Onderbelicht in het politieke getouwtrek rond de luchthaven van Zaventem en de Brusselse geluidsnormen, is de rol die de Vlaams-Brusselse excellenties spelen. Dat een telefoontje van de Melsen- en de Wetstraat nodig was om er twee te ‘activeren’, is veelzeggend voor het deplorabele niveau waarop we beland zijn.

Laten we beginnen met een – excuseer – sociologische vaststelling. Nog steeds hanteert men de term ‘Brusselse Vlaming’, een begrip dat steeds minder met de realiteit overeenstemt. Het was ooit anders, maar tijden veranderen. Ook de stad en zijn bevolking. De bekende uitspraak van Lode Craeybeckx over Antwerpen dat Brussel niet loslaat, is inmiddels al 63 jaar oud…

Heel wat Vlamingen verlieten Brussel, en daartegenover staat een numeriek zwakkere inwijking. Interessanter is misschien de gewijzigde – en daar gaan we weer – sociologie van die bevolkingsgroep die zich liever als Vlaamse Brusselaar of Nederlandstalige Brusselaar omschrijft. Doorheen de jaren kwam de klemtoon steeds meer op Brussel te liggen en hoe beperkter de link met Vlaanderen, hoe beter. Automatisch ontwaart men deze verschuiving ook in de genereuze politieke vertegenwoordiging van de Brusselse Vlamingen. Enkele jaren geleden voerden bij wijze van grap de drie Vlaams-Brusselse excellenties (Guy Vanhengel, nog steeds op post, Robert Delathouwer en de inmiddels overleden Jos Chabert) een toneelstukje op in het sappig Brussels dat ze alle drie beheersten. Vandaag zou enkel Vanhengel dit nog kunnen. Bianca Debaets komt uit het Meetjesland, Pascal Smet uit het Waasland. Begrijp ons niet verkeerd: het voorgaande is beslist geen chauvinistische reflex van de autochtoon tegen ‘aangespoelden’, zoals men aan de kust zegt. Ook de oude garde ergerde ons mateloos, maar die had wel de verdienste het belang van die band tussen de Brusselse Vlamingen en het Vlaamse hinterland te begrijpen.

“Gezond verstand”

Voorgaande vaststelling overstijgt het theoretische. Bekijken we de luchthavenrel van de voorbije weken eens tegen deze achtergrond. Staatssecretaris Bianca Debaets (CD&V) heeft de gave om in haar voorgekauwde prietpraat ook eens iets pertinents te zeggen, toevallig of per ongeluk. “Dit is geen dossier van Vlaanderen versus Brussel”, stelt ze. Haar collega en partijgenoot Joris Poschet tweet dan weer dat het om een Vlaams-Brusselse tegenstelling gaat, maar soit. Debaets heeft overschot van gelijk. De tegenstelling draait om politieke profilering en is voor het overige zo nep als maar zijn kan. Maar dan komt het: “Met goede wil en gezond verstand komt men al een heel eind.” Goed gezegd, Bianca! Maar heeft ze dat gezond verstand? En vooral, heeft ze die goede wil ook op de ministerraad bepleit?

Nationaal ingrijpen

Onherroepelijk ging het Brussels Gewest een nultolerantie invoeren op de overtreding van de geluidsnormen door de overvliegende vliegtuigen. Bevoegdheidsconflict? Foert, zeggen ze! Zonder meer een uiting van “goede wil”. En dan komt er plots toch weer wat respijt: wel boetes, voorlopig geen inning. Uit een reconstructie van De Tijd vernemen we dat een ingrijpen van Rutten en Beke nodig was, de partijvoorzitters van Vanhengel en Debaets dus. Pas nadat zij op hun verantwoordelijkheden werden gewezen, stuurde de Brusselse regering haar standpunt bij.

Bij de oprichting van het Brussels Gewest predikten de apologen dat nooit tegen Vlaanderen bestuurd kon worden. Theoretisch was dat ook zo. En al is de dubbele meerderheid inmiddels de facto afgeschaft, toch zou een consequente Vlaamse houding het Brussels boeltje probleemloos kunnen tegenhouden. Aan het institutionele kader met dito instrumenten zit echter één zwak kantje: de mensen, in casu de politici…

KNIN