Hoe leg je de hoofdstad uit aan de Metropool? Uw dienaar koos voor een directe aanpak. Niet rond de pot draaien en een kat als dusdanig benoemen. Schrijver dezes was te gast om voor Marnixring Lieven Gevaert aan de oever van de Schelde wat over het wel en wee van Broekzele te kletsen.

En daar staat een mens voor de afdeling van een serviceclub in het Antwerpse, de Marnixring om die niet bij naam te noemen. “Kan je eens over Brussel komen spreken”, klonk de vraag die KNIN enkele maanden geleden voorgeschoteld werd. Komende van een man die de eloquente titel van ‘nationaal protocolmeester’ draagt, klinkt zo’n vraag niet enkel retorisch, ze is het ook. Maar waar beginnen? Geschiedenis en romantiek werden heel bewust achterwege gelaten; een zakelijke en feitelijke doorsnede van Brussel anno 2017 werd de focus. Het maakt van uw dienaar geen heraut van de blijde boodschap, maar daar kunnen sinjoren wel tegen.

Negatieve cijfers

Gaat het goed in Brussel? Nee, absoluut niet. Er gaapt een geweldige kloof tussen de feiten en de beeldvorming. Cijfers en indicatoren wijzen in één negatieve richting, toch slaagt een politieke-mediatieke kaste erin deze te verdoezelen. Of probeert dat toch. Het is een beetje als die leugen die op de loop gaat en steeds door de waarheid achterhaald wordt.

‘Brussel is een rijk gewest met een arme bevolking’, het is een vaak gehoorde oneliner. Guy Vanhengel poneert graag dat “Brussel welvaart creëert”, maar dat moet op conto geschreven worden van de bedrijven en de activiteiten eigen aan de hoofdstedelijke functie. Ondanks de bestuursstructuren, zouden we er cynisch aan kunnen toevoegen. Wat dat bestuur wel aangewreven kan worden, toch tot op zekere hoogte, is het sombere deel van voormelde oneliner: de arme bevolking. Of je nu kijkt naar de tewerkstelling, armoedegegevens of fiscale elementen, fraai oogt het plaatje niet. Neem daar de ‘Uberfremdung’, criminaliteit en nog wat dingen die het leven onaangenaam maken bij, en de verleiding om Broekzele de rug toe te keren, wordt wel erg groot. Maar kunnen we ons dat veroorloven?

Effect op de Rand

Het draait niet enkel rond Brussel, maar ook over een steeds breder wordende Rand. Als het regent in Brussel, druppelt het in de Rand, ook al oogt de situatie de voorbije jaren alsof de kraan wijd open is gedraaid. Brusselse Vlamingen zijn er niet zoveel meer; velen onder hen omarmen trouwens een soort van kosmopolitisch fata morgana en hebben enkel dedain voor Vlaanderen. Het is een sfeertje waar ook de politieke klasse volledig in ondergedompeld is. Is de herhaling de moeder van de wijsheid? Vaak is ze ook een instrument om klinkklare onzin tot beproefde waarheid om te vormen.

Strategisch denken

En waar staat Vlaanderen in dit alles? De vraag prikkelde de Marnixringers. Verschillende opties kwamen aan bod. De causaliteit tussen Brussel en de Rand is onmiskenbaar, waarom dan niet de aandacht leggen op de bestuursinstrumenten van de hoofdstad? De problemen aan de bron aanpakken, zeg maar. Aan het andere einde staat de mening dat men Brussel maar beter de rug toekeert, én de geldkraan toedraait. Uiteraard levert zo’n discussie geen eensluidend en pasklaar antwoord op. Maar de hoffelijke reflectie leverde alvast wat strategisch denken op. En dat reikt al verder dan wat binnen de omwalling van het Vlaams Parlement gebeurt, of net niet gebeurt…

KNIN