“Het voelt goed om even Washington te verlaten en naar de echte Verenigde Staten terug te keren.” Donald Trump? Neen, senator Joe McCarthy, in een toespraak in 1951.

Met mccarthyiaanse methodes

In Vlaanderen is Joe McCarthy in de nevelen van de geschiedenis verdwenen, maar in de Verenigde Staten is hij nog springlevend. Het regende het afgelopen jaar beschuldigingen van mccarthyisme aan het adres van Trump in de liberale (= links in de VS) media. Trump maakte het hen gemakkelijk met zijn soms wilde uithalen, met beschuldigingen die in de lucht bleven hangen en met methodes die soms goed gelijken op die van McCarthy. Maar de essentie van de zaak is dat de huidige media weten dat Trump op veel punten gelijk heeft en ze hem toch politiek correct verketteren terwijl ze indertijd jarenlang even politiek correct en laf opportunistisch McCarthy steunden.

Communistenjager

Joe McCarthy wordt in 1908 in de Mid-West geboren, in Wisconsin, de staat waar Hillary Rodham hooghartig weigerde te verschijnen en die haar, met Pennsylvania en Michigan, de das omdeed. Het geboortestadje van McCarthy is nog volledig blank en erg christelijk. De latere politicus is de zoon van een hardwerkende katholieke boerenfamilie. Hij is een knappe jongen met veel charme, vriendelijkheid, energie en intelligentie, al kan hij soms agressief uit de hoek komen. Hij heeft rechten gestudeerd maar neemt onmiddellijk vrijwillig dienst bij de mariniers in 1942. Al tijdens zijn legerdienst denkt hij aan een loopbaan in de politiek en hij vraagt zijn familie iedere inwoner van Wisconsin een brief te zenden met de vraag hem te steunen voor de verkiezingen in de Amerikaanse Senaat, waar iedere staat twee leden heeft. Begin 1947 slaagt hij in zijn opzet. Veel krijgt hij niet voor mekaar. Hij is de hele tijd op zoek naar een zaak die hem publiciteit oplevert. De omstandigheden helpen hem. In 1949 slagen de georganiseerde gangsters van Mao erin het corrupte nationalistische bewind van Chiang Kai-sjek omver te werpen en bloedig de macht over te nemen. Een jaar later vallen de Noord-Koreaanse communisten Zuid-Korea aan. Aanvankelijk is de reactie van de Amerikanen eerder lauw, maar voor jonge politici is de communistische agressie een godsgeschenk om naam te maken. McCarthy komt op televisie en hij vertelt voortdurend dat bij de aanvang van het presidentschap van de democraat Truman 180 miljoen mensen door de communisten verdrukt werden en inmiddels zijn het er al 800 miljoen. In de Verenigde Staten begint voor de tweede keer op dertig jaar tijd een “Red Scare”, de angst dat de democratische instellingen ondermijnd worden en rijp zijn om in de handen van de Amerikaanse collaborateurs van de moordenaars in de Sovjet-Unie te vallen. Vooral de jonge senator van Californië, ene Richard Nixon, maakt naam. Maar Nixon is nog enigszins voorzichtig. Liberaal Amerika is wel geschokt door zijn aanvallen op een belangrijke ambtenaar van Buitenlandse Zaken, Alger Hiss, op de zogenaamde atoomspionnen Ethel en Julius Rosenberg, op de Hollywood Ten. En zeker in Europa steekt men graag de kop in het zand. Iedere zaterdagavond probeert Jan Albert Goris (Marnix Gysen) met zijn kroniek uit Amerika de luisteraars van het NIR te overtuigen dat onschuldige bloedjes vervolgd worden. Inmiddels weten we dat Nixon gelijk had. Het gekke is dat McCarthy tot op vandaag vereenzelvigd wordt met die beruchte zaken terwijl hij er niets mee te maken had. De “achtbare senator” van Wisconsin wil echter niet achterblijven bij zijn succesvolle collega uit Californië en lanceert op zijn beurt een offensief. Hij beweert dat hij een lijst bezit met de namen van 205 communisten bij Buitenlandse Zaken die de politiek van de VS ondermijnen. Het zijn absurde beweringen en met bewijzen komt hij nooit. McCarthy laat verder uitschijnen dat president Truman en zijn ministers Acheson en Marshall (stafchef in de oorlog) zwakkelingen en zelfs passieve medewerkers van de roden zijn. De Amerikanen slikken het als zoete koek, want inmiddels sneuvelen duizenden Amerikaanse jongens in Korea. Journalisten weten dat hij niet echt de waarheid spreekt, maar “waar rook is, is vuur”. McCarthy zal dat toch niet allemaal uit zijn duim zuigen? Bovendien  is hij vriendelijk en beleefd, organiseert leuke feestjes voor journalisten en hij is altijd goed voor een snedig citaat dat het goed doet op de voorpagina.

