Een centrale rol in de misvatting dat de klimaatreligie op een wetenschappelijke consensus kan rekenen, wordt gespeeld door het Intergovernmental Panel for Climate Change (IPCC). Dat is een organisatie van de VN die “experten” van alle landen ter wereld verzamelt om zich te beraden over de klimaatverandering. Door onze pers wordt het IPCC behandeld als een wetenschappelijk onderzoekscentrum. Het is echter een politiek orgaan bij uitstek.

Vele afgevaardigden komen uit landen die geen enkele bijdrage leveren aan klimaatonderzoek en die alleen in het politieke aspect geïnteresseerd zijn. Ook de andere vertegenwoordigers zijn in geen enkele mate een representatief staal van de wetenschappelijke opvattingen ter zake. Het zijn vooral klimaatmilitanten die uitgenodigd worden zich bij de rangen van het IPCC te voegen.

Van Ypersele

Een typisch voorbeeld is Jean-Pascal van Ypersele (een telg van het adellijke geslacht dat we vooral kennen van de koninklijke entourage). Deze Belgische weerkundige liet voor het eerst van zich horen met een klimaatstudie die hij had geschreven voor het ecologistische Greenpeace. Zijn radicale visie op het klimaat kreeg geen deuk toen hij in 2011 een publiek debat verloor tegen klimaatscepticus Istvan Marko, professor aan de UCL. Van Ypersele besloot gewoon elk debat met klimaatcritici voortaan te weigeren. Ook tegenspraak in zijn afwezigheid ligt hem moeilijk. Zo eiste hij dat zijn universiteit tuchtsancties zou nemen tegen een collega die kritiek had geuit op het IPCC. Hij probeerde zelfs een wetenschappelijk colloquium over het klimaat te laten verbieden.

Het zegt veel over de staat van het klimaatdebat en de militante rol die het IPCC daarin speelt, dat Van Ypersele, die in normale omstandigheden zou weggezet worden als een extremist, in 2008 ondervoorzitter werd van het IPCC. In 2015 steunde de Belgische regering zelfs zijn kandidatuur voor het voorzitterschap van deze instelling. Een aantal collega’s van verschillende Waalse universiteiten, waar men voldoende vertrouwd is met Van Yperseles fundamentalistische opvattingen, waren hierover zo verontwaardigd dat ze een petitie tekenden waarin ze hem een “radicale ecologische militant” noemden, “die een debat, dat in alle sereniteit moet kunnen gevoerd worden, politiseert en vergiftigt.”

Van Ypersele werd uiteindelijk geen voorzitter, maar is helaas typisch voor de militante “wetenschappers” die het klimaatdebat domineren en die op handen gedragen worden door pers en politiek. Ernstige wetenschappers die toch ooit hun medewerking verleenden aan het IPCC, zoals Richard Tol, Chris Landsea, Madhav Khandekar of Frederick Seitz, beklaagden zich er al snel over hoe hun werk ernstig werd verdraaid in de eindrapporten van dit activistisch orgaan.

Een jonge wetenschap

De systematische eenzijdigheid en politisering van het klimaatvraagstuk door het IPCC is representatief voor heel wat activiteit in deze sector. In 2009 brak het zogenaamde Climategate-schandaal uit. Honderden mails van heel wat kilmaatonderzoekers werden gelekt aan de pers. Daaruit bleek dat meerderen onder hen in de eerste plaats bezig zijn met het steunen van “de goede zaak” en desnoods overgaan tot manipulaties van de onderzoeksgegevens. Zo bleek Michael Mann, één van de leidende klimaatalarmisten, in zijn  temperatuuroverzichten de middeleeuwen (die warmer waren dan vandaag) bewust te hebben weggelaten.

Echte vervalsingen zijn echter zeldzaam. Die zijn ook niet nodig. De klimaatverandering is niet alleen een heel jonge, maar ook een uiterst complexe wetenschap, waarbij zoveel academische specialismen en sub-disciplines betrokken zijn dat slechts zeer weinigen een overzicht van het geheel hebben. Daarbij komt nog dat er enorme hiaten in de kennis van dit onderwerp bestaan, waarvan de onduidelijke invloed van zonneactiviteit maar één voorbeeld is. Dat alles maakt het klimaat een ideaal actieterrein voor gissingen, speculaties en selectieve interpretaties. De redenering die aanvat bij de (onbetwiste) vaststelling van hogere temperaturen eind vorige eeuw, en die eindigt bij de klimaatplannen van Parijs, is zo lang, zo extreem broos en zo speculatief dat ze enkel door politieke ideologie en niet door wetenschappelijke methodiek kan in stand gehouden worden.

