Leontyne Price 90

Leontyne Price 90

De naam Leontyne Price zegt Vlamingen weinig, maar Amerikanen des te meer. Ze was de eerste zwarte operadiva. Ze werd een icoon die aantoonde dat getalenteerde negers welkom waren op plaatsen waar ze lange tijd werden uitgespuwd.

Het meisje uit Mississippi

Price werd negentig jaar geleden geboren in het toen nog gesegregeerde Mississippi. De familie had het niet breed maar Leontyne en broer George (later een van de eerste zwarte generaals in het Amerikaanse leger) werden opgevoed in een hecht gezin; een groot verschil met vandaag – meer dan 80 procent van de zwarte kinderen wordt buiten het huwelijk geboren met armoede en criminaliteit als gevolg. De familie Price bezat een piano waar de jonge Leontyne graag op speelde. Ze vergezelde haar tante die de was deed voor de blanke familie Chisholm en ze mocht bij die mensen wat dollars verdienen als huishoudhulpje. Mrs. Chisholm viel van haar stoel toen ze de teenager hoorde zingen en moedigde haar aan van muziek haar beroep te maken. De blanke dame begeleidde zelf Price in jeugdconcerten. Price volgde middelbaar onderwijs in een zwarte school en trok dan naar een zwarte hogeschool om lerares muziek te worden. Maar ook daar viel haar stem op en moedigde iedereen haar aan professioneel te zingen. Met de steun van familie en vrienden, en vooral het geld van de Chisholms, trok Price naar New York waar ze een beurs kreeg voor Juilliard, het beste Amerikaanse conservatorium. Ze trad een paar keer op in studentenproducties van opera’s en realiseerde zich dat ze graag op een scène stond. Probleem was dat de VS maar weinig operaschouwburgen telden en dat die het liefst Europese sterren inhuurden en weinig Amerikanen, laat staan een zwarte Amerikaanse die “blanke” rollen wou zingen. Gelukkig was er de opera van George Gershwin: Porgy en Bess (al duurde het tot 1985 vooraleer de Metropolitan het werk opvoerde en de liefhebbers de echte partituur hoorden en niet de travestie door jazz-zangeressen). De Amerikaanse regering subsidieerde een gezelschap dat de opera opvoerde en stuurde het in het kader van de Koude Oorlog voor een tournee naar Europa, om te bewijzen dat negerartiesten gelijkwaardig waren in de VS. Price kreeg de hoofdrol, ontmoette er de bariton William Warfield, met wie ze trouwde en die ze na vijftien jaar verliet, want ze was liever getrouwd met haar loopbaan. Bij haar terugkeer in de VS werd ze concertzangeres met kunstliederen (Fauré, Poulenc, Wolf, enz.), want in de opera was geen plaats. Televisie had nog een opvoedende rol en zender NBC ensceneerde geregeld een opera. Price kreeg begin 1955 haar kans in Puccini’s Tosca. Verscheidene lokale zenders (ook in het Noorden) die met NBC samenwerkten, weigerden een opera uit te zenden met een negerin in de rol van een Romeinse sopraan. De Amerikaanse regering zond haar opnieuw op wereldtournee, o.a. naar Indië en Australië. In 1957 maakte zij eindelijk haar debuut op een Amerikaanse operascène en inmiddels kreeg zij een machtige beschermer: Herbert von Karajan. De Salzburger hoorde Price, was onder de indruk en zag dat een connectie met een zwarte sopraan een mooie kans was om zijn naziverleden wat uit te wissen. 1958 was het jaar van haar grote doorbraak… zij het wel in Europa. Op korte tijd volgden debuten in Londen, Wenen en de arena van Verona waar ze een triomf boekte in Aida naast Franco Corelli. Ze gaf een concert op de wereldtentoonstelling in Brussel, uitgezonden door het toenmalige NIR. Ik heb in de VRT-archieven tevergeefs naar een tape gezocht. Of niet opgenomen of gewist, want op archiefgebied was de omroep een woestijn.

