In ‘De Geldmakers’ vertelt journaliste Véronique Goossens wat er zich achter de schermen van de Nationale Bank afspeelt. Eén van de meest opvallende vaststellingen is dat de Nationale Bank in een sterk gefederaliseerd land een belgicistisch bastion is. Regionale economische indicatoren worden in studies met tegenzin meegegeven en lopen vaak jaren achter.

In een Histories-uitzending op Canvas twintig jaar geleden, over Gaston Eyskens, vertelde Mark Eyskens het volgende: zijn vader werd als jong econoom met meer dan gewone aandacht gevolgd door een paar directeurs van de Nationale Bank van België. Eén van hen zei tegen Gaston Eyskens: ‘U bent een briljant econoom. U zou moeten komen werken op de studiedienst van de Nationale Bank. Maar er is een probleem: u bent een Vlaming.’

In de jaren dertig van vorige eeuw was de Nationale Bank een belgicistisch-francofoon bastion. En daar is slechts zeer langzaam verandering in gekomen. Dat leert de lectuur van De Geldmakers (Polis, 294 blz., 22,50 euro) van Kanaal Z-nieuwsanker Véronique Goossens. Zij neemt de lezer mee achter de schermen van de instelling aan de Brusselse Berlaimontlaan. Ze doet dat aan de hand van een aantal portretten van personen die een belangrijke rol spelen of gespeeld hebben bij de Nationale Bank. Eén ervan is huidig directeur Marcia de Wachter (CD&V-signatuur). In het hoofdstuk dat aan De Wachter is gewijd, gaat het natuurlijk ook over haar beschermheer Fons Verplaetse, gouverneur van de Nationale Bank van 1989 tot 1999. Hij was slechts de tweede Vlaamse gouverneur sinds de oprichting van de instelling in 1850. Robert Vandeputte (1971-1975) ging hem voor.

Verplaetse mag dan een Vlaming zijn geweest, de man had niet echt een Vlaamse reflex. Toen hij gouverneur was, veranderde België in een federale staat, maar in de beheersorganen van de Nationale Bank was daar weinig van te merken. In 1994 vroeg Vlaams minister van Begroting en Financiën Wivina Demeester dat de deelgebieden een plaats zouden krijgen in onder andere de regentenraad, zeg maar de raad van bestuur van de Bank. Ze refereerde daarbij naar een studie die aantoonde dat dit in andere federale staten wel het geval was. In Duitsland zijn bijvoorbeeld de Länder toegetreden tot de Bundesbank. Verplaetse vond dat niet nodig.

Daarmee trok hij de lijn van het verleden door. In de Nationale Bank werd pas vanaf de jaren zestig in het Nederlands gecommuniceerd. Het gros van het personeel was vanaf die periode wel Nederlandstalig, maar in de topfuncties waren ze ondervertegenwoordigd. 46 procent van de kaders was Nederlandstalig, maar de hoogste functies – directeur, onderdirecteur en inspecteur-generaal – bleven een exclusief Franstalige aangelegenheid. Reden was dat er aanvankelijk gewoon geen Nederlandstalige examens werden afgenomen voor de topfuncties.

Pas in de jaren zeventig kwam daar langzaam verandering in. En het klinkt hallucinant, maar pas in 1987 werden er voor de kaderfuncties vaste percentages bepaald voor elke taal.

De Nationale Bank begon langzaam maar zeker te vervlaamsen, maar het blijft tot op de dag van vandaag een belgicistisch bastion. Dat blijkt uit vele studies die de bank aflevert. Daarin zijn slechts met mondjesmaat regionale economische cijfers in terug te vinden. Werkloosheidsstatistieken, jobcreatie, inkomsten en uitgaven van de sociale zekerheid, fiscale recettes,…. Het blijft met een vergrootglas zoeken naar regionale indicatoren. En als de Nationale Bank regionale cijfers deelt met de wereld, dan lopen die jaren achter.

Een oude erfenis van Fons Verplaetse die zich jarenlang bleef verzetten tegen regionaal cijfermateriaal. Zijn opvolger, de PS’er Guy Quaden (1999-2011) bleef volgens Goossens “een even unitaristische visie huldigen”.

Ere wie ere toekomt: het is sp.a-directeur Norbert de Batselier die er zich als hoofd van het departement statistiek over verwonderde dat hij diep moest graven vooraleer aparte cijfers over Vlaanderen, Brussel en Wallonië te vinden waren. Onaanvaardbaar voor De Batselier, die vond dat hiermee de economische realiteit gedeeltelijk werd verduisterd.

Na veel trekken en sleuren slaagde hij erin daar verandering in te krijgen. Onder gouverneur Luc Coene (2011-2015) werd een opening gemaakt in de richting van regionaal opgesplitst cijfermateriaal. Het moet gezegd: de studiedienst Nationale Bank doet dat met tegenzin, maar hij kan moeilijk anders. De druk kwam ook van buitenaf. Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Commissie, drong aan op het hanteren van regionale statistieken.

Angélique Vanderstraeten