Zelfs zonder de peilingen die een verdere versnippering van het politieke landschap voorspellen, zitten velen in de Wetstraat nu al met de handen in het haar. Welke coalities zullen na de federale en deelstaatverkiezingen van 2019 kunnen gevormd worden? Drie tendensen tekenen zich al af: Charles Michel wil koste wat het kost premier blijven, de N-VA blijft op Vlaams niveau ‘incontournable’ en de gefrustreerde CD&V moet desnoods vervangen worden door de opnieuw machtsgeil geworden groene partijen.

Wie dezer dagen zijn licht opsteekt bij toppolitici en kabinetsmedewerkers krijgt bevestiging van de vermoedens die we op deze bladzijden van ‘t Pallieterke al geuit hebben: op goed twee jaar van de federale stembusslag is de regering de facto in lopende zaken. Iedereen denkt al aan die verkiezingen van 2019 en aan de mogelijke coalities die gevormd kunnen worden. Bij ministers en Kamerleden is steevast hetzelfde verhaal te horen: de coalitievorming van 2019 zal zeer complex zijn. “En daarvoor hebben we de peilingen die wijzen op een versnippering van het politieke landschap niet eens nodig.” Toch tekenen er zich nu al drie politieke tendensen af.

  1. Charles Michel wil kost wat kost premier blijven

Charles Michel voelt zich goed in zijn rol als eerste minister. Wanneer de Vlaamse partijen nog maar eens kibbelen, haalt hij troost uit zijn vergaderingen van de Europese Raad. Daar voelt de polyglot Michel zich thuis. De Franstalige liberaal wil er wel alles aan doen om ook na 2019 premier te blijven. Desnoods met dezelfde coalitiepartners. Hij beseft zeer goed dat er geen echte alternatieven zijn. De N-VA zal als Vlaams-nationale partij nooit geneigd zijn de federale premier te leveren. Concurrent Elio di Rupo is binnen de PS wellicht de enige die nog hoopt ooit naar de Wetstraat 16 terug te keren. En Paul Magnette wil wat graag Waals minister-president blijven. De enige die misschien een gevaar betekent voor Michel is Wouter Beke. De CD&V-voorzitter onderhoudt een goede relatie met de premier, maar Michel is toch op zijn hoede. Vandaar dat hij in verschillende dossiers temporiseert. Dat er rond de hervorming van de vennootschapsbelasting en de eventuele invoering van een meerwaardetaks geen vooruitgang wordt geboekt, heeft te maken met het feit dat Charles Michel de CD&V niet voor het hoofd wil stoten.

Dus zet Michel in op een regering die aan het uitbollen is om dan in 2019 aan een tweede termijn te beginnen. Hij hoopt op dezelfde coalitie, ook al weet hij dat de N-VA over twee jaar zal pleiten voor een nieuwe staatshervorming. “Maar Bart de Wever zal alleen staan met die eis”, denkt Michel. “En de N-VA zal dus de keuze moeten maken: als ze nog eens vijf jaar federaal wil besturen, dan zal het zonder staatshervorming zijn.”

  1. De N-VA blijft incontournable op Vlaams niveau

Verschillende partijen, zeker aan Franstalige kant, hopen stilletjes dat de N-VA in 2019 op alle niveaus van de macht wordt verdreven. Maar die kans is klein. Zelfs met tussen 26 en 28 procent van de stemmen is de N-VA met afstand de grootste Vlaamse partij. Een anti-N-VA-coalitie in Vlaanderen lijkt zo goed als onmogelijk. Dat betekent ook dat er regionaal opnieuw asymmetrische coalities zullen worden gevormd. In Wallonië zijn PS en MR tot elkaar veroordeeld. En zelfs met die twee partijen is een Waalse meerderheid geen zekerheid.

Maar wat gebeurt er federaal als een Waalse MR-PS-coalitie wordt gevormd? In tegenstelling tot wat veel Franstaligen hopen, zal dit voor de PS de deur naar het federale niveau niet zomaar openen. Bij de Waalse socialisten zijn ze trouwens nog altijd niet happig om federaal mee te besturen. De volgende federale ploeg zal opnieuw een besparingsregering zijn. De PS kan daar niet in meestappen met de steeds heter wordende adem in de nek van de neocommunistische PTB. Bovendien is de PS net onder druk van die PTB nog meer naar links opgeschoven. Het socialistische programma is voor andere partijen moeilijk verteerbaar.

  1. Iedereen is de CD&V beu. De groenen werpen lijnen uit

Dat de federale regering zich naar 2019 sleept, heeft veel te maken met één saboteur binnen de regering: CD&V-vicepremier Kris Peeters. Op bevel van voorzitter Wouter Beke moet hij ervoor zorgen dat de N-VA straks met zo weinig mogelijk sociaaleconomische trofeeën kan pronken. Overal steekt hij stokken in de wielen. En dat gaat zelfs door tot in de interkabinettenwerkgroepen waar cabinetards van CD&V en die van N-VA en Open Vld lijnrecht tegenover elkaar staan. Daar wordt volop ruzie gemaakt. Daarnaast blijven de contacten over de partijgrenzen heen onderkoeld. Wanneer liberale of N-VA-kabinetsmedewerkers bellen naar hun CD&V-collega’s wordt de telefoon zelfs niet opgenomen.

Vandaar dat er volop aan gedacht wordt om CD&V in 2019 te dumpen en te vervangen door het duo Groen/Ecolo. Dat zou in de federale regering ook de Franstalige flank versterken, want dan zou er federaal niet langer slechts één Franstalige partij meedoen. Vraag is: kan met de groenen wel een deftig beleid worden gevoerd? De groene partijen hebben in elk geval al signalen gestuurd naar de andere meerderheidspartijen: wij willen opnieuw meedoen. In de Wetstraat is te horen dat een hervorming van de vennootschapsbelasting ten voordele van de kmo’s al een feit zou zijn met de groenen erbij. Ook willen die partijen lagere lasten op arbeid voor de bedrijven.

Anderzijds: wat met het pro-immigratiestandpunt van de groenen? En hun pleidooi voor vermogenstaksen? Vanuit de N-VA en de Open Vld werd al duidelijk gemaakt dat de groenen hun prioriteiten zullen moeten kiezen. Ze zullen een aantal van hun dada’s moeten laten vallen. “Dan kan er gesproken worden”, klinkt het bij de huidige meerderheidspartijen.

‘t Pallieterke