De belangrijkste Amerikaanse diva (en nog zwart ook)

Einde de jaren vijftig, begin de jaren zestig bestond er geen internet, maar er was nog wel cultuur. Operavoorstellingen en concerten werden in alle media aangekondigd en gerecenseerd. Met wat vertraging bereikten de triomfen van Price haar vaderland, en RCA sleepte haar voor de microfoon voor een eerste lp met kunstliederen. De Metropolitan stond ook aan de deur. In 1955 maakte de alt Marion Anderson als eerste zwarte zangeres haar debuut in de schouwburg. Ze was zeker geen zwarte activiste, maar progressief Amerika had van haar een symbool gemaakt en zodoende kreeg zij de eer, al bleven er nauwelijks resten van haar ooit indrukwekkende stem over. Price was echter “the real thing”; een sopraan zoals er één of twee per generatie verschijnen. Zij en Franco Corelli debuteerden tezamen in New York in Il Trovatore in januari 1961. Het was hysterie. De New Yorkers erkenden onmiddellijk een uitzonderlijke zangeres en dan nog zwart ook, zodat ze zichzelf heel liberaal konden vinden. De legende zegt dat het applaus 42 minuten duurde, maar iemand die aanwezig was meldde mij dat 12 minuten dichter bij de waarheid is. (Probeer het eens. Na vijf minuten smeek je om genade).

Alle aandacht ging naar Price en Corelli was zo boos dat hij zwoer dat hij nooit meer met haar zou zingen; een belofte die hij exact zeven dagen hield, waarna ze beiden nog elf jaar geregeld met elkaar optraden. Ter gelegenheid van haar debuut verscheen ook haar eerste operarecital en toen kon iedereen het fenomeen horen: een buitengewoon mooi rokerig getimbreerde stem, homogeen van bodem tot top, een perfect legato, met een klank die over het orkest zweefde. Kortom, een droom in Verdi en Puccini. De ingenieurs zorgden ervoor dat de mooie, zekere maar niet zeer volumineuze topnoten wat meer ‘body’ hadden. Vanaf dan was Price een diva die recital na recital en integrale na integrale opera opnam. (ik heb er 18, plus een stapel piraten). Karajan was zelfs bereid haar begeleider te zijn in de mooiste kerstplaat ooit. Price was dol op haar eigen opnames, die ze voortdurend speelde. Logische uitleg: “Waarom zouden anderen mijn stem mooi vinden als ik ze zelf niet mooi vind.”

Alle grote Amerikaanse steden eisten dat ze zou verschijnen op de tournee die de Metropolitan jaarlijks hield; ook Atlanta in 1964. Voor de receptie die het begin was van het high society-seizoen werd ze echter niet uitgenodigd, maar de general manager van ‘de Met’ bood haar zijn arm aan, dus kon men haar de toegang niet ontzeggen. Het was het einde van de discriminatie van zwarte zangers in Georgia.

God bless America

Price ontsnapte niet aan de “Black Power”-beweging einde de jaren zestig. Ze liet zich dus een afrokapsel aanpraten en in interviews over haar loopbaan “vergat” ze de Chisholms te noemen. Die zotheid ging over en ze kreeg een hekel aan het belachelijke politiek correcte Afro-American. “I’m an American, full stop”, zei ze. In de jaren zeventig beperkte ze haar operarepertoire en ze zong bij voorkeur concerten. De stem werd iets minder soepel en veranderde nogal eens qua kleur en timbre van voorstelling tot voorstelling. Zingen werd tien jaar later af en toe grollen, en de stem van Price geleek soms op Ella Fitzgerald die Leontyne Price imiteert. In 1985 zong ze haar laatste voorstelling als Aida. Uit beleefdheid werd geschreven dat ze nog altijd even goed was als twintig jaar vroeger. Concerten met makkelijke liederen en spirituals bleef ze nog lang geven, tot ze in 1997 definitief stopte. Nog eenmaal verscheen ze voor een publiek toen de 75-jarige opdook bij een concert na de aanslagen op het WTC. De immens patriottische Price zong voor de laatste keer “God bless America”. Ieder mens reageert anders op een stem. In mijn agenda staat ze bij de sopranen van de laatste zeventig jaar op 1, voor Tebaldi, Callas, Sutherland en Caballé.

Jan Neckers


Tags assigned to this article:
2017-08Jan Neckers

Related Articles

De liberalen vrijen met Congo

De liberalen bespeelden de jongste vijftien jaar actiever dan gelijk welke partij de betrekkingen met Congo. Hoofdzakelijk zijn het MR’ers,

Nationaal Stadion

Brusselse expansieplannen worden duidelijker De kranten brengen momenteel weinig nieuws over het geplande nationale voetbalstadion in Grimbergen, maar achter de

Fiscaal paradijs Londen

Na het Brexit-referendum werd al snel besloten dat Londen niet langer het financiële centrum van Europa zou kunnen blijven. Frankfurt