In de reeks “Docs interdites” op France3 zag ik onlangs de documentaire “2005: Quand les Français ont dit non à l’Europe”.

Dit was andere koek dan Van de Looverbosch (met klank gezakt in het laatste ernstig journalistenexamen bij de VRT, maar later opgevist) in zijn “Wissel van de macht”. Hij liet opzettelijk monteren dat sp.a’ers en Groenen hem aanspraken met “Dag, Marc (al dan niet met kus)”, terwijl hij – uiteraard – geen programma wijdde aan de verscheurende machtswissel in zijn eigen partijtje met als protagonisten Tobback en Crombez. De Franse makers daarentegen ontzagen geen enkele partij en toonden onbarmhartig de rotheid van een verloederd democratisch systeem dat, in samenwerking met het grootste deel van de media, kiezers als imbecielen beschouwt die men straffeloos mag negeren.

“Oui”, of anders einde loopbaan

In 2003 denkt een zootje toppolitici (onder wie de onvermijdelijke Verhofstadt) visionair te zijn; ze laten tien onvoorbereide en geldhongerige nieuwe staten toe tot de Europese Unie. Tezelfdertijd ontwerpen politici en Europese bureaucraten een Europese grondwet die in de meeste Europese parlementen door de strot van laffe parlementairen geduwd wordt. President Chirac van Frankrijk besluit er een politiek slaatje uit te slaan en de wereld de Europese gezindheid van zijn land te bewijzen. Een referendum zal die grondwet goedkeuren. En daarmee isoleert hij verder de “fascisten” van het Front National, die direct een “non” formuleren. De belangrijkste kandidaten van links en rechts om Chirac op te volgen gaan akkoord. Zowel Nicolas Sarkozy als François Hollande is meer dan voorstander. In beider partijen zitten wat twijfelaars en die krijgen onmiddellijk de mededeling dat ze hun politieke toekomst op het spel zetten als ze hun mond opendoen. Vooral socialisten zuchten diep. Die grondwet spreekt over een kleinere overheid en liberalisering van de economie, maar nauwelijks over politieke en sociale rechten. Hollande voelt dat er weerstand is binnen zijn partij en haalt het zwaar geschut boven. Tegenstanders zijn xenofoben en nationalisten. Hij beslist een intern referendum te houden en maakt er een stem voor of tegen hem van. Hollande haalt 60 procent ja’s bij zijn partijleden. Zijn latere eerste-minister Manuel Valls struikelt over zijn eigen voeten om zijn aanvankelijk “non” zo vlug mogelijk in een “oui” te veranderen. Het komische duo Hollande-Sarkozy verschijnt gezamenlijk op verscheidene reuzenmeetings om de kiezers aan hun plicht te herinneren. Zij schuwen de grote woorden niet. Sarkozy zegt dat Frankrijk een gigantisch probleem heeft bij een neen, want “dan is de vrede in gevaar”. Zijn politieke vriend François Fillon steunt hem van harte. Uiteraard kennen alle vrienden in de media hun plicht en ze verkondigen zonder uitzondering de blijde boodschap.

Journalisten zijn propagandisten

Een journalist van France2 vertelt in de documentaire over de opdracht in ieder radio- en tv-journaal van de morgen tot de avond het “oui” te propageren. Journalisten behoren tot hetzelfde incestueus kringetje, komen uit hetzelfde sociaal milieu als politici, dus viert “la pensée unique” hoogtij. Hetzelfde verhaal bij alle kranten; het linkse Libération stelt dat het voortbestaan van Europa van het referendum afhangt. Hallucinant zijn de beelden van een populair radioprogramma op France Inter. Een luisteraar telefoneert dat de tegenstanders te weinig aan bod komen en wordt als een volslagen idioot opzijgezet. De documentairemakers hebben geteld. Aantal tegenstanders 4; aantal voorstanders … 23. Iedere tegenstander is een anti-Europeaan. Maar zo denken de Fransen met hun hang naar een baantje bij de overheid er niet over. Nee-stemmers vormen kleine groepjes, helpen elkaar en melden verrast dat er veel mensen op vergaderingen verschijnen die ze anders nooit zien. Veel gebruikte methode: alinea’s voorlezen uit die grondwet van 400 pagina’s. Niemand begrijpt een woord van dat zielloos jargon. Op 17 maart 2005 ontploft een politieke bom. Voor de eerste keer haalt het neen een meerderheid in de peilingen. Prompt gaan Sarkozy en Hollande gezamenlijk op de cover staan van Paris-Match; de partij van de elite en de media tegen de partij van het volk. Op 29 mei valt het vonnis. 70 procent van de Fransen gaat naar de stembus en neen haalt 55 procent van de stemmen. De beelden van die avond zijn onthutsend: de politieke (o.a. de boef Strauss-Kahn) en mediaklasse verbergen geen seconde hun arrogantie, hun minachting voor dat klootjesvolk, want dit is “le désastre”. Libération spreekt in het editoriaal over allemaal extreemrechtsen (59 procent van de socialistische kiezers stemt neen).

