Hopelijk geen zeurpiet

Mijnheer de directeur,

Nadat uw voorganger een aantal keren bruut en onbeholpen als een olifant door de porseleinwinkel denderde, en nu in alle stilte uitwijkt naar het Integratiepact – wat dat ook mag betekenen -, moogt gij hem komen opvolgen in het Minderhedenforum, een mengelmoes van etnisch-culturele minderheden en geëngageerde welzijnswerkers, dat zich tot doel stelt: ‘niveaus informeren, overtuigen en impact op het beleid verwerven, op weg naar een open, democratische en solidaire samenleving.’ Dat is niet niks en het staat, zoals gewoonlijk in die kringen, stijf van nietszeggende en allesomvattende wolligheid. Het is geweten dat uw Minderhedenforum een progressieve en derhalve flink gesubsidieerde instantie is die zo’n 15 jaar geleden ontstond, toen links nog mee de lakens uitdeelde en er, buiten het Vlaams Belang, zo goed als niemand was die daar hardop zelfs maar een minimum aan kritische bedenkingen bij durfde maken. De sacrosancte politieke correctheid werd nog niet zo belaagd als vandaag de dag.

Dat dat ondertussen wél zo is, mocht uw voorganger net voor zijn snelle aftocht in december vorig jaar aan den lijve ondervinden, toen hij zich – en meteen ook uw organisatie – hopeloos belachelijk maakte in de onzalige en onredelijke zwartepietenpolemiek. Als nooit voorheen kreeg een organisatie – de uwe – de hoon van een flink deel van de bevolking over zich heen. Velen daarvan deden dat niet omdat ze politiek, laat staan partijpolitiek, geïnspireerd waren, maar gewoon omdat het hun gezond verstand vér te boven ging en het jaarlijkse kinderfeest werd verpest door beroepsgediscrimineerden en beroepsagitatoren. Om enige geloofwaardigheid terug te winnen, was het meer dan dringend nodig dat zeurpiet Wouter van Bellingen zijn boeltje pakte.

En nu is ’t gebeurd: gij zijt aangetreden en gij legt uw eerste verklaringen af. Eentje daarvan vind ik bijzonder interessant: “Door oog te hebben voor wat ons bindt en tegelijk respect te hebben voor elkaars verschillen, kunnen we komen tot een inclusieve maatschappij. Ik koester onze superdiverse maatschappij, en wil streven naar een correcte beeldvorming van personen met een migratieachtergrond. Want de manier waarop we naar elkaar kijken bepaalt onze realiteit.” Houd u vast, zet u neer, of trek je veiligheidsgordel aan voor wat ik nu ga zeggen, want gij gaat dat van mij niet verwachten: ik kan een eind meegaan in dat verhaal. Ademt gij nog? Is uw bloeddruk onder controle en is het uitgebarsten zweet al aan het afkoelen? Ik hoop het.

Met wat gij zegt, is absoluut niks mis. Maar – en dan word ik toch wat kritisch – laten we wel wezen: het moet van twee kanten komen. Daarmee wil ik zeggen dat de etnisch-culturele minderheden ook ónze verschillen, tradities en gewoonten moeten leren respecteren, en die in een juist daglicht moeten stellen. Mocht gij erin slagen uw gezellen mee op dat spoor te krijgen, zodat er wederzijds respect en begrip kan ontstaan, dan denk ik dat al een groot deel van uw bevlogen missie zal geslaagd zijn.

Overigens, ik hoop dat gij van mij wilt aannemen dat de minderheden in ons land in een ongelooflijke luxepositie zitten en bevoordeeld zijn tegenover veel landen vanwaar tal van hier wonende minderheden afkomstig zijn. Daar zijn immers geen integratiecentra en minderhedenfora. In flink wat van die landen worden zelfs geen minderheden geduld. Misschien is het goed dat tijdens uw werkzaamheden in het achterhoofd te houden. Jullie krijgen hier dus heel veel kansen. Het enige dat wij vragen, is dat ook wij gerespecteerd worden en dat onze onschuldige tradities niet onder druk gezet worden door een geveinsd antiracistisch discours dat alleen maar tot doel heeft aan platte politiek te doen en te spuwen in de milde hand die weldoend wil voeden. Dat kan toch niet veel gevraagd zijn?!

Zijn wij akkoord? Dan ben ik zeker dat gij geen zeurpiet zult zijn. Dan kunnen wij op een normale manier met elkaar praten en elkaar respecteren. Ik heb daar alvast geen moeite mee.

’t Pallieterke