De Oxford Dictionary heeft “Post-Truth” tot hét woord van 2016 verkozen. In Duitsland gebeurde hetzelfde met de vertaling “postfaktisch”. In het Nederlands wordt dat dan “postfeitelijk.” U zult het begrip nog vaak zien opduiken in 2017, want het fungeert als de nieuwe verdedigingslijn die de traditionele media hebben opgebouwd tegen het aantasten van hun rol als politieke scheidsrechter. De uitdagers in de sociale media en de politiek zijn in hun ogen “postfeitelijk” van aard. Een intellectuele manier om te zeggen: zij liegen, wij zeggen de waarheid.

Het woord “post-truth” wordt eigenlijk alleen gebruikt in de politieke sfeer. “Postfeitelijke politiek” is politiek die wordt gevoerd op basis van gevoelens en politieke overtuiging en waarbij de waarheid een tweederangsrol vervult. Lang voor de Engelstalige commentatoren over “post-truth politics” begonnen te praten, hadden hun Vlaamse collega’s het al over de “politiek van de onderbuik”, een laatdunkende verwijzing naar politieke bezorgdheden die afweken van wat zij als fatsoenlijk of aanvaardbaar achtten.

Een traumatisch jaar

2016 was een traumatisch jaar voor het politieke bestel. Voorheen waren de rechtse “populisten” weliswaar een bron van kopzorgen, maar op het einde van elke politieke krachtmeting bleef alles toch weer zoals het was. Rechts bleef de eeuwige uitdager, met geen enkele titel op zijn naam.

Vorig jaar werd alles anders. De brutale schok van de Brexit werd enkele maanden later gevolgd door de verkiezing van Trump. Ongeloof maakte plaats voor verbijstering en ten slotte voor onzekerheid. Vandaag probeert de journalistieke kaste zich weer van de grond op te tillen. Ze klopt het stof van haar kleren en zoekt naar een nieuw zelfvertrouwen. In het verwerkingsproces helpt het dan jezelf wijs te maken dat die vreselijke gebeurtenissen het resultaat zijn van vuile trucjes van de vijand.  Daar past dan mooi de theorie van het “postfeitelijke” in, het verhaal dat rechts zijn successen enkel te danken kan hebben aan leugens.

Vals nieuws en propaganda

Laat ons vooraf duidelijk zijn: degenen die de grote hoeveelheid “vals nieuws” op de sociale media aanklagen, hebben wel degelijk een punt. Ook mij valt het op hoeveel manifest foute nieuwsberichten worden geloofd en gedeeld op sociale media. Die komen trouwens niet enkel uit rechtse hoek.

Het is ook waar dat het internet een actieterrein is voor Russische propaganda-activiteiten, via webstekken die geleid worden vanuit het Kremlin of via mensen die betaald worden om internetfora en sociale media te overspoelen met Poetingezinde commentaren (zogenaamde “trollenfabriekjes”). Deze Russische propaganda heeft inderdaad de neiging in te spelen op de problemen die het gevolg zijn van de multiculturele samenleving.

Maar als de klassieke journalisten zichzelf proberen te vertellen dat nepberichten, leugens of Russische propaganda het electorale succes van rechts verklaren, wachten hen nog vele ontgoochelingen. Valse nieuwsberichten op Facebook of andere sociale media zijn het onvermijdelijke gevolg van de specifieke en ongeregelde debatomstandigheden op zulke media. Maar zij zijn enkel de uitwassen van een fundamentele politieke omwenteling die in het geheel een stuk realistischer in beschouwing is dan de politiek correcte verhalen van journalisten. Wat de echte politieke leugens betreft, zal rechts nog heel veel inspanningen moeten doen voor het ooit in dezelfde gewichtsklasse als links kan boksen, in het bijzonder inzake leugens over de multiculturele samenleving.

Dat alles mag geen excuus zijn voor rechts om niet aan zelfkritiek te doen. De werkelijkheid is meer dan rijk genoeg aan feiten die het failliet van het beleid van de vorige politieke generatie aantonen. Er zijn echt geen domme en doorzichtige overdrijvingen nodig, die uiteindelijk enkel munitie leveren aan degenen die terechte politieke kritiek pogen in diskrediet te brengen. Het wordt ook dringend tijd om meer afstand te nemen van de alomtegenwoordige Russische staatspropaganda. Die is geen vriend van de waarheid, en al evenmin van het Westen.

