Zuid Afrika – 2017 wordt een bijzonder jaar voor Zuid-Afrika. Eind dit jaar wordt immers beslist wie het voorzitterschap van de regeringspartij, het ANC, zal overnemen. Dat die strijd in het teken zal staan van de opvolging van Jacob Zuma – in 2019 – als president van Zuid-Afrika, staat buiten kijf.

Horrorjaar

Dat 2016 noch voor Zuma noch voor zijn partij een jubeljaar was, staat als een paal boven water. Het Amerikaanse blad “Time” klasseerde toen niet toevallig Zuid-Afrika onder de  meest politiek risicovolle landen ter wereld. De president moest inderdaad klap na klap incasseren. Er was vooreerst de vaudeville rond de vervanging van zijn bekwame minister van Financiën Nene eind 2015, wat eindigde met de benoeming van drie ministers op het departement in één week tijd, en het terug aanduiden van Pravin Gordhan, die de post al eerder had bekleed. Er was het Nkandlaschandaal, de buitensporige uitgaven voor zijn  residentie in Kwazulu-Natal waarvan hij nu – althans een beperkt deel – moet terugbetalen. Maar vooral was er de “staatskaping”, de ontoelaatbare inmenging van de Indische zakenfamilie Gupta in het aanstellen van ministers alsook de belangenvermenging die daarmee gepaard ging en waarbij de naam Zuma regelmatig opdook. Het leverde hem een negatief verslag op van “openbaar beschermer”, ombudsvrouw Thuli Madonsela, dezelfde die ook de Nkandla-affaire had onderzocht.

Gevolg en reactie

De rekening kwam bij de lokale verkiezingen in augustus vorig jaar waar het ANC meer dan 8 procent moest inleveren en het bestuur verloor over drie belangrijke metropolitaanse zones: Tshwane (Pretoria), Johannesburg en Nelson Mandelabaai (Port Elisabeth). Met alle gevolgen van dien. Blijkbaar tegen de verwachting van Zuma in, werd op de vergadering van de Nationale Uitvoerende Raad (NEC) van de partij eind november een motie van wantrouwen tegen hem ingediend, motie die slechts door het optrommelen van alle getrouwen kon worden verijdeld. Zelfs zijn minister van Buitenlandse Zaken, Nkosazana Dlamini-Zuma, ex-vrouw van de president, moest ijlings vertrekken uit Kameroen waar ze op missie was voor de Afrikaanse Unie, de organisatie van Afrikaanse staten, en huiswaarts keren.

Voor zich uitschuiven

Sindsdien is Zuma opnieuw overgegaan tot zijn fameuze strategie van het voor zich uitschuiven van de problemen. Dat was reeds het geval toen hij in het eerste decennium van deze eeuw voor de rechter moest verschijnen omwille van zijn vermeende corruptie in het wapenschandaal. Hetzelfde gebeurde toen hij geconfronteerd werd met Nkandla. Het werd niet anders in de Gupta-zaak. Immers, omdat de ombudsvrouw te weinig concrete bewijzen in handen had, deed ze in haar verslag eind oktober vorig jaar het voorstel om binnen de maand een commissie samen te stellen geleid door een door de voorzitter van het Hooggerechtshof aangestelde rechter, commissie die dan binnen zes maanden de zaak grondig moest onderzoeken.

Sindsdien wordt Madonsela – wiens ambtstermijn midden oktober afliep – door Zuma aangevallen o.m. omdat ze geen rekening zou hebben gehouden met het principe van de scheiding der machten. Zuma was immers van oordeel dat hij de betrokken voorzitter moest aanduiden. Tevens probeert hij via Madonsela’s opvolgster, Busisiwe Mkhwebane van wie meer en meer personen beginnen te geloven dat ze op Zuma’s hand is, de aandacht af te leiden van zijn problemen door het terug oprakelen van een zaak die zou zijn gebeurd tijdens de laatste jaren van het blanke bewind. Toen zouden door de Reservebank grote bedragen zijn geleend aan bepaalde banken (waaronder de bekende Absabank), bedragen waarop achteraf niet altijd intrest is betaald. Zowel Mandela als zijn opvolger Mbeki bleek daarvan op de hoogte te zijn maar hebben daar nooit werk van laten maken omdat ze vreesden de positie van een aantal banken zo in gevaar te brengen en de kleine aandeelhouders te zullen treffen. Dat was niet naar de zin van advocaat Paul Hoffman, voorzitter van de non-profitorganisatie Accountability Now, die de zaak in 2011 terug onder aandacht van Madonsela bracht. Deze zat echter op dat ogenblik zo over haar oren bezig met het onderzoek naar de talrijke affaires waarbij Zuma betrokken was, dat ze er evenmin energie in stak. Dat de affaire nu een heet hangijzer is geworden, is volgens waarnemers dan ook duidelijk een poging van de Zumaclan om de aandacht van het publiek in een andere richting te duwen. Of hoe boeman apartheid opnieuw zijn nut bewijst.

Machtsstrijd

Hoe dan ook, het is voor Zuma onontbeerlijk dat na hem – in 2019 – een persoon aan de macht komt die hem tegen verdere vervolging kan beschermen. Wie dit jaar tot ANC-voorzitter wordt verkozen, is van het grootste belang, vermits die hoogstwaarschijnlijk ook de volgende president van Zuid-Afrika wordt. En hoewel van ANC-kant nu ten stelligste wordt ontkend dat de strijd om dat voorzitterschap al is gestart zijn er duidelijk twee kampen en twee kandidaten.

Vooreerst is er de reeds vernoemde Nkosazana Dlamini-Zuma, ex-vrouw van de president, minister van Buitenlandse Zaken en uittredend voorzitster van de Afrikaanse Unie. Zij heeft de steun van de Vrouwenliga van de partij, van de Jeugdliga, van de veteranen van de strijd tegen het blanke bewind en vooral van de premiersliga, een reeks toplui op provinciaal niveau. Van haar wordt verwacht dat ze Zuma, wanneer ze wordt verkozen, de hand boven het hoofd zal houden. Haar naam is echter een handicap.

Daarnaast is er huidig vicepresident Cyril Ramaphosa die, ondanks zijn verleden als zakenman, kan rekenen op de twee andere pijlers van de regeringsalliantie, de linkse vakbond Cosatu en de Zuid-Afrikaanse Communistische Partij (ZAKP). Zijn achilleshiel is het drama van Marikana waar in augustus 2012 32 protesterende mijnwerkers werden gedood. Ramaphosa was inderdaad medebeheerder van de Lonminmijn waar het drama plaatsgreep. Weliswaar werd hij later vrijgepleit, maar men kan verwachten dat het in volle opvolgingsstrijd terug zal worden opgerakeld.

Uiteraard is nog altijd een ander scenario mogelijk. Temeer omdat de twee grote kampen ook uit diverse clans bestaan die elk hun eigen agenda hebben. Een hele reeks namen van compromiskandidaten doen dus al de ronde. Deze van Zweli Mkhezi (ANC thesaurier-generaal), van Kgalema Motlanthe, die al in 2008-2009 een tijd president was toen Mbeki voorbarig was afgetreden, van de vroegere schatkistbewaarder Mathews Phosa en van Jeff Radebe, een belangrijke adviseur van Zuma, die door waarnemers als een bruggenbouwer wordt beschouwd. Want, alhoewel het al jaren meermaals ten onrechte werd voorspeld, is een scheuring binnen de partij niet geheel uit te sluiten.

Jan van Aerschot