2017-07_02_Maarten-Van Rompuy_schepen (Medium)Vorige week nam Geertrui Windels, de echtgenote van Herman van Rompuy, met slaande deuren ontslag als (enige) Nederlandstalige schepen van Sint-Genesius-Rode. Ze haalde daarbij zwaar uit naar haar Franstalige collega’s uit het schepencollege en deed een boekje open over de eindeloze pesterijen die ze de voorbije vier jaar heeft ondergaan. De persartikels die dit opleverde zouden verplichte lectuur moeten zijn in het middelbaar onderwijs want jonge mensen beseffen vaak niet hoe Franstalige politici neerkijken op al wie Nederlandstalig is.

Stank voor dank

Het duo Van Rompuy-Windels woont al enkele decennia in deze faciliteitengemeente, maar keek wat neer op de lokale gemeentepolitiek. Ze lieten dit werk over aan de welbespraakte Anne Sobrie, dochter van Puck Algoet, de laatste Nederlandstalige burgemeester van Rode. In 2012 was Herman Van Rompuy Voorzitter van de Europese Raad en hoopte men via het lijsttrekkerschap van Geertrui Windels  op extra stemmen van Europese ingezetenen. Windels haalde toen een verdienstelijke persoonlijke score van bijna 1.500 stemmen, maar de Vlaamse eenheidslijst ‘Respect’ bleef hangen op 34,5 procent van de stemmen versus 65 procent voor de Franstalige eenheidslijst ‘Intérêts Communaux’. Door het bijzondere kiessysteem voor de zes faciliteitengemeenten werd Windels automatisch schepen.  Zij zetelde dus vier jaar lang in het schepencollege en maakt nu opnieuw plaats voor Sobrie, met de aankondiging bovendien dat ze niet meer zal opkomen in 2018.

In de pers was Windels dus bijzonder scherp voor de Franstalige schepenen, die haar blijkbaar van in het begin onophoudelijk hebben gepest en gechanteerd. Het budget voor de schamele bevoegdheden die haar waren toegewezen (Nederlandstalige cultuur, bibliotheek, milieu- en afvalbeleid) werd systematisch verminderd ondanks de subsidies die zij bij de Vlaamse overheid wist los te weken. Zo werd haar jaarbudget voor milieu plots uitgehold van 30.000 naar 6.000 euro. Windels werd op alle mogelijke manieren tegengewerkt en haar bevoegdheden werden meteen uitgehold wanneer zij succes boekte. Ambtenaren kregen het verbod om met haar samen te werken; haar dossiers ontving ze pas de avond voor de zitting van het schepencollege. Ondanks deze negatieve ervaringen bleef ze behulpzaam voor haar collega’s. Ze zette hen op het spoor voor Vlaamse subsidies voor rioleringen en klaslokalen, maar kreeg alleen stank voor dank. De Nederlandstalige cultuurraad werd niet langer erkend als adviesorgaan en verloor zijn subsidies, terwijl er wel 15.000 euro gevonden werd voor een campagne waarin de inwoners werden opgeroepen zich als Franstalig te registreren.

Onbegrijpelijk braaf

Opmerkelijk was dat Windels het meest werd tegengewerkt door Sophie Wilmès van de MR. Inmiddels werd dit Kamerlid gebombardeerd tot minister van begroting in de federale regering Michel. Zelfs burgemeester Rolin (cdH) zat blijkbaar in zijn maag met het arrogante pestgedrag van Wilmès, maar hij durfde haar nooit terechtwijzen. Sinds Wilmès minister werd, zou ze wat beleefder geworden zijn, maar de tegenwerking bleef duren.

Het is goed dat Windels dit allemaal naar buiten brengt. Wel is het bijzonder jammer dat dit nu pas gebeurt, terwijl de pesterijen al zolang aanhouden. Het is haast onbegrijpelijk te noemen dat Windels dit allemaal is blijven slikken en nooit eens stevig met de vuist op tafel klopte, bijvoorbeeld tijdens de gemeenteraad of via een persartikel. Blijkbaar wenste zij tot op het einde een soort loyauteit te onderhouden ten overstaan van de andere schepenen, terwijl er omgekeerd alleen maar misprijzen was. Het is echt wel typisch voor de onderdanige Vlaamse mentaliteit: Nederlandstalige mandatarissen proberen doorgaans goed te doen voor iedereen en hard te werken voor het algemeen belang, terwijl de Franstaligen altijd in de eerste plaats werken voor hun eigen achterban.

Homans en Weyts

In haar afscheidsinterviews haalt Windels ook uit naar de Vlaamse N-VA-ministers Homans (bevoegd voor Binnenlands Bestuur) en Weyts (Vlaamse Rand) omdat die de Vlaamse mandatarissen veel te weinig zouden ondersteunen. Zo is de praktijk om registers voor Franstalige inwoners aan te leggen (zodat ze bijvoorbeeld een Franstalige kiesbrief kunnen ontvangen) nog steeds onwettelijk, ook al werd ze gesuggereerd in een arrest van de Raad van State. Homans en Weyts zouden richtlijnen moeten uitwerken voor de Vlaamse mandatarissen om de aanleg voor zulke registers  te bestrijden, maar blijkbaar schuiven zij het dossier voor zich uit. Het is tijd dat de Vlaamse regering hierover eindelijk eens duidelijkheid verschaft.

We willen graag eindigen met een tip voor de Nederlandstalige mandatarissen uit de faciliteitengemeenten. Het getuigenis van Windels zou verder uitgedragen moeten worden. Best ook in andere talen. Veel anderstalige kiezers uit de zes faciliteitengemeenten zijn een stuk gematigder dan de francofone verkozenen. Als ze kennis zouden hebben van het hatelijke pestgedrag van bepaalde burgemeesters en schepenen en de wijze waarop zij kansen en middelen verspelen voor een goed bestuur, dan zouden ze allicht niet langer hun stem geven aan deze fanatici. Ondanks de onloochenbare demografische achteruitgang aan Nederlandstalige kant, kunnen de kiesresultaten bij een goede campagne ook de andere richting uitgaan.

BL