De postfeitelijke media

Liesbeth van Impe (hoofdredactrice van Het Nieuwsblad) schreef op oudjaar: “Populisten als Trump staan voor een totaal andere verhouding tot de waarheid.” Het is ironisch dat onze journalistiek Trump tot synoniem heeft gemaakt van een politiek stijl die de waarheid geweld aan doet. Want de Vlaamse berichtgeving over die Amerikaanse verkiezingen mag net een toonbeeld heten van een journalistieke stijl die geen enkele waarheidsbetrachting meer had. Verslaggevers gedroegen zich ongegeneerd als supporters van het democratische kamp. Trump werd neergezet als een verachtelijk idioot, terwijl Clinton en Obama bedolven werden onder kritiekloze lofredes. Feiten waren ondergeschikt aan het politieke discours, in een onversneden vorm van “postfeitelijke” journalistiek.

Decennialang hebben deze media “postfeitelijk” nieuws gebracht, waarin alles wat niet in het eigen ideologische plaatje past werd weggefilterd of kapotgeduid. En nu gaan degenen die de waarheid op systematische wijze hebben verdonkeremaand zich zorgen maken over de incidentele nepberichten op sociale media? Het is trouwens niet dat ze, ondanks de timide pogingen tot zelfonderzoek na de beschamende tekortkoming bij de massale aanrandingen Keulen, hun leven hebben gebeterd. De berichtgeving over de asielcrisis, bijvoorbeeld, was ook vorig jaar een schrijnend voorbeeld van eenzijdigheid.

Niets bracht de kwalen van onze media zo aan het licht als de zaak-Van Biesen, hoe onbelangrijk dat incident voor het overige ook was. Niemand wist wat hij had gezegd, maar hij werd door de pers onmiddellijk uitgespuwd. En toen duidelijk werd dat hij niet had gezegd wat hem oorspronkelijk werd toegedicht, volgde enkel stilte. Kitir (allochtoon, vrouwelijk en links) had net iets te veel het ideale profiel van een moderne heldin om ontmaskerd te worden als iemand die van een leugen had geprofiteerd om zich politiek te profileren.

In zijn kerstessay in De Standaard, identificeert hoofdredacteur Karel Verhoeven de hoofdzonden van politiek debat op sociale media als emotie, engagement en minachting voor de waarheid. Waren dat niet precies de drie kenmerken van de berichtgeving over de zaak-Van Biesen?

De verloren geloofwaardigheid

Het klopt dat de sociale media een goede voedingsbodem zijn voor complottheorieën, propaganda die zich vermomt als nieuws en valse berichten met grote verspreiding. Maar de klassieke media hebben te veel geloofwaardigheid verloren om daar nog tegen in te gaan. Ook politici als Trump hebben immuniteit verworven voor mediakritiek. Meer zelfs, negatieve berichtgeving wordt door zijn aanhangers gezien als een keurmerk.

Als de media ooit hun geloofwaardigheid willen terugwinnen, zullen ze toch een paar nieuwe inzichten moeten opdoen. Want zelfs in hun analyse van de rol van leugens in de hedendaagse politiek blijkt dat ze nog niet veel bijgeleerd hebben. Hou op met de balorige kiezers of geëngageerde socialemediagebruikers af te schilderen als naïevelingen of onredelijke idioten. Wat deze mensen scheidt van de journalisten is niet een andere waarheid, maar andere waarden.

Zolang de journalistieke kaste zich niet kan bevrijden uit de gevangenis van politieke correctheid en de ideologische consensus onder intellectuelen van vorige eeuw, zal ze steeds irrelevanter worden. Jammer, eigenlijk, want ik denk dat referentiepunten, bakens van redelijkheid en waarheid, wel degelijk nodig blijven. Maar zolang de redacties het als hun heilige taak zien om leugens te bestrijden, niet omdat het leugens zijn maar enkel omdat het rechtse leugens zijn, zullen de klassieke media gezag blijven verliezen.

Jurgen Ceder