De Kamerleden Hendrik Vuye en Veerle Wouters (ex-N-VA, nu onafhankelijk) en Barbara Pas (Vlaams Belang) luiden dezer dagen de noodklok over de manifeste taalwetovertredingen in Brussel. Die blijven schering en inslag. Meer nog: niemand lijkt er zich veel van aan te trekken, want de overtredende overheden lijken wel onaantastbaar. En daar wringt het schoentje. De drie Vlaams-nationalistische Kamerleden namen dan ook wetgevende initiatieven om de toepassing van de taalwetgeving afdwingbaar te maken.

Sinds juni 2014 behandelde de Vaste Commissie voor Taaltoezicht (VCT) 100 klachten over inbreuken op de taalwetgeving door de gemeenten in het Brussels Gewest. 96 ervan waren gegrond. De meeste klachten gaan over eentalige gemeentebladen of mededelingen aan het publiek, de schrijfwijze van straatnamen, maar ook het aanwerven van personeel. Na zo’n klachten onderzoekt de VCT de kwestie door ze tegen het licht van de ‘taalwetgeving in bestuurszaken’ te houden. Als de klacht gegrond is, volgt een schrijven van de VCT naar de overtredende gemeente met het verzoek de zaak recht te zetten of de nodige maatregelen te nemen om dergelijke klachten te vermijden. En daar stokt bijna altijd het verhaal. Niemand doet verder wat en de toestanden blijven zoals ze zijn.

Minister geeft niet thuis

Wanneer de federale minister van Binnenlandse Zaken (N-VA’er Jan Jambon) hierover wordt ondervraagd, verklaart hij zich in de regel onbevoegd en schuift hij het af op de Brusselse regering. Onterecht, want de taalwetgeving in Brussel is nog altijd federale materie. En daaraan kunnen de Kamer en hijzelf iets doen: wettelijke initiatieven nemen om de afdwingbaarheid van de taalwetgeving te regelen. De drie Kamerleden staan er dan ook van te kijken dat precies een bevoegde N-VA-minister passief blijft. Bizar, want ook bij sommige N-VA’ers is de tolerantiegrens klaarblijkelijk bereikt aangaande de taalwetovertredingen in Brussel. Kamerlid Brecht Vermeulen (N-VA) stelde enkele weken geleden: “Dat een klacht als gegrond wordt beoordeeld, betekent niet dat er een administratief vervolg komt. Hierdoor wordt de taalwetgeving in Brussel dode letter. Ik pleit dan ook voor een systematische vervolging van inbreuken op de taalwetgeving.” Eindelijk, zou men denken. “Maar”, voegt hij eraan toe, “het is aan de gewesten om hier actie te ondernemen, want de minister van Binnenlandse Zaken is louter bevoegd voor de taalwet zelf, niet voor de controle hierop.” En daarin ‘vergist’ hij zich. De taalwetgeving op bestuurszaken is een wetgeving die in het federale parlement wordt gestemd en er desgevallend gewijzigd wordt. En daar kunnen de minister en bij uitbreiding de regering en de politieke meerderheid altijd initiatieven nemen. Omdat dat niet gebeurt, komt er nu een initiatief vanuit de oppositie. De drie Kamerleden (Vuye, Wouters, Pas) vinden dan ook dat de wet moet aangepast worden om de taalwetgeving afdwingbaar te maken. Vuye en Wouters volgen daarin een andere maar even waardevolle piste als Pas. We zetten hun voorstellen – die elkaar niet in de weg lopen, integendeel – even op een rijtje.

V&W: schorsingsmechanisme omkeren

Vuye en Wouters stellen vast dat in 2015 zo’n 48,6 procent van de aanstellingen van personeel door de vicegouverneur – die de naleving van de taalwetgeving in Brussel controleert -, geschorst zijn. Die schorsing kan maximaal 40 dagen duren, waarna de schorsing automatisch ongedaan wordt gemaakt, tenzij de bevoegde toezichthoudende overheid tussenbeide komt en de schorsing opheft. Maar dat blijft in de praktijk dode letter, waardoor de schorsingen worden opgeheven.

Daarom stellen zij voor de logica om te draaien en de schorsing, zoals die uitgesproken is door de vicegouverneur, na 40 dagen definitief en bindend te maken, tenzij bevoegde toezichthoudende overheid tussenbeide komt.

Duidelijke taal die in ieder geval de in gebreke gebleven overheden voor het blok zal zetten en hen tot een herziening van hun beslissing zal dwingen.

