Op dinsdag 24 januari werd ik in het AZ van Vilvoorde geopereerd aan mijn linkerknie. Na de ingreep had ik alle tijd om mijn archieven eens door te nemen. Nog in de ban van het succes van mijn oude gabber Hugo Broos tijdens de Afrikacup, was ik vooral op zoek naar Belgische trainers die ooit naar Afrika wilden vertrekken.

Tot mijn grote verbazing viel mijn oog op een interview dat ik eeuwen geleden maakte met Rik Coppens, de Keizer van Antwerpen.

Wijlen Rik Coppens was in grote vorm tijdens dat gesprek. Hij gaf toe dat er interesse was uit Zaïre, onze oude kolonie, om daar een ploeg te trainen. Rik was uitgenodigd door Jean-François David, een Haïtiaan, familie van dictator Baby Doc, en getrouwd  met een nicht van Mobutu. Jean-François wilde hem als trainer van zijn ploeg, AS Vita.

Toen ik hem vroeg wat er dan gebeurde, startte de Antwerpenaar een monoloog: “Jean-François David was een Don Juan, die geen bal van voetbal kende, maar die waarschijnlijk de Bernard Tapie wou uithangen. David zei dat ik mij bij mijn ploeg moest gaan voegen, 150 km verder, ergens in de brousse. Er was mij nochtans beloofd dat ik in Kinshasa kon logeren.”

Buitenspel

“Ik kreeg wel een auto met chauffeur toegewezen. Die man leek op een orang-oetang, die in het begin niets anders deed dan mijn gouden tanden begluren. Na een rit door het oerwoud waren we om middernacht bij mijn ploeg. De spelers lagen te slapen op matrassen, de één naast de andere, in een enorm ‘dortoir’. Dat scheen daar een enorme luxe te zijn.

De volgende ochtend besloot ik het oefenveld te gaan bekijken. Oei, oei… Gewone mensen kunnen daar amper op lopen!

Ik vroeg om een vriendenwedstrijd, zodat ik de boel tactisch een beetje kon bijstellen. Waar die andere ploeg vandaan kwam, weet ik niet, maar die spelers kwamen hangend aan een autobus toe, al helemaal in voetbalplunje. Een match duurde drie uur, door de veelvuldige onderbrekingen.

Er hingen daar geen netten in het doel en lijnen waren er ook al niet. Als de bal in het publiek rolde, dan was er inworp. Over buitenstel zullen we maar zwijgen, dat bestond gewoon niet. Ocharme die arbiter, die riskeerde elke match zijn leven.

Tijdens het weekend ging ik terug naar Kinshasa, om onze concurrent Imanen te scouten in het Nationale Stadion, een vervallen Heizel. Men plaatste een stoel in het midden van de atletiekpiste en daar moest ik gaan zitten. Na een goed uur komt er een afgevaardigde van Imanen naar mij toe. Hij zei dat ik moest ophoepelen want dat er anders ongelukken gingen gebeuren. Imanen wilde niet spelen zolang die blanke daar zat. Ik kuis hier mijn schup af, dacht ik zo bij mezelf, ze zoeken het maar uit.”

Zo verging het Rik Coppens in Zaïre.

Ja, dat is ook Afrika…