Digitalisering en betrouwbaarheid van de VRT

In zijn nieuwjaarstoespraak haalde Luc van den Brande, voorzitter van de raad van bestuur van de VRT, twee grote uitdagingen aan voor de openbare omroep in het nieuwe jaar: de digitalisering, en de betrouwbaarheid. Dat de digitalisering anno 2017 een uitdaging is voor élk mediabedrijf, of eigenlijk zelfs voor elk bedrijf zonder meer, staat buiten kijf. De perikelen die de VRT ondervindt in verband met het nieuwe digitale platform VRT NU onderstrepen dat trouwens voldoende. Zoveel vertraging zou in een commercieel bedrijf al snel dodelijk kunnen zijn.

Maar Luc van den Brande had het ook over de betrouwbaarheid van de VRT. Hij legde daarbij de nadruk op de strijd tegen “fake news”, de modeterm van de dag. Wij denken nochtans dat daar het probleem niet ligt bij de VRT. Of beter gezegd: het probleem van de VRT is niet dat er op de sociale media opzettelijk vals nieuws verspreid zou worden. Het probleem is dat nogal wat kijkers elke dag het gevoel hebben dat het precies de VRT is die opzettelijk leugenachtig, want sterk rood-groen gekleurd nieuws de ether instuurt. En ergst van al: met het belastinggeld van iedereen.

Minstens even ergerlijk is de rol van CD&V’er Luc van den Brande zelf. Hij doet immers opnieuw alsof hij bezorgd is over de neutraliteit en de objectiviteit van de VRT, maar weigert te erkennen dat die neutraliteit en objectiviteit er vandaag gewoon niet zijn. Laat staan dat hij op de nieuwsredactie zou durven ingrijpen om die neutraliteit en objectiviteit eindelijk eens af te dwingen. Er bestaat meer dan genoeg hard cijferwerk dat de partijdigheid van de VRT grondig en uitvoerig documenteert, en dat cijferwerk groeit met de dag nog aan. Met zijn medewerking dus, of toch op z’n minst zijn schuldig verzuim.

VRT NWS

Het is overigens symptomatisch dat ze bij de nieuwsdienst denken dat het probleem van de VRT niet de inhoud, maar de verpakking zou zijn. Daarom ook dat de webstek DeRedactie.be binnenkort van naam verandert, niet in “VRT Nieuws”, zoals eerder aangekondigd, maar in “VRT NWS”. We vragen ons af wie zoiets bedenkt. En hoeveel geld hij of zij daarvoor toegestopt kreeg. Of zouden ze die vondst zelf intern bij de VRT gedaan hebben?

Naweeën ontslag Jahjah

Over het ontslag van Dyab Abou Jahjah kon u verleden week al één en ander op onze voor- en achterpagina lezen. Het liet zich echter raden dat dat ontslag enkele dagen zou blijven nazinderen in de media.

Zo doet er een petitie de ronde met als titel “Kritische stemmen moeten we koesteren, niet broodroven!”, waarin de Vlaamse media “uitgedaagd” worden Dyab Abou Jahjah toch ergens een vrij podium te geven. Met zulke woordkeuzes weet je meteen al uit welke hoek de wind waait, maar we geven toch de namen mee van enkele van de ondertekenaars: Sarah Bracke, Ludo de Witte, Kristien Hemmerechts, Marijke Pinoy en Hilde Sabbe.

Principieel is dat een mooie oproep die we alleen maar kunnen onderschrijven. Maar we kunnen ons niet herinneren dat ook maar één van hen ooit al eens in de bres is gesprongen om bijvoorbeeld Gerolf Annemans of Tom van Grieken een column aan te bieden in De Standaard, Knack of De Morgen. Zouden die twee soms niet kritisch genoeg zijn, of was de oproep van vandaag helemaal niet principieel bedoeld?

Gulden regel

Nog iemand die er geen graten in ziet een verschil in behandeling te eisen naargelang hijzelf het onderwerp dan wel het lijdend voorwerp is van een handeling, is Karel Verhoeven. De algemeen hoofdredacteur van De Standaard was er namelijk niet over te spreken dat men in het Canvasprogramma De Afspraak een boompje had opgezet over de hele affaire rond Dyab Abou Jahjah en zijn ontslag bij De Standaard, zonder iemand van De Standaard uit te nodigen in de studio.

