Het einde van de NAVO is bij gebrek aan een alternatief niet voor morgen, maar een verdere verwatering van de alliantie staat in de sterren geschreven. De combinatie van een tanende militaire slagkracht en enkele netelige conflicten zou wel eens een dodelijke cocktail kunnen opleveren.

Ergens krijgt men de indruk dat de NAVO tot een louter cijferspel herleid kan worden. Op enkele schaarse uitzonderingen na, moeten de leden meer “inspanningen” doen. Begrijp: meer begrotingsmiddelen voor defensie reserveren. Per slot van rekening gaat het om een “verplichting”, eigen aan het lidmaatschap van de club.

Sinds jaar en dag duikt dit discours met de regelmaat van een klok op. Ook nu weer werd op die jaarlijkse Veiligheidsconferentie in München de grijsgedraaide plaat opgelegd. Eigenlijk weet je al lang op voorhand hoe het scenario in mekaar zit. Eerst verschijnt secretaris-generaal Stoltenberg op het toneel, waar hij verklaart dat de NAVO “goed is voor de VS en voor Europa”. Het volgend bedrijf is een monoloog van de Amerikaanse defensieminister Mattis. Dat die man een verleden heeft in de hoogste cenakels van de alliantie, verandert geen letter aan zijn boodschap. Uiteraard is de NAVO de hoeksteen van het Amerikaanse veiligheidsbeleid, maar … meer inspanningen zijn nodig. En dan volgt het derde bedrijf, opgebouwd uit gewauwel en wat zwakke beloftes van hen die voor die beterschap moeten zorgen. Steevast eindigt dit met een anticlimax, een einde in mineur van een al bij al middelmatige theateropvoering.

Voorspelling van Eisenhower

Dat het slecht gesteld is met de cijfers staat buiten kijf. Op twee decennia tijd is het aandeel van de VS binnen de NAVO van de helft naar bijna drie vierde gestegen. En waar Washington met een defensiebudget van 3,6 procent van het bbp mooi boven de norm van die 2 procent uitkomt, halen de meeste andere lidstaten dat in de verste verte niet. Naast de Amerikanen halen enkel de Esten en de Grieken de doelstelling. Doorgaans worden Groot-Brittannië en Polen als goede leerlingen vermeld, maar dat blijkt volgens de recente data van het International Institute for Strategic Studies (IISS) niet langer te kloppen. Logisch: wie de knip op de defensiebeurs houdt maar zijn economie ziet groeien, zakt weg.

Met dergelijke relatieve cijfers moet voorzichtig omgesprongen worden, benadrukt het IISS in datzelfde rapport. Onder de tabellen en grafieken bevindt zich immers vooral een onfraai ogende realiteit van beperkte inzetbaarheid. Vele landen betalen de prijs voor onderinvesteringen cash. Het spook van de overstretch loert genadeloos om de hoek. Bescheiden beterschap zou op komst zijn, al wordt die vooral in Oost-Europa verwacht. “De uitgaven van de West-Europese landen blijven stagneren”, leest men in een rapport getekend door IHS Jane’s. Meteen roept dat de analyse op van Dwight D. Eisenhower, generaal en later president. In 1951 sprak de voormalige bevelhebber van de geallieerden in Europa zich tegen een permanente Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa uit, aangezien dit “de Europeanen zou ontraden zelf in hun verdediging te voorzien”.

Oorlog in Oekraïne

De vaststelling dat het zwaartepunt richting de VS is verschoven, en dat die trend blijft aanhouden, heeft onmiskenbare gevolgen voor de werking van de NAVO. Maar wellicht zijn niet de roestende Europese wapenparken de grootste bedreiging, maar wel de complexe politieke context die haaks staat op de (eenvoudige) bipolariteit van de Koude Oorlog.

Laten we even van het volgende uitgaan: we schrijven midden 2017 en Rusland schakelt het proxy-conflict in Oekraïne in een hogere versnelling. Polen en de Baltische staten dringen aan op een forse reactie, maar de Amerikaanse en West-Europese bondgenoten blijven voorzichtig. Officieel verklaart de NAVO zich neutraal. Maar al dan niet in de schoot van de EU besluit men Oekraïne te bewapenen en te trainen. De verontwaardiging bij de oostelijke leden is groot. De kater laat zich nog een hele tijd voelen…

Een nieuw jaar, een nieuwe gebeurtenis. De Egyptische economie implodeert, en naarmate de chaos toeneemt, stijgt het aantal vluchtelingen dat aan de kusten van Griekenland en Italië opduikt. De betrokken staten vragen een NAVO-tussenkomst, meer bepaald een maritieme interventie om de vele boten te onderscheppen en terug te drijven. De Oost-Europeanen, nog boos omwille van voormeld voorval met Oekraïne, houden het been stijf. Beslommerd door andere zaken, houden de VS zich gedeisd. Noodgedwongen wordt interveniëren een zaak van individuele staten. De NAVO blijft er als organisatie buiten.

We maken opnieuw een sprong van enkele maanden. Een incident tussen Amerikaanse en Iraanse schepen loopt uit de hand, waarna Teheran dat voorval aangrijpt om een coup in Irak te orkestreren. De Iraanse marionettenregering in Bagdad wijst de Amerikaanse troepen de deur, waarna het Koerdische troepen in het noorden van het land bewapent en tot militaire agitatie aanspoort. Ook de Koerden binnen de Turkse grenzen worden geactiveerd. Zeker dit laatste beschouwt Ankara als een oorlogsdaad, waarna Turkije het beruchte artikel V van het NAVO-Verdrag wenst in te roepen. Met Amerikaanse steun, maar de Europeanen gaan niet mee in dat verhaal. Het zijn situaties die de NAVO uithollen en op termijn dreigen te ondergraven. Voorgaande voorbeelden mogen dan fictief zijn, onrealistisch zijn ze niet.

Militarisering van Gotland

Concreter zijn de demarches van Polen betreffende de Baltische landen. Een gedeelde angst voor Rusland leidde tot een versterking van de militaire samenwerking. Midden vorig jaar werden gesprekken opgestart voor een gemeenschappelijk antirakettenschild. Parallel versterkt Warschau de contacten met Zweden, voor alle duidelijkheid geen NAVO-lid, maar wel bevreesd voor Rusland. Niet toevallig waren de Zweden binnen de EU grote pleitbezorgers van nauwere banden met landen als Wit-Rusland, Oekraïne en Moldavië, staten die Zweden graag zo min mogelijk in de Russische invloedssfeer willen zien. In Zweden gaan al jaren steeds meer stemmen op om tot de NAVO toe treden; geen evidente beslissing voor een land dat al sinds de 19de eeuw prat gaat op neutraliteit. Datzelfde Zweden heeft eind vorig jaar het eiland Gotland in de Baltische Zee terug gemilitariseerd, precies zoals dat tijdens de Koude Oorlog het geval was. Niet dat een rechtstreekse invasie gevreesd wordt, maar in elk conflict tussen Rusland en een of meerdere Baltische staten krijgt het eiland plots een enorme strategische betekenis. Zweedse militairen, ook al blijft het een bescheiden contingent, moeten ontradend werken.

Michaël Vandamme