Het is mode om, met president Trump aan de macht, handenwringend te verwijzen naar de jaren dertig en de opkomst van het nationaalsocialisme en de Nieuwe Orde. Wie kan daar beter een oordeel over vellen dan een Duitser? Dan nog een Duitser die op hoog niveau gestaan heeft.

Luister naar ex-president Joachim Glauck: “De huidige situatie in Europa is anders. Er zijn meer democraten die de democratie verdedigen en er zijn over het algemeen veel betere socialezekerheidsstelsels. Tegenwoordig bestaat er bij de verschillende bevolkingen, behalve economische en sociale problemen, vooral een diffuse angst dat hun manier van leven en hun identiteit in het gedrang komt door de globalisering en immigratie… We hebben intensiever contact nodig met degenen die bang zijn. Democratie is het systeem waarin dat kan lukken en waarin we de problemen kunnen overwinnen. De sterke man of vrouw die sommigen wensen is niet de oplossing. Maar de verlichte politiek heeft een taal nodig die niet alleen voor de elite begrijpelijk is. We mogen het eenvoudige woord niet overlaten aan de populisten en de bangmakers.”

Gewone burger

Vandaag is Joachim Gauck opnieuw een gewone burger in zijn vaderland. Hij werd opgevolgd door Frank-Walter Steinmeier (SPD), tot dan minister van Buitenlandse Zaken in het derde kabinet van Angela Merkel.

Gauck gaf bij zijn afscheid een interview aan vijf Europese journalisten en Juurd Eijsvoogel, correspondent van NRC in Berlijn was erbij. De vertrekkende president heeft rustgevende antwoorden voor zijn landgenoten en de Europeanen. Hij gelooft in het slagen van de Europese Unie: “Velen beweren dat de Europese Unie op sterven ligt, en enkelen wensen het, maar die zijn niet in de meerderheid. Net als in bijna alle Europese landen bestaat er bij ons een renationaliserende beweging. Maar de Duitsers blijven trouw aan het Europese project. Tegelijk hebben zij net als veel andere Europeanen kritische vragen over aard en toekomst van de EU. Maar dat betekent niet dat er in Duitsland voor het idee om uit de EU te treden een politieke meerderheid is. Gelukkig niet. Wel is de huidige situatie heel anders dan aan het begin van mijn ambtsperiode… Destijds heb ik ook gepleit voor een steeds hechtere EU. Nu zou ik eerder zeggen dat we zoiets als een vertraging nodig hebben, zonder ons doel uit het oog te verliezen. Vooral na het Brexit-referendum wordt juist duidelijk hoe intensief we moeten praten met dat deel van de bevolking dat sceptisch staat en dat minder aan het politieke debat deelneemt. En we moeten het subsidiariteitsbeginsel nog serieuzer nemen: als het zinvoller is dingen nationaal te regelen dan op Europees niveau, dan zou dat ook moeten gebeuren.”

Gauck werd geboren in 1940 in een dorp aan de Oostzee. Zijn ouders waren lid van de NSDAP. Hij studeerde theologie, werd dominee (in de DDR, want Oost-Duitsland was zijn nieuwe land) en huwde een schoolvriendinnetje. Na de val van de Muur werd Gauck verkozen voor het laatste, en democratische, DDR-parlement. De levensloop van Gauck heeft overeenkomsten met die van Angela Merkel. Dat is de reden waarom ze op den duur een goede tandem vormden, hoewel de kanselier er aanvankelijk tegen was dat Gauck president zou worden. Hij was partijloos en werd voorgedragen door de SPD en de Groenen in 2010, maar de Bondsdag en de afgevaardigden van de deelstaten kozen voor Christian Wulff. Die werd na twee jaar gedwongen om af te treden, na een schandaal, en pas dan werd Gauck staatshoofd. Hij verwierf snel respect in die rol en hij veroverde het hart van Merkel, die ageerde om hem voor een tweede termijn te doen verkiezen. Dat lukte niet; de goedlachse sociaaldemocraat Steinmeier kwam aan zet.

Trots

Is Gauck trots op Duitsland? Hij vertelt: “Als tiener voelde ik mij erg ontheemd. Ook omdat ik in de DDR woonde en de communisten de democratie om zeep hadden geholpen. Als jongeman las ik de gedichten van Schiller en was ik thuis in de mooie Duitse taal – om vervolgens beetje bij beetje van de ongelooflijke moordpartij in het Derde Rijk te horen, die vanuit deze zo cultuurrijke en getalenteerde natie was ontstaan. Daarom had ik, net als veel leeftijdgenoten, een erg negatieve verhouding met Duitsland. Het was niet ons geestelijke vaderland, veel Duitsers verachtten hun eigen land. Maar toen ontwikkelde zich in West-Duitsland een echte democratie, voor mij een democratisch wonder. En later, in 1989, kwam de vreedzame revolutie en daarna de Duitse eenheid… Maar pas toen ik president was, heb ik in een interview voor het eerst het woord ‘trots’ gebruikt met betrekking tot mijn eigen land. Toen was ik al over de zeventig.”

Joachim Gauck kende de DDR en kent Duitsland in detail. Na de val van de Muur en de Wiedervereinigung was hij gedurende tien jaar verantwoordelijk voor het beheer van de archieven van de Stasi, de veiligheids- en inlichtingendienst van de DDR. De beerputten van het totalitarisme walmden in zijn neusgaten.

Kurt Ruegen