Barbara Pas: subrogatieplicht voor de VCT

Ten tijde van de Sint-Michielsakkoorden werd een mogelijkheid gecreëerd om bij weigering van Brusselse instellingen om de taalwetgeving in bestuurszaken na te leven, op te treden. In die wetgeving werd aan artikel 61 een paragraaf toegevoegd die er onder meer toe strekt subrogatierecht (in de plaatsstelling) te verlenen aan de VCT. Hierdoor beschikt de VCT sinds 1 januari 1995 in een beperkt aantal taalwetsovertredingen door Brusselse overheden over de mogelijkheid om zelf de nietigheid van onwettige handelingen of documenten vast te stellen. Tevens kan zij zich vervolgens ‘in de plaats stellen’ van de overheid die de taalwet weigert toe te passen. Concreet betekent dit dat de VCT op taalkundig gebied zelf uitvoert wat de overtredende overheid weigert te doen, en dit op kosten van deze overheid. De VCT zou bijvoorbeeld zelf in de plaats van een onwillige Brusselse overheidsdienst een document kunnen laten drukken en verspreiden, dat conform de bepalingen van de taalwet in bestuurszaken is opgesteld; zelf akten kunnen opstellen; zelf een Nederlandstalige loketbediende voor een gemeente kunnen aanwerven, die weigert dit zelf te doen, enz. De VCT kan in deze gevallen zelf optreden als een administratieve overheid, zodat haar handelingen een dwingend en bindend karakter hebben.

In geen enkel geval heeft de VCT hiervan tot nog toe gebruikgemaakt. De oorzaak hiervan moet volgens Pas in hoofdzaak worden gezocht in de communautaire en partijpolitieke samenstelling van de VCT met Vlamingen en Franstaligen, die een efficiënte en juridisch correcte werking, zoals deze in een democratische rechtsstaat mag worden verwacht, volkomen onmogelijk maakt. Teneinde de taalbelangen van de Brusselse Vlamingen veilig te stellen, komt het er in de eerste plaats op aan de werking van de VCT te versterken door het vrijblijvende karakter van sommige bepalingen te vervangen door dwingende bepalingen. Subrogatieplicht dus.

In die zin diende Barbara Pas reeds op 21 oktober 2014 een niet ingewikkeld wetsvoorstel in, waarin zij voorstelde om slechts één woord te wijzigen in de bestaande wetgeving:

Huidige tekst: Indien de betrokken overheid binnen de door de Commissie gestelde termijn de aanmaning niet in acht heeft genomen, KAN de Commissie in plaats van de in gebreke gebleven overheid alle maatregelen nemen die nodig zijn om de naleving van bepalingen van deze gecoördineerde wetten of van de koninklijke besluiten die ermee in verband staan te verzekeren.

Nieuwe tekst: Indien de betrokken overheid binnen de door de Commissie gestelde termijn de aanmaning niet in acht heeft genomen, ZAL de Commissie in plaats van de in gebreke gebleven overheid alle maatregelen nemen die nodig zijn om de naleving van bepalingen van deze gecoördineerde wetten of van de koninklijke besluiten die ermee in verband staan te verzekeren.

Historische plicht

Pas: “Als de communautaire stilstand niet doorbroken wordt en omgezet wordt in het doen zegevieren van recht en rechtvaardigheid voor de Vlaamse minderheden in Brussel en de Rand, dan heeft N-VA haar historische plicht verkwanseld voor een bord Belgische linzensoep en zullen we op dat vlak nooit nog een millimeter winst kunnen boeken. En zullen de Vlamingen in hun eigen hoofdstad als tweederangsburgers blijven behandeld worden.”

Beide voorstellen zijn goede voorstellen om de N-VA voor haar verantwoordelijkheid te plaatsen en te tonen dat het hen menens is. En in principe is er geen reden om daaraan te twijfelen, want we lezen in het N-VA-verkiezingsprogramma voor Brussel in 2014: “Om de toepassing van de taalwetgeving te garanderen, moeten inbreuken ook gesanctioneerd worden, bijvoorbeeld door de Vaste Commissie voor Taaltoezicht die dus beslissingsbevoegdheid dient te krijgen. Bij het niet tijdig intrekken of rechtzetten van een administratieve beslissing die om taalredenen is geschorst, mag deze schorsing niet meer zonder gevolg blijven. Na de schorsing wordt de beslissing automatisch vernietigd indien de fout niet werd rechtgezet. Een bestuur dat de taalwetgeving blijft negeren, moet ook tot dwangsommen veroordeeld kunnen worden.” Objectief gezien bevinden Vuye, Wouters en Pas zich in goed gezelschap, want daarin zitten toch beide voorstellen vervat?! En met de dwangsommen gaat de partij zelfs nog een stap verder.

Het is nu wachten op behandeling ervan door de Kamer. Het zou alvast een bijzondere primeur zijn, mochten de drie Kamerleden elkaars voorstel openlijk steunen! Velen in de Vlaamse Beweging wachten al jaren op een kleine, maar gewaardeerde stap van Vlaams-nationale eensgezindheid. En mocht de N-VA vanuit haar machtspositie nu ook nog doen wat moet gedaan worden overeenkomstig haar verkiezingsprogramma, dan schrijft die partij zonder meer geschiedenis. Er zal applaus opstijgen op álle Vlaams-nationale banken.

Karl Van Camp