebben een woelig leven meegemaakt, en ze hebben op een zeker moment een keuze gemaakt die achteraf bekeken als ‘fout’ werd gecatalogeerd. Meer nog: zij zijn ervoor gebroodroofd en hebben ervoor geboet in de Belgische kerkers…

Het gaat over ‘un dernier carré’ van een relatief grote groep mannen uit Vlaanderen en Wallonië die tijdens de Tweede Wereldoorlog lid werden van de Duitse Waffen SS en aldus in de militaire collaboratie stapten. Vanaf 1941 konden zij op basis van een Duits decreet aanspraak maken op dezelfde rechten als de Duitsers en de Duitse nationaliteit verkrijgen. Mensen uit de Oostkantons kregen vanaf 1940 automatisch de Duitse nationaliteit en werden toen geherkwalificeerd van zogenaamde Volksdeutschen naar Reichsdeutschen.

Oorlogspensioen

Omdat al die mannen gedurende een bepaalde periode in hun leven de Duitse nationaliteit hadden, ontvangen zij tot op vandaag een oorlogspensioen van de Duitse regering, net als de Duitsers zelf die destijds, al dan niet uit vrije wil, in militaire dienst waren. Op zich is dat een helder verhaal, want enerzijds hebben zij in België hun opgelegde straf uitgezeten, waardoor zij weer vrije mensen werden en de draad van hun leven konden heropnemen, zij het vaak binnen het kader van beperkte rechten als gevolg van de epuratie. Anderzijds keert een land een oorlogspensioen uit aan zijn (toenmalige) burgers. Een tragisch verhaal op basis van tragische gebeurtenissen, zoveel is zeker.

Echter, aan de vooravond van Kerstmis (op 22 december 2016), en 72 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, vinden de Kamerleden Olivier Maingain (voorzitter van DéFi), Véronique Caprasse (DéFi en voormalig Franstalig burgemeester van de Vlaamse randgemeente Kraainem), Stéphane Crusnière (PS) en Daniel Senesael (PS) het nodig een voorstel van resolutie in te dienen om de Belgische regering op te roepen met de Duitse regering “een billijke fiscale en sociale regeling” uit te werken.

De ‘billijke’ regeling die dit gezelschap voorstelt, is in het beschikkend gedeelte van de resolutie zo klaar als een klontje: de Duitse autoriteiten moeten de namen van betrokkenen en de pensioenbedragen meedelen aan de federale regering en van de Duitse regering moet geëist worden de pensioenuitkering stop te zetten. Doordat de Duitsers de namen nooit meedeelden, konden er in al die jaren geen ‘fiscale initiatieven’ worden genomen. Ook dat had België eigenlijk al moeten doen, vinden de indieners…

De val wordt klaargezet…

Het FDF en de PS voeren duidelijk een perfide strategie die duidelijk gericht is tegen de Vlaams-nationale partijen die van oudsher pleitten voor amnestie, maar die van oordeel zijn dat een eerlijk en gefundeerd debat daarover nooit mogelijk is geweest en vandaag zelfs overbodig is geworden omdat de tijd de geschiedenis omsluit. Voor de partijen van Onkelinx en Maingain zal het nooit genoeg zijn en worden de doden zelfs tot in hun graf achtervolgd. Het laatste groepje grijsaards moet het blijven ontgelden, zonder nuance. Militaire collaboratie staat voor hen gelijk aan politieke collaboratie met een systeem. Een jongeman die zijn leven aan het oostfront op het spel zette omdat hij geloofde in een vaag ideaal dat hem vaak was ingelepeld op vooral katholieke colleges – de strijd tegen het goddeloze communisme -, wordt door hen op het niveau geplaatst van politiebeulen en kampcommandanten.

Het valt dan ook te hopen dat N-VA en VB niet in de doorzichtige val van Maingain en zijn handlangers trappen en het voorstel van resolutie ook mee in overweging willen nemen, zonder enig verzet, en het laten doorverwijzen naar een bespreking in de bevoegde commissie. Misschien kan daar dan eens een ultieme poging worden gedaan om tot een ernstig debat te komen en de indieners eens een lesje in geschiedenis en verzoening te geven. Al valt te betwijfelen of daar zelfs nog maar eenvoudige luisterbereidheid voor zal getoond worden. Of zou Laurette Onkelinx misschien wat olie op de golven kunnen komen gieten met het verhaal over haar VNV-grootvader, alias de oorlogsburgemeester van Jeuk?

Wie dacht dat de PS vooral bezig is met het welzijn van de werkman, de arbeidsomstandigheden, de lonen, en werk!, werk!, werk!, weet meteen dat de partij andere prioriteiten heeft: het afnemen van een klein pensioen van hoop en al een dertigtal bejaarde ongevaarlijke grijsaards. Die overigens voor hun daden allemaal gestraft werden en dus met een propere lei hun leven hebben heropgebouwd.