De sceptici

Het IPCC is slechts één van de gepolitiseerde instellingen en projecten die aan “klimaatwetenschap” doen. In deze wereld van subsidies, betaalde opdrachten, prestigieuze onderzoeksprojecten, internationale conferenties en reizen, tewerkstelling in overheidsagentschappen, aanzien en faam, is enkel plaats voor mensen die bereid zijn de axioma’s van het klimaatgeloof te aanvaarden. Wie tegenpruttelt, wacht het zijspoor. Erger, dissidenten worden zelfs regelmatig beschuldigd van “negationisme” (een term normaal voorbehouden voor Holocaustontkenners). De beroepsmatige beperkingen voor sceptici worden met andere woorden aangevuld met het morele odium mee verantwoordelijk te zijn voor de rampen die toekomstige generaties zullen overkomen, vooral dan de arme sukkelaars van de derde wereld.

Dat een indrukwekkende groep van prominente en minder prominente klimaatsceptici toch de moed heeft te spreken, is eigenlijk een mirakel. Maar hun argumenten worden weinig beluisterd in pers en politiek.

Het vertekend beeld dat wordt opgehangen over het wetenschappelijk debat heeft ook veel te maken met de zeer onevenwichtige mobilisering van beide kampen. De klimaatgelovigen zijn permanent onder de wapens. Via instellingen en projecten van de overheid brengen ze met grote regelmaat rapporten en studies uit, liefst begeleid door persmededelingen die door journalisten zonder veel nadenken kunnen overgenomen worden. De dissidenten, hoe talrijk ook, zijn weinig georganiseerd en hebben weinig persoonlijke redenen om hun nek uit te steken.

Ik geef één van hen, Rchard Lindzen, klimatoloog aan de prestigieuze MIT-universiteit, het laatste woord: “Historici zullen zich in de komende eeuwen afvragen hoe gebrekkige logica, overschaduwd door sluwe en niet-aflatende propaganda, er echt toe geleid heeft dat een coalitie van allerlei belangengroepen bijna iedereen kon van overtuigen dat door mensen geproduceerde CO2 een gevaarlijk, wereldbedreigend gif is. … Het publieke verhaal over klimaatverandering heeft weinig te maken met wetenschap. Het is eerder een onderdeel geworden van een politiek verhaal, waar beschouwingen dienen om de eigen politieke basis veilig te stellen en de oppositie af te schrikken, eerder dan om klaarheid te scheppen.”

Jurgen Ceder

P.S.: In mijn eerste artikel in deze reeks stelde ik: “Ik ben geen klimaatwetenschapper. De kans dat u dat bent is ook bijzonder klein.” Het was dan ook mijn bedoeling het klimaatdebat te benaderen vanuit het standpunt van een wetenschappelijke leek (wat ik ben) en de redenen op te sommen waarom er ook zonder kennis van de wetenschappelijk details zeer pertinente vragen kunnen gesteld worden bij de klimaatlitanie die u zo vaak hoort in onze media.

Ik onderschatte blijkbaar de wetenschappelijke kennis van onze lezers. Jan Meeus, een gepensionseerde weerkundige en klimaatscepticus, schreef ons een brief om ons bij te treden.

Van Raf Verschueren kregen we zelfs een uitermate interessante analyse van de rol van CO2 in de klimaatproblematiek. Ik moet toegeven dat heel wat van zijn preciese wetenschappelijke argumenten mijn petje te boven gaan. Dat is ook de reden waarom we ze hier niet in extenso gaan weergeven. Volgende paragraaf wil ik u niet onthouden: “Er heerst op de aarde inderdaad een formidabel broeikaseffect maar dat wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de aanwezige waterdamp. En ja, CO2 en enkele andere gassen zoals methaan en stikstofoxides, zullen zeker een rol spelen, maar deze is verwaarloosbaar t.o.v. het effect van 40.000 ppm waterdamp.”

De heer Verschueren vulde zijn analyse aan met zijn beschouwingen over de medewerking van wetenschappers aan het klimaatgeloof, die nauw aansluiten bij bovenstaand artikel. Waarvoor onze dank.

JC