Lange tijd heeft de pers geprobeerd het te minimaliseren, maar de Franse voorsteden worden al dagen geteisterd door rellen en vernielingen. Daarmee zal het thema veiligheid een steeds belangrijkere rol spelen in de presidentscampagne. Marine Le Pen wrijft zich in de handen.

Aulnay-sous-Bois: 23 auto’s en vijf containers in de fik gestoken. Een bus aangevallen. Argenteuil: een betoging, vernielingen aan auto’s. Rellen met de politie. Nanterre: vernieling van een postkantoor. Bobigny: vernieling van een bankkantoor, een MacDonalds en een garage. Een groep schoolgaande kinderen werd geïntimideerd en bestolen. Villepinte: kapotslaan van graafmachines op een bouwwerf. Beschadiging van een brandweerwagen. Torcy: rellen en vernielingen op het gemeenteplein. Tremblay-en-France: schade door relschoppers aan een schoolgebouw en een politiekantoor.

Reden voor dit geweld in de Parijse voorsteden? Op 2 februari vond in Bobigny (Sein-Saint-Denis, één van de Parijse voorsteden) een antidrugscontrole plaats. Een zwarte jongeling Théodore – Théo voor de vrienden – zou tijdens die controle gesodomiseerd zijn met een wapenstok. Een onderzoek achteraf wees uit dat het om een ongeluk ging. Maar sinds het incident bekend raakte, nam het protest tegen de politie toe. Met rellen en vernielingen als gevolg.

De antiracistische lobby op bezoek

President François Hollande bracht een bezoek aan Théo die in het ziekenhuis werd opgenomen. Dat leidde tot kritiek ter rechterzijde. Niet omwille van het bezoek op zich, wel omdat Hollande in oktober vorig jaar thuis bleef toen twee Franse agenten zwaar verbrand raakten bij een aanval op hun wagen in Viry-Châtillon. Ondertussen heeft eerste minister Bernard Cazeneuve een aantal antiracistische organisaties ontvangen. Hun boodschap: het racistische geweld tegen minderheden moet stoppen. De Franse linkerzijde heeft er als vanouds oren naar.

Over de rellen die nota bene uitbreken in een tijd dat de noodtoestand geldt, daar wordt amper over gesproken. De linkse regering ziet al die ‘jongeren’ als slachtoffers. Ze hebben geen kansen gehad, raken niet op de arbeidsmarkt, ze lijden onder de discriminatie… Het is het bekende riedeltje. Er zijn de voorbije jaren nochtans miljarden euro’s overheidsgeld naar de ‘banlieues’ gevloeid. Zonder resultaat.

De waarheid achter de gebeurtenissen wordt amper vermeld. Ten eerste: de voorsteden zijn steeds meer de verloren gebieden van de republiek aan het worden. De politie durft er nog amper te komen. Wat daar heerst, is de wet van de ‘caids’, de bendeleiders die goed verdienen aan de drugshandel.

En dan is er nog de radicale islam die meer en meer verankerd raakt in de voorsteden. Dat is niet nieuw. Het kan geen kwaad te herinneren aan de nooit geziene rellen van 2005. De aanleiding was inderdaad de elektrocutie van Zyed Benna en Bouna Traoré, die zich verstopt hadden in een elektriciteitskast toen ze op de vlucht waren voor de politie. Maar aanvankelijk bleven de rellen beperkt tot Clichy-sous-Bois. Dat alle Franse voorsteden plots in brand stonden, was een gevolg van het politieoptreden als reactie op de eerste rellen. De politie had een traangrasgranaat afgeschoten in de buurt van een moskee, en dat tijdens de ramadan. Dat werd al snel opgeklopt tot “de vergassing van een moskee”. De agitatie van moslimfundamentalisten deed de rest.

Vandaag is er op dat vlak in de voorsteden niet veel veranderd. Integendeel. Een onderzoek van het Institut Montaigne (september 2016) leert dat 28 procent van de inwoners van de voorsteden voorstander is van de invoering van de shariawet. Bij de jongeren is dat zelfs 50 procent.

Een echo van 2002

Er is in Frankrijk een parallelle samenleving ontstaan waarvan het demografische, economische en ook het politieke gewicht alleen maar toeneemt. Linkse politici durven de problemen niet te benoemen. Uit politieke correctheid maar ook om het moslimelectoraat niet te schofferen. De centrist Emmanuel Macron (eigenlijk een windhaan) maakte het vorige week zeer bont. Er werd niet direct een verban gelegd met de rellen, maar bij een bezoek aan Algerije deed hij lustig mee aan de klassieke linkse victimisatie van de Franse minderheden. Macron koos voor de klassieke historische analyse waarbij de vroegere Europese politieke elite met een schuldgevoel wordt opgezadeld. Volgens de kandidaat van ‘En Marche!’ was de kolonisatie door de Fransen een misdaad tegen de mensheid. Een uitspraak die ter rechterzijde voor heel wat verontwaardiging zorgde. Links voelde zich ongemakkelijk bij de stelling van Macron, en de academische wereld lachte ze weg.

Waarmee het thema van de voorsteden en de etnisch-religieuze verdeeldheid plots onderdeel werden van de verkiezingscampagne. Marine Le Pen van het Front National kon er tot voor kort enkel van dromen. Analisten horen nu al een echo van 2002 toen het thema van de veiligheid in februari in de campagne opdook. Zoals bekend haalde vader Jean-Marie Le Pen toen de tweede ronde. Nu lijkt het zelfs niet uitgesloten dat Marine Le Pen de verkiezingen wint. Tenminste, als veiligheid een centraal verkiezingsthema blijft.

Salan