De Waalse storm rond Publifin gaat maar niet liggen. Nu worden toplui als Stéphane Moreau en André Gilles zelfs openlijk beschuldigd van criminele feiten. En dat alles omdat in het onooglijke Olne, in het land van Herve, cdH-gemeenteraadslid Cédric Halin de nepvergaderingen van Publifin aanklaagde. De klokkenluider is ondertussen teruggekeerd naar een discreter leven.

In Wallonië slaakten vele politici de voorbije weken een zucht van opluchting. Nadat de Waalse politieke partijen, de PS voorop, een storm van verwijten over zich kregen omwille van dikbetaalde nepvergaderingen bij intercommunale Publifin, waaide de storm over naar Vlaanderen. Figuren als Kamervoorzitter Siegfried Bracke (N-VA) en een aantal paarse mandatarissen uit het Gentse werden kop van Jut. Niemand had het nog over ‘de Waalse maffia’. Maar de onderzoekscommissie in het Waals Parlement heeft de aandacht opnieuw naar de Luikse graaicultuur verschoven. Eerst waren de toplui Stéphane Moreau en André Gilles blijkbaar te ziek om te komen getuigen. Daarna kwamen ze wel opdagen en wasten hun handen in onschuld. Ze ontkenden ook de verhalen als zouden ze allerlei bezwarende documenten inderhaast vernietigd hebben, wat wijst op een misdrijf.

Iemand die dezer dagen in zijn vuistje moet lachen, is Cédric Halin. De man ligt aan de basis van het Publifin-schandaal. En hij dacht aanvankelijk niet dat het zo’n omvang zou krijgen. Half december maakte Halin op de gemeenteraad van Olne bekend dat de bestuursleden van Publifin voor nepvergaderingen royale emolumenten opstreken. Olne is een dorpje in het Land van Herve, in de provincie Luik, met amper 3.500 inwoners. Halin, een cdH’er, opende hiermee de doos van Pandora.

Zijn werk als gemeenteraadslid en later schepen van Financiën is voor de Luikenaar een aangename bijverdienste. Sinds 2010 is hij auditeur bij het Rekenhof en weldra gaat hij aan de slag als inspecteur op de FOD Financiën. “De staat is mijn enige religie”, zegt de voormalige medewerker van Joëlle Milquet toen zij nog minister van Werk was (2009-2010). Halin ziet eruit als een schoolmeester. Saaie kledij, een ringbaard,… En hij houdt van discretie. Niemand weet wat zijn privéleven inhoudt, wat zijn hobby’s zijn, tenzij het analyseren van begrotingen en jaarverslagen. Van iemand die een schandaal als dat van Publifin uitbrengt, zou men kunnen verwachten dat hij het direct tot bekende Waal – Wallon connu – schopt. Niets van. Halin blijft, na een paar portretten in de Franstalige pers, liever op de achtergrond. Hij vindt dat hij zijn werk als mandataris gedaan heeft. In zijn weinige interviews toont hij medelijden noch leedvermaak voor de gevolgen van zijn rol als klokkenluider.

Ook al heeft met Paul Furlan toch een Waalse PS-minister ontslag moeten nemen, onrechtstreeks door de aanklachten van Halin. De klokkenluider is van oordeel dat de crisis een catharsis kan zijn. En dat de politieke mandatarissen hun bestuursmandaten voortaan met de nodige ernst zullen uitoefenen.

Niet iedereen heeft het zo begrepen. Van bedreigingen zegt Halin niets. Nochtans had een Waalse politicoloog die de graaicultuur aanklaagde gezegd dat hij zich niet meer zou laten zien op de parking in Luik waar André Cools in 1991 werd vermoord. Het is wel zo dat Halin aan de zaak niet enkel vrienden heeft overgehouden. Ook binnen de eigen partij cdH zijn er verschillende verantwoordelijken die vinden dat de 36-jarige man uit Olne moet vertrekken. Een nestbevuiler wordt hij genoemd, want ook tal van cdH’er zaten aan de vetpotten. Maar partijvoorzitter Benoît Lutgen heeft hem de hand boven het hoofd gehouden. Dat is voldoende voor Halin. In elk geval weet hij dat hogere politieke ambities dan het lokale niveau niet echt realistisch zijn. Ze toeven in Wallonië nog niet in de tijd van de Grieken toen boodschappers van slecht nieuws ter dood werden gebracht, maar het scheelt niet veel.

Picard