“2016 was het warmste jaar ooit!”, titelden onze media in koor. Zij baseerden zich voor dit onrustwekkende bericht op rapporten van de Britse Meteorologische Dienst. Daaruit bleek dat er in vergelijking met 2015 een verhoging van de temperatuur met 0,01° zou geweest zijn. Niemand vond het echter nodig er bij te vertellen dat het onderzoek zelf een foutenmarge van  0,10° toegaf, wat het resultaat eigenlijk betekenisloos maakt. “Geen enkele opwarming in 2016” is echter geen boeiende krantentitel, blijkbaar.

Voor een oprechte wetenschapper die gelooft in de opwarming van de aarde zouden tijdelijke pauzes nochtans geen probleem mogen vormen. Klimaatverandering hoeft namelijk niet lineair te verlopen, maar kan zich sprongsgewijs voltrekken. De vraag wordt dan: waarom vindt men het niettemin nodig tegen ons te liegen? Dit soort eenzijdig alarmisme is alomtegenwoordig in onze media.

Ik ben geen klimaatwetenschapper. De kans dat u dat bent, is bijzonder klein. Hoe zinvol is het dan dat wij ons vragen stellen bij wat de ernstige wetenschappers ons vertellen over de klimaatverandering? Dat is meteen de eerste zinvolle vraag: is de wetenschap over de klimaatverandering eigenlijk wel unaniem en gevestigd?

In Vlaanderen, waar een heuse debatcultuur nauwelijks bestaat, kan men in alle media enkel de boodschap horen dat er een onbetwistbare consensus onder de wetenschappers bestaat over het klimaatvraagstuk. En dat ontkenners en twijfelaars dus niet eens aan het woord moeten worden gelaten, wegens zeker fout. Maar hoe weten we dat? Was er een verkiezing onder de wetenschappers? Een telling? Een uitgebreide rondvraag?

Obama had het in een tweet ooit over een consensus onder “97 procent van de wetenschappers”. Dat cijfer, dat ook bij ons vaak wordt herhaald, is oorspronkelijk afkomstig van de radicale klimaatactivist John Cook, die beweerde 12.000 klimaatstudies te hebben onderzocht. Hij stelde dat 97 procent daarvan eigenlijk de verontrustende stellingen van het IPCC (Intergovernmentel Panel on Climate Change) onderschrijven.

Het onderzoek van Cook werd achteraf grondig ontmaskerd als weinig meer dan bedrog. De Nederlandse klimaatonderzoeker Richard Tol moest bijvoorbeeld vaststellen dat 9 van zijn 10 erg kritische studies verkeerdelijk werden opgenomen in “de consensus”. Dat gold zelfs voor een meerderheid van de studies.

De zogenaamde consensus blijkt bij nader onderzoek fictie, zeker wanneer men begint te ontleden wat de vraagstelling eigenlijk is. Wanneer iemand u zegt dat alle wetenschappers het eens zijn over het klimaat, dient u hem de vraag te stellen: over wat zijn ze het dan eens? In de praktijk blijkt enkel eensgezindheid te bestaan over het feit dat er zich in de laatste decennia van vorige eeuw een opwarming heeft voorgedaan en dat menselijke activiteit daar deels aan bijgedragen heeft. Maar over een aantal andere en nochtans essentiële vragen bestaat helemaal geen eensgezindheid.

  1. Warmt de aarde ook nu nog op?

Van 1998 tot heden lijkt de opwarming volledig stilgevallen. Die klimaatpauze is een probleem voor het alarmistisch discours. Van de nochtans talrijke voorspellingsmodellen van het IPCC had geen enkel dit zien aankomen. Alle voorspellingsmodellen bleken de temperatuursverhoging sterk te hebben overschat. De klimaatpauze zorgde ook voor een groeiend scepticisme bij het publiek, wat verklaart waarom sommigen de cijfers voor 2014, 2015 en 2016 nogal losjes hebben geïnterpreteerd ten einde deze jaren toch opnieuw te kunnen uitroepen als “de warmste ooit”.

