Vorige week woensdag rondde de Amerikaanse beursindex Dow Jones voor het eerst de kaap van 21.000 punten. Het vertrouwen in de beleidsplannen van Trump is groot. Drie projecten staan in de steigers: grote infrastructuurwerken plus belastingverlagingen, het teruglokken van Amerikaanse productiesites naar de VS en het repatriëren van miljardenwinsten die Amerikaanse multinationals in het buitenland boeken.

Na de toespraak van Donald Trump vorige week voor het Congres was het weer van dat. Op de financiële markten kon de pret niet op. De Dow Jones haalde meer dan 21.000 punten. De brede S&P 500-index steeg met 0,8 procent naar 2.383 punten. De technologie-index Nasdaq noteerde eveneens een plus, van 0,8 procent op 5.872 punten.

En zeggen dat tal van economen de voorbije maanden grote financiële rampen hadden voorspeld van zodra de miljardair verkozen zou worden. Niet dus. Het enthousiasme op de beurs heeft drie oorzaken. Die worden in de Europese media al te weinig vermeld. Ten eerste is er het plan om grote infrastructuurwerken op te starten. Er is sprake van 1.000 miljard dollar aan investeringen. Die de VS goed kunnen gebruiken, want vooral in voormalige industriegebieden is de toestand van onder andere de autosnelwegen lamentabel. Door die werken zal de economische groei toenemen. Daardoor zal ook de tewerkstelling stijgen. Sommige economen vinden dat belachelijk omdat de werkloosheid in de VS met goed 4 procent al zeer laag is. Maar het gaat hier om de officiële werkloosheid. Daarnaast is er over de grote plas ook veel verborgen werkloosheid. Tal van Amerikanen bieden zich gewoon niet meer aan op de arbeidsmarkt. Ze verdwijnen uit de statistieken. Het is dat electoraat dat op Donald Trump heeft gestemd. Infrastructuurwerken moeten die mensen opnieuw in het arbeidscircuit trekken.

Indien de groei aantrekt, zullen er meer overheidsinkomsten binnenkomen en dan kan de regering-Trump de belastingen verlagen. Ook dat vinden de beurzen goed nieuws. Een sterke economische groei trekt ook investeerders aan. Dat is het tweede plan van Trump: bedrijven moeten opnieuw vestigingen openen in de VS. Het past in zijn soft-protectionistische aanpak van ‘Made in America’. Wie met Vlaamse ondernemers praat die in de VS actief zijn, hoort vaak positieve verhalen over Trumps plannen: “We hebben een paar fabrieken in de VS. Dat is in de huidige omstandigheden een goede zaak. En als Trump handelsbarrières wil optrekken, dan openen we gewoon een vestiging in de VS.” De Verenigde Staten zijn zo’n grote lokale markt dat daar altijd wel iets te rapen valt voor bedrijven die er investeren. En binnen de VS zijn er geen handelsmuren.

Maar wat dan met het protectionisme? Tonen onderzoeken niet aan dat handelsbarrières een bedreiging zijn voor de welvaart? Dat klopt. Maar het zou unfair zijn Donald Trump de schuld te geven voor die protectionistische opstoten.  Die trend is al een tijdje bezig. De Wereldhandelsorganisatie telde in 2010 zo’n 464 handelsbeperkende maatregelen. In oktober zijn die opgelopen tot 2.238. Er was nog voor de verkiezing van Trump een duidelijke trend richting protectionisme.

De derde maatregel die in de steigers staat en de Amerikaanse economie moet helpen, is redelijk spectaculair. Het zou de bedoeling zijn miljarden aan buitenlandse winsten naar de VS te lokken en ze daar in de economie te pompen. Dat zit zo: Amerikaanse bedrijven die Europa winst maken houden die winsten in hun Europese vennootschappen. Meestal in Ierland of Luxemburg. Ze moeten daar zeer weinig belastingen op betalen. Als ze dat geld naar de hoofdzetel in de VS doorsluizen moeten ze 35 procent vennootschapsbelasting ophoesten.  Trump wil dat geld toch naar de VS repatriëren. Het lokmiddel?  Een tijdelijk gunstig tarief van 10 procent. Als de Amerikaanse multinationals toehappen zou dat betekenen dat een gigantische 2600 miljard dollar naar de VS vloeien. Dat is zes (6!) keer de Belgische economie. De economische groei-impuls van deze operatie kan moeilijk overschat worden.

Angélique Vanderstraeten