Neen in Parijs, ja tegen Brussel en Berlijn

Sarkozy is heimelijk tevreden met een nederlaag die de schuld is van Chirac en zijn referendum. In zijn campagne voor de presidentsverkiezingen belooft hij dat hij heel die grondwet gaat heronderhandelen. In Brussel vertelt hij commissievoorzitter Barroso dat hij de uitslag in de vergeetput gooit. Hij wordt in mei 2007 president nadat hij Ségolène Royal verslaat, die verrassend de kandidate van de socialisten wordt en die Hollande – de vader van haar vier kinderen – vernedert. Exact tien dagen na zijn verkiezing belooft Sarkozy aan Merkel dat ze zich geen zorgen moet maken. Inmiddels hebben politieke charlatans als Dehaene en Giscard wat alinea’s van die grondwet door elkaar gehusseld en nauwelijks een letter gewijzigd. Ze noemen die gebuisde grondwet nu het verdrag van Lissabon. Sarkozy en zijn eerste minister Fillon heronderhandelen zelfs geen éne zin, maar wijzigen de Franse grondwet om met hun lakeien het verdrag goed te keuren. Dat gebeurt in de Assemblée met 560 ja-stemmen tegen 188 nee-stemmen. Zowel aan linkse als aan rechtse kant is er een meerderheid van Kamerleden die de eigen loopbaan belangrijker vindt dan de democratische keuze van de Fransen. In de media blijft het overdonderend stil. Niemand bij de radio, televisie en kranten hekelt het verraad van de democratie. Inmiddels dringt Merkel haar politiek op aan de rest van Europa. Hollande is weer kandidaat en met zijn “geen sprake van extreme bezuinigingen” verslaat hij Sarkozy in mei 2012.  Tien dagen later gaat hij, zoals zijn voorganger, zijn bevelen halen in Berlijn. Hij realiseert die bezuinigingen door met Manuel Valls een beroep te doen op het beruchte artikel 49.3 van de Franse grondwet waarbij het parlement buitenspel gezet wordt. De documentaire toont Hollande die een paar jaar tevoren zegt dat 49.3 een beestigheid is, een ontkenning van de democratie. Politici hebben geen schaamtegevoel. Valls neemt ontslag als eerste minister om een mislukte gooi te doen naar de socialistische kandidatuur voor de presidentsverkiezingen van dit jaar en hij belooft hartstochtelijk artikel 49.3 af te schaffen dat hij een jaar tevoren zes keer gebruikt heeft.

De moraal van heel het verhaal is pijnlijk. Kiezers zijn playmobilpoppetjes die een pretentieuze elite mogen kiezen en daarna hun gore bek moeten houden. Ze zijn te dom om de geniale bovenhengestelden te begrijpen. In Frankrijk heeft dat bedrog het Front National nieuwe vleugels gegeven en veel linkse kiezers naar het FN gedreven. Hebben in Vlaanderen politici één seconde meer moed om hun bonzen te weerstaan, om hun democratische gezindheid te tonen? Zijn de media hier – met de belastingomroep VRT op kop – even kruiperig als in Frankrijk? De vragen stellen, is de antwoorden geven.

Jan Neckers