Het onderscheid tussen journalisten en politici is onder meer in België bijna niet te maken. Het vrolijke trio Bracke (ooit VRT), Desmet (ooit De Morgen) en Vermeersch (ooit De Standaard) heeft daar jarenlang gebruik en misbruik van gemaakt. Men is eregast op mekaars huwelijksfeest, men trekt samen op vakantie, men helpt mekaars kroost aan een plezante job, men verslijt mekaars vriendinnen, men propt zich samen met bevriende politici op feestjes vol met maatjesharing en de eerste asperges.

Dat inteeltachtige gedoe heeft een verlenging in de achtergrondgesprekken die op privéterrein of op het kantoor van de politicus, best in de latere uren, bij een glas whisky, worden gevoerd. Mag een bewindsman zijn gesprekspartner uit de pers vrij kiezen, mag hij selecteren of is hij wettelijk verplicht kond te doen met wie hij gesproken heeft over wat. Met andere woorden, kan het vertrouwelijke van veel heen en weer tussen de politicus en zijn favoriete persman de toetsing van de wet doorstaan? In België is dat niet getest. In Duitsland is er een fikse rel rond de opheffing van de vertrouwelijkheid. De vertrouwelijkheid zou strijdig zijn met de Grondwet, heeft een rechter in Berlijn geoordeeld. Bondskanselier Merkel moet dus aan het klokzeel hangen met welke journalisten zij achtergrondgesprekken voert en eveneens over wat. Straffe kost, vinden de journalisten en hun vakvereniging, en als deze beslissing gehandhaafd blijft dan is een belangrijk onderdeel van de informatievergaring van journalisten de bodem ingeboord.

Een farce

De Duitse journalistenbond noemt het oordeel een farce. Het kantoor van de kanselier, de Bundeskanzlerei, heeft hoger beroep aangetekend. Achtergrondgesprekken zijn het fijne deel van het menu van de journalist en er bestaat, in Duitsland, een dieventaaltje rond. “Unter drei” beduidt dat de afspraak tussen politicus en journalist is dat de uitgewisselde informatie uitsluitend mag gebruikt worden als achtergrond, als decor. De persman mag niet citeren of verwijzen naar zijn babbel en zeker de bron niet vernoemen. “Unter zwei” is wat ruimer: er mag geciteerd worden, maar de bron moet verhuld blijven; dus, noem niet Merkel of Schaüble, maar zeg of schrijf “in regeringskringen”, of “in politiek Berlijn klinkt het dat”, of varianten daarop. “Unter eins” is de meest heldere en eenvoudigste formule: hier mag de gesprekspartner met naam en toenaam vernoemd worden in een artikel of een televisieverslag.

In 2016 heeft Jost Müller-Neuhof, een journalist van de Berlijnse krant “Der Tagesspiegel”, de rechtbank aangesproken omdat hij zich gediscrimineerd voelt. Iedereen weet dat dergelijke gesprekken gevoerd worden, zegt hij, maar ik ben er niet bij uitgenodigd en wil weten wat aan wie verteld is bij dergelijke vertrouwelijke gedachtewisselingen. Eerst richtte hij zich tot het Kanzleramt om dat aan de weet te komen, maar daar ving hij bot. De vertrouwelijkheid is zo betonneerd dat Müller-Neuhof zelfs niet te weten kwam wie van zijn eigen dagblad op de lijst staat voor de geheimhouding van de gesprekken onder vier ogen. Der Tagesspiegel steunt de poging van zijn journalist om de wal rond de intieme gesprekken af te breken.

In het eigen dagblad argumenteerde Müller-Neuhof dat het samenspel tussen media en regering dikwijls kritiek opwekt en dat het daarbij gaat om de geloofwaardigheid van de berichtgeving. Politici zijn calculerende burgers, mensen die berekenen, inschatten wie zij door lekkere brokken toe te gooien kunnen gebruiken, soms misbruiken, om hun eigen agenda uit te voeren, hun kansen op een betere positie te metselen, hun populariteit op te pompen. Wie heeft voordeel bij wat? De journalist kan jubelen over een vette primeur en de oplage van het dagblad stimuleren, de politicus speelt drieband waarbij de persmuskiet één element is in het spel.

Gelijke behandeling van journalisten

Jost Müller-Neuhof betoogt dat de wet de overheid verplicht tot gelijke behandeling bij het verstrekken van informatie. Het standpunt van het Kanzleramt is dat gelijke behandeling strijdig is met de bescherming van de bronnen van de journalist. Slechts enkele dagen geleden is uitgekomen dat een Berlijnse bestuursrechter in december oplegde dat openbaar moet gemaakt worden met welke journalisten, waar en wanneer de bondskanselier achtergrondgesprekken voert. Niet alleen de namen dienen opgesomd te worden, ook de onderwerpen van de discussies. De inhoud van wat er over tafel gaat, mag geheim blijven. De Berlijnse magistraat verwijst in zijn beslissing naar artikel 5 van de Duitse Grondwet dat de persvrijheid vorm geeft.

Frank Uberall, voorzitter van de journalistenvakvereniging, reageerde als door een horzel gestoken. Hij vreest een daling van de kwaliteit van de informatie in de media. Nu speelt de beslissing op het niveau van de nationale regering en de kanselier, maar hij vreest dat de uitspraak een voorgaande kan zijn en zal leiden tot toepassingen voor alle politici en zelfs burgemeesters.

Kurt Ruegen