Wordt het niet hoog tijd dat de band tussen Vlaanderen en Brussel zonder taboes besproken wordt? Te veel bouwt men voort op het verleden, zonder rekening te houden met gewijzigde omstandigheden. Onderwijs is in dit debat een eerste obligate halte.

Is het met de band tussen Brussel en het Vlaamse hinterland een beetje als met die “special relationship” tussen de Britten en de Amerikanen? Het bestaan ervan wordt regelmatig benadrukt, zij het meer met woorden dan met daden. In werkelijkheid heeft het minder om het lijf dan de voorstelling laat vermoeden. Maar bovenal: de grotere broer, in casu de VS, vindt die band maar niets, om niet te zeggen dat ‘president-exit’ Obama er enkel minachting voor voelt. Zijn we te streng? Mogelijk, want de Vlaamse overheid investeert wel degelijk in Brussel en met de Brusselnorm op een schaal die beduidend hoger ligt dan de krimpende groep van de bevolking met een Nederlandstalige identiteitskaart op zak. En toch. Dat verschillende zaken herbekeken zullen moeten worden, staat in de sterren geschreven.

Lode Craeybeckx

Bepaalde (politieke) banden evolueren, niet zelden als gevolg van wijzigende omstandigheden. De Amerikaans-Britse verhoudingen tijdens de nadagen van de Tweede Wereldoorlog kunnen amper vergeleken worden met de 21ste-eeuwse realiteit. ‘Brussel laat Vlaanderen niet los’, de gekende uitspraak van de toenmalige Antwerpse burgemeester Lode Craeybeckx, duikt wel vaker op. Hij deed die in… 1954, in een heel ander politiek klimaat, maar vooral op een moment dat de Brusselse sociologie zo anders oogde. Zeker in het onderwijs springt deze realiteit in het oog.

Een breed onderwijsaanbod is een van de meest visuele voorbeelden van Vlaamse aanwezigheid in Brussel. Vele duizenden jonge Brusselaars lopen er school, veelal anderstaligen, zoals dat heet. Toen Craeybeckx zijn uitspraak deed, was er amper zo’n aanbod en bleek het (Franstalig) onderwijs een geweldig efficiënte verfransingsmotor te zijn. Inmiddels is de slinger helemaal doorgeslagen. Anders dan in die jaren is het aanbod er wél, zij het dat de vraag door de slinkende groep ‘Brusselse Vlamingen’, toch het kernpubliek, implodeerde. En dan nog vallen verschillende onder hen, als gevolg van het ridicule inschrijvingssysteem en de belachelijke voorrangsregeling (of het ontbreken ervan), uit de boot. Steeds meer sturen ze hun kinderen naar scholen in de Rand. Of keren ze Brussel resoluut de rug toe.

Zelfingenomen klasse

Als je een bepaalde zelfingenomen Vlaams-Brusselse politieke klasse aanhoort zou je het tegendeel vermoeden, maar de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), de politieke vertegenwoordiging van de Brusselse Vlamingen, eet wel degelijk uit Vlaanderens hand. Tijdens de recente begrotingsbesprekingen wees de N-VA nog eens op de realiteit dat 94 procent van de VGC-middelen uit Vlaanderen komen. En geen 33 procent zoals andere partijen beweerden. Tegen de achtergrond van deze financiële realiteit, moet eens een serieus onderwijsdebat gevoerd worden. Want als er heel wat argumenten pro zijn voor de huidige aanpak, zijn er ook heel wat contra’s die op zijn minst tot bepaalde bijsturingen nopen.

KNIN