Het is inderdaad niet netjes van de VRT om iemands proces te maken zonder de betrokkene minstens een mogelijkheid tot wederwoord te geven. Maar doet De Standaard dan zelf zoveel beter, wanneer ze nog eens al hun leugenachtige registers opentrekken tegenover de N-VA of het Vlaams Belang?

Trump zet CNN op zijn plaats

Opschudding verleden week in het journalistieke wereldje, omdat de verkozen president Donald Trump tijdens een persconferentie een vraag weigerde aan een journalist van CNN. Donald Trump beschuldigt de zender er immers van vals nieuws te verspreiden, omdat ze het voortouw nam in de berichtgeving rond het rapport over mogelijk Russisch chantagemateriaal.

Nochtans staat het volgens ons Donald Trump volkomen vrij om op zijn persconferenties zelf te kiezen wie hij een vraag laat stellen, en wie niet. Voor zover wij weten, heeft CNN geen grondwettelijk recht om vragen te mogen stellen.

Daarom vinden wij dat de reacties in de media – alweer – met een paar ordes van grootte overtrokken waren, net zoals de berichtgeving bijzonder overdreven was. De hypocrisie droop er vanaf, zoals bijvoorbeeld bij Joël de Ceulaer van De Morgen in De Afspraak. Hij vond het “zorgwekkend dat politici de media verdacht proberen te maken, en de vierde macht ter discussie stellen”. Nochtans eigent die vierde macht zichzelf wel het recht toe om politici verdacht te maken, en dan in het bijzonder Donald Trump, en dat op een wel zeer kwaadaardige en leugenachtige wijze.

Maar het is vooral in het tweede deel van zijn uitspraak dat Joël de Ceulaer ferm uit de bocht gaat. Wat is er principieel fout aan dat de vierde macht eens ter discussie gesteld wordt? Meer zelfs: volgens ons is dat niet alleen helemaal niet fout, het zou eigenlijk een permanente oefening moeten zijn. Als journalisten niet kunnen verdragen dat de kwaliteit van hun werk in vraag wordt gesteld, zit het volgens ons goed fout.

Donald Trump is Steve Stevaert niet

Het is niet moeilijk de reden te zoeken waarom Joël de Ceulaer en de rest van het journaille zo vijandig reageerden op de terechtwijzing van Trump: hij had overschot van gelijk. Vergelijk maar eens hoezeer de pers maandenlang de gelekte maar wel degelijk authentieke en bijzonder compromitterende mails van de Democraten probeerden achter te houden, terwijl ze nu de twijfelachtige inhoud van een hoogst onbetrouwbaar rapport met een recordvaart tot in de kleinste en goorste details op de straatstenen smeten. Hier klopt dus iets niet.

Vergelijk de hele saga maar eens met de manier waarop de pers (niet) berichtte over de seksvideo van Steve Stevaert. In het geval van Stevaert bestond er immers helemaal geen twijfel over zijn “exploten”, de vraag was alleen of er een video van bestond of niet. Toch probeerde de pers alles zoveel mogelijk toe te dekken, en vond ze van zichzelf dat ze het deksel nog niet hard genoeg op de doofpot had geschroefd toen aan het Albertkanaal een fiets gevonden werd en er twee regenjassen ronddreven. Wat een verschil in behandeling, want wanneer het over Donald Trump gaat, kunnen de details over een video waarvan helemaal niet zeker is dat hij bestaat niet breed genoeg uitgesmeerd worden.

Albers terug naar De Tijd

Isabel Albers, jarenlang hoofdredactrice van De Tijd, maar sinds april verleden jaar eerst hoofdredacteur van Het Laatste Nieuws en daarna zakelijk journalistiek directeur van De Persgroep Publishing, verhuist dus opnieuw naar De Tijd.

Ze zeggen dat ze zeggen dat ze in de functie van zakelijk journalistiek directeur niet bepaald haar draai vond, en dat ze op de redactie van De Tijd te zeer gemist werd. Bij de kranten van het concurrerende Mediahuis konden ze het in ieder geval niet laten een smeuïg verhaal bij mekaar te schrijven onder de titel “Ploegopstelling De Persgroep draait in de soep”. Alsof bij Mediahuis alles altijd van een leien dakje loopt. Het zou natuurlijk ook kunnen dat men bij De Persgroep gewoon een beetje flexibeler is met de functies en de opgaven dan bij Mediahuis. Waarmee we maar willen zeggen: ook een kwaliteitskrant is er niet vies van haar lezers een platte roddel voor te schotelen wanneer het over de concurrentie gaat.