Mijn ouders hebben een wereldoorlog meegemaakt. Mijn grootouders hebben er zelfs twee doorstaan. Maar het zijn niet zij die in uitzonderlijke tijden leefden. Oorlog was ooit een bijna permanente realiteit in Europa. Professor Peter Brecke van het M.I.T. berekende dat, van het jaar 1400 tot heden, in Europa gemiddeld meer dan één gewapend conflict per jaar uitbrak. Het zijn dus wij die een abnormale periode van lange vrede meemaken.

De EU werd vorige week zestig jaar. Op 25 maart 1957 tekenden de leiders van zes Europese landen het Verdrag van Rome, waarmee de EEG werd opgericht, die later werd omgevormd tot de Europese Unie. Juncker, Verhofstadt, Tusk en alle andere voormannen van de EU namen de gelegenheid te baat om ons eraan te herinneren dat hun organisatie voor die uitzonderlijke staat van vrede in Europa heeft gezorgd.

Vrede onder verwanten

In 2012 heeft de EU de Nobelprijs voor de Vrede gekregen. Je kan dan ook geen enkel debat over de zin en onzin van de EU voeren, zonder dat iemand verwijst naar wat algemeen beschouwd wordt als de grootste verdienste van deze instelling: de vrede op het Europese continent. Juncker: “Boven alles betekent Europa vrede. Het is geen toeval dat de langste periode van vrede in de Europese geschiedenis begonnen is met de oprichting van de Europese Gemeenschap.”

Maar klopt die als evident gepresenteerde mening wel? Heeft de Europese Unie een bepalende bijdrage geleverd aan de vrede die wij nu kennen?

Eén van de belangrijkste redenen om daaraan te twijfelen, is de vaststelling dat westerse democratieën al sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog geen oorlog met elkaar voeren. Ze vechten soms wel en kunnen bij hun oorlogvoering zelfs bijzonder brutaal zijn, zoals de historicus Davis Hanson aantoonde, maar ze vechten al lang niet meer tegen elkaar.

De staat van vrede tussen westerse democratieën is dus niet alleen veertig jaar ouder dan het Verdrag van Rome, ze geldt ook voor de Europese democratieën die een hele tijd niet tot de EU behoorden. De eerste zestien jaar van haar bestaan telde de EEG slechts zes landen. Maar er was nooit enige oorlogsdreiging met of tussen andere vrije landen, ook niet met de concurrenten van de toenmalige Europese Vrijhandelsassociatie, onder leiding van het VK. Gelooft er iemand dat de Brexit echt kan leiden tot een hervatting van de eeuwenlange oorlogen tussen Fransen en Britten?

Oorzaak en gevolg

De regel geldt trouwens ook voor westerse landen buiten Europa. De VS en Canada hebben geen oorlog meer tegen elkaar gevoerd sinds 1812. De kans van een gewapend conflict tussen Australië en Nieuw-Zeeland is even onbestaande.

Er zijn verschillende redenen voor die situatie. Democratieën zijn sowieso moeilijker te mobiliseren voor een oorlog (te onderscheiden van kleinere interventies, zoals in Libië, die door de publieke opinie eerder als politionele operaties ervaren worden). Dat geldt des te meer wanneer de betrokken landen heel wat waarden met elkaar gemeen hebben. Westerse democratieën zullen onderlinge conflicten steeds proberen uit de weg te gaan, of pogen op te lossen via onderhandelingen of door beroep te doen op rechtbanken of arbitrage.

De Europese Unie heeft zelf niet voor die democratisering gezorgd, ook niet in Oost-Europa. Ze heeft, met andere woorden, weinig toegevoegd aan de factoren die voor vrede hebben gezorgd. De Poolse historicus Adam Zamoyski drukte het als volgt uit: “Het pacifisme dat gepaard ging met de oprichting van de Europese Unie was het gevolg van een algemene terugval van de oorlogszucht, niet de oorzaak ervan.” De Europese eenmaking was het gevolg van democratisering en vrede, niet omgekeerd.

Het idee dat je conflicten kunt vermijden door volkeren onder te brengen in grotere verbanden is op zichzelf erg betwistbaar. De enige oorlog op Europees grondgebied in de tweede helft van de 20ste eeuw was een conflict tussen volkeren die samenleefden in een federatie (inclusief gemeenschappelijke munt en heel wat andere bindmiddelen): Joegoslavië. De enige Europese oorlog van de 21ste eeuw, in Oekraïne, is trouwens ook een burgeroorlog.