  1. Is vooral de mens verantwoordelijk voor de opwarming?

Heel wat wetenschappers zijn van mening dat menselijke activiteiten slechts een klein of zelfs verwaarloosbaar effect op klimaatverandering hebben en dat factoren zoals zonneactiviteit, de baan van de aarde en niet door mensen geproduceerde broeikasgassen een belangrijke rol spelen.

  1. Heeft de opwarming van de aarde alleen negatieve gevolgen?

Wanneer men het in de media heeft over klimaatverandering, dan voorspelt men u meestal de moderne variant van de tien plagen van Egypte: droogte, overstromingen, orkanen… Dit gegeven alleen al is genoeg om kritisch te worden over de klimaatreligie. Waarom worden we zo eenzijdig voorgelicht? Waarom horen we nooit iets over de positieve effecten van CO2 op de plantengroei op onze planeet?

Nog vorige week waarschuwde het Europees Milieuagentschap (één van de zovele gepolitiseerde instellingen wiens bestaansreden en aanzien maar al te zeer gebaat zijn bij sterke overdrijving van de problemen waarvoor ze zijn opgericht) voor meer overstromingen, bosbranden, ziekten en infecties door het veranderende klimaat. Enkel de sprinkhanenplaag ontbrak nog.

De waarheid is dat er doorheen de menselijke geschiedenis heel wat sterke wisselingen van het klimaat zijn geweest. De middeleeuwen waren volgens veel wetenschappers zelfs warmer dan de huidige tijden, maar waren niettemin een periode van groei en produceerden niet de apocalyptische gevolgen die men vandaag voorspelt.

Waarom gaan we ervan uit dat we nu op een soort ideale temperatuur zitten en dat elke wijziging rampspoed met zich mee zal brengen? Vergeet niet dat de ecologisten ons in de jaren zeventig waarschuwden voor de vreselijke gevolgen van een afkoeling van de aarde.

  1. Is het huidige klimaatbeleid zinvol?

Zelfs indien men op alle vorige vragen “ja” zou kunnen antwoorden, is dit een fundamentele kwestie waar weinig over wordt gepraat. Kunnen de (zeer dure) klimaatplannen eigenlijk iets noemenswaardig verwezenlijken?  Björn Lomborg, een gerenommeerde Deense statisticus en zelfverklaarde ecologist, berekende dat, zelfs als de recente klimaatakkoorden van Parijs tot op de letter zouden worden uitgevoerd, dit in 2100 slechts zal resulteren in een vermindering in de opwarming van 0,05°.

Een verwaarloosbare matiging dus, waar echter een economisch prijskaartje van duizenden miljarden euro’s vasthangt door vertraagde economische groei, die helaas wel zeer reëel zal zijn. Lomborg meent dat het veel efficiënter zou zijn te investeren in technologie om met de opwarming van de aarde om te gaan dan nutteloze pogingen te ondernemen om die minimaal te vertragen.

Twijfels over het officiële discours over klimaatopwarming zijn dus om heel wat redenen een rationele bezigheid. Maar ze worden niet gemakkelijk geduld in het publieke debat. De aanhangers van het klimaatgeloof zetten de sceptici nogal gemakkelijk in dezelfde hoek als samenzweringstheoretici. Ongetwijfeld zijn er mensen die in de klimaatpolitiek een complot zien van God weet wie, om God weet wat te verwezenlijken. Maar redelijke twijfelaars zien het anders. Zij zien geen boosaardig complot, maar een hele reeks aan mechanismen en wetmatigheden die leiden tot een grondige scheeftrekking van het debat.

Volgende week kom ik daarop terug. Hoe kan de politieke en mediatieke dominantie van het klimaatalarmisme verklaard worden? En waarom lenen heel wat wetenschappers zich tot een eenzijdige, gepolitiseerde kijk op deze kwestie?

Jurgen Ceder