En dan te weten dat de financiële en economische toestand van Wallonië slechter is dan in Griekenland. Ken uw prioriteiten, zouden we zeggen.

Herdenking

Dat brengt ons naadloos bij Karlijn Deene, medewerkster van Geert Bourgeois en gemeenteraadslid in Gent. Zij vergezelde op 10 december 2016 haar 92-jarige grootvader naar de laatste bijeenkomst van de Vriendenkring Sneyssens, een vereniging van voormalige oostfrontstrijders, in Oost-Vlaanderen. Net als het Sint-Maartensfonds enkele jaren geleden, houdt de Vriendenkring Sneyssens ermee op. De leden zijn te oud (meestal rond de negentig) en de inspanning wordt te zwaar om nog af te spreken met de “oude kameraden”.

Karlijn Deene plaatste een bericht op haar Facebookpagina met foto: “Beklijvend moment toen Oswald van Ooteghem hulde bracht aan de gesneuvelde en overleden kameraden, en voor hen de joelkaars aanstak.”

Haar Facebookbericht werd pas weken later opgemerkt door de B.U.B., de Belgische Unie – Union Belge. Die belgicistische minipartij blokletterde op haar webstek: “Openlijke verering nazisme door de N-VA”. En verder: “Een persoon als Deene, die nazi’s huldigt, zou stante pede uit al haar openbare functies ontzet moeten worden.”

De bekende viroloog en anti-Vlaming Marc van Ranst reageerde op zijn Facebookpagina: “Het is stuitend dat een kabinetsmedewerker en speechschrijfster van de Vlaamse minister-president en een N-VA-Kamerlid anno 2017 hun sympathie voor voormalige (zij het hoogbejaarde) nazi-aanhangers zelfs niet meer verbergen, maar nu ook openlijk etaleren, vergoeilijken en verdedigen. Arm Vlaanderen.”

Hij voegde er wat foto’s bij van vorige bijeenkomsten, in een poging om het Vlaams-nationalisme te koppelen aan de collaboratie. De Gentse burgemeester Daniel Termont sprong mee op de kar om Karlijn Deene (gemeenteraadslid in Gent) zwart te maken en te beschuldigen van nazisympathieën.

Mag ik daarom verwijzen naar een artikel van Peter-Jan Bogaert? Op zijn blog publiceerde Bogaert in 2008 een interview met Oswald van Ooteghem.

Ik citeer: “Ik besef dat ik aan mijn laatste levensjaren begonnen ben”, zegt Van Ooteghem, “en dan overweegt het gevoel van deemoed als ik aan die gesneuvelde jonge kameraden van toen terugdenk. Ik heb een goed leven gehad, zij niet. Hen een laatste groet brengen is nu nog mijn grootste en enige levenswens.”

Complexen over zijn verleden heeft hij niet. Nooit gehad. “Er is geen heimwee, geen nostalgie. Natuurlijk waren we naïef toen, en zijn we gebruikt en misbruikt. Grote landen hebben geen vrienden, alleen belangen. Dat is nu nog altijd zo. We zijn blij dat we in een open, democratische samenleving leven, maar de boodschap van Reimond Tollenaere van toen is voor mij nog altijd heel actueel: we streven naar een gelijke plaats voor Vlaanderen in een nieuw Europa. Om het met een boutade te zeggen: van wieg tot in de kist, blijf ik Vlaams-nationalist.”

Ter informatie: Oswald van Ooteghem werd geboren in 1924 en hij vertrok op zeventienjarige leeftijd naar de gruwel van het oostfront. Op 14 augustus vierde hij zijn 92ste verjaardag.

Oostfrontstrijders keerden van het front terug, kregen geen psychologische begeleiding, konden nauwelijks of helemaal niet genieten van medische ondersteuning. Gevangenisstraffen werden kwistig uitgedeeld. Velen hadden traumatische ervaringen opgelopen, aan het front of in Russische gevangenenkampen, en ze moesten maar zien hoe ze daarmee omgingen. Eigen schuld, dikke bult, dachten de belgische overwinnaars. Hoeft het dan te verbazen dat oostfronters elkaar opzochten en elkaar onderling ter hulp schoten?

Wat een verschil met de teruggekeerde Syriëstrijders.

Tot slot: af en toe belandt het (bescheiden) tijdschrift van de “Communauté des Anciens du Front de l’Est”, het blaadje van de Waalse oostfronters, op mijn bureau. Het grote verschil? De Walen trokken naar Rusland met de belgische driekleur op hun mouw genaaid. Ook zij blazen nog regelmatig verzamelen, al dan niet samen met voormalige aanhangers van Rex en Leon Degrelle.

Misschien moet Marc van Ranst eens beginnen met wat boeken te lezen over het Waalse Legioen.

Karl van Camp