Staten zonder samenhang

Beide conflicten illustreren het principe dat staten met onvoldoende samenhang geen waarborg voor interne vrede zijn, integendeel. De Eerste Wereldoorlog werd veroorzaakt door de mislukking van Oostenrijk-Hongarije om de etnische spanningen binnen de eigen grenzen onder controle te houden. De Amerikaanse burgeroorlog, het bloedigste conflict uitgevochten op dat continent, was geen etnisch conflict maar opnieuw een bewijs dat federaties, ook met gevorderde politieke en economische integratie, geen enkele verzekering tegen oorlog zijn. Integendeel, hun bestaan zelf kan de oorzaak van gewapend conflict zijn.

Europa heeft echter niet alleen vredige binnengrenzen, maar ook buitengrenzen die geen oorlog meer gezien hebben sinds 1945. Helaas is ook dat geen verdienste van de EU. Het was de NAVO die Europa beschermde tijdens de Koude Oorlog. Het is nog steeds de NAVO die Europa enige militaire geloofwaardigheid verleent.

Na de val van het Europese communisme besliste Europa het ‘vredesdividend’ te innen. Die tijdelijk bedoelde besparing op defensie-uitgaven ontaardde al snel in een permanente, neerwaartse spiraal. De kapotbespaarde Europese legers zijn papieren tijgers geworden. Europa gelooft voortaan in ‘soft power’ om dingen gedaan te krijgen. Wat dat waard is, bleek toen Europa dacht Oekraïne binnen de eigen invloedssfeer te brengen. Poetin stak zijn middenvinger uit, liet zijn troepen de Krim bezetten en begon de rebellen in het oosten van Oekraïne te bewapenen. Wanneer Polen en de Baltische staten zenuwachtig worden over de intenties van hun oosterbuur, is het niet naar West-Europa dat ze kijken voor geruststelling.

De vrede van morgen

Vorige week wees Trump Merkel nogal brutaal op de feiten van de Europese ontwapening. Hij had berekend dat Duitsland op 15 jaar eigenlijk 345 miljard meer had moeten uitgeven om te voldoen aan de NAVO-norm. Enkele Duitse politici schreeuwden hun verontwaardiging uit, maar Trump had wel gelijk. Europa kan zich zijn gelukzalige wereld van ‘zachte kracht’ en afbouw van legers (het “Kantiaanse paradijs”, zoals Robert Kagan het uitdrukte) alleen maar veroorloven omdat Amerikanen er de muren van bemannen. De VS betalen drie vierde van een gezamenlijke verdediging die Europa meer nodig heeft dan de VS. Het is leuk als je een principeel geloof in pacifisme ook nog eens kunt combineren met aanzienlijke verlaagde uitgaven, zoals Europa doet. Maar de Amerikanen gingen het parasitaire gedrag van Europa ooit moe worden. Dat moment lijkt nu gekomen.

De EU is een organisatie in bestaanscrisis. Het is tekenend dat wat zij zelf beschouwt als haar grootste prestatie, het bewaren van de vrede op dit continent, in feite een mythe is. Haar grootspraak zou minder storend zijn indien de EU-leiders niet steeds de dreiging voor chaos en oorlog zouden bovenhalen als argument tegen de groeiende kritiek op de EU.

Uiteindelijk is de vrede van gisteren minder belangrijk dan die van morgen. Is de strompelende EU vandaag echt een factor van stabiliteit? Wie een crisis in het democratisch vertrouwen poogt op te lossen door een vlucht vooruit naar meer bevoegdheden en macht, neemt een ernstig risico. Wie weigert de buitengrenzen te sluiten en effectief te bewaken, zorgt voor zeer grote spanningen op een continent dat er al een hele tijd niet meer in slaagt nieuwkomers te absorberen. Wie poogt een staat uit te bouwen op basis van de modieuze waarden van een recente politieke generatie, met miskenning van eigen identiteit en traditie van dit continent, creëert een zeer labiele democratie. De organisatie die zichzelf de titel van engelbewaarder der vrede heeft aangemeten, wordt steeds meer een risicofactor.

Jurgen Ceder