Met de kop tegen de muur

Bij de presidentsverkiezingen van 1952 is Dwight Eisenhower, gewezen opperbevelhebber in Europa, de kandidaat van de Republikeinen. Hij verafschuwt zijn partijgenoot McCarthy maar durft hem niet tegenspreken. “Om hem geen belangrijk forum te geven”, verklaart hij achteraf zijn weinig moedige houding. McCarthy wordt de voorzitter van een subcomité in de Senaat dat “government operations” mag controleren op extreemlinks gedrag. Vooral lagere ambtenaren worden onbarmhartig op de rooster gelegd; sommigen die voor of tijdens de oorlog wat sympathie toonden voor de Sovjetbondgenoot verliezen hun baan. Het FBI van Hoover speelt hem voortdurend dossiers toe, en tot groot plezier van het FBI zegt McCarthy dat de CIA geïnfiltreerd is door communisten (eerder nazi’s volgens Trump). McCarthy rekruteert een paar helpers. Vooral de New Yorkse advocaat Roy Cohn is een pitbull die geen enkele remming heeft om mensen te breken. Ook homoseksuelen komen in het vizier van McCarthy en Cohn, omdat zij te chanteren zijn wegens hun “pervers” gedrag. De beschuldigingen worden almaar wilder, tot McCarthy met zijn kop tegen de muur botst. Ook het leger zit vol communisten, maar door hoorzittingen die op televisie uitgezonden worden, blijkt dat McCarthy wraak wil nemen omdat één van zijn medewerkers niet vrijgesteld wordt van militaire dienst. In een beruchte confrontatie gaan Cohn en McCarthy af als gieters. Cohn moet ontslag nemen en McCarthy verliest zijn voorzitterschap. De Senaat blameert ten slotte openlijk McCarthy voor zijn gedrag. Joe McCarthy, een zware drinker, wordt een wrak. Hij drinkt zich letterlijk dood, al zegt men jarenlang dat hij het slachtoffer is van een acute hepatitis. Nauwelijks 48 jaar oud sterft hij, in 1957, nog altijd senator, al stonden zijn kansen voor een herverkiezing er slecht voor. Cohn wordt een beruchte advocaat en de raadsman van… Donald Trump. In 1973 wordt de vastgoedtycoon door Justitie ervan beschuldigd dat hij geen negers wil in zijn appartementen. Cohn verdedigt hem en eist van de regering een schadeloosstelling van 100 miljoen dollar. Daar komt niets van in huis. De zaak wordt met een achterkamertjesdeal geregeld. Cohn sterft in 1986 aan … aids. Feitelijk heeft McCarthy het tegenovergestelde van zijn doelen bereikt. Zijn inquisitie wordt jarenlang en soms met veel succes misbruikt door kaviaarlinks in Europa om de VS als een fascistische staat af te schilderen en het Oostblok voor te stellen als een rechtvaardiger maatschappij.

Maar geen mccarthyiaanse doelen

Nogmaals, in zijn methodes gelijkt Trump wat op McCarthy, maar fatsoenlijke mensen geven hem gelijk als hij de grenzen van zijn land in eer wil herstellen, als hij de op hol geslagen globalisering afwijst die de rijkste Amerikanen nog rijker maakt, als hij zijn twijfels uit bij de klimaatverandering. Die klimaatverandering is er wel degelijk, maar wordt niet door wat diesels veroorzaakt, wel door de ongeremde bevolkingsexplosie in Afrika en Azië, waar het Westen de gevolgen van draagt.

Jan Neckers