De Tsjechische componist Leoš Janáček raakte geboeid door een beeldverhaal in zijn krant te Brno. De avonturen van een sluw (teef)vosje inspireerden hem tot een libretto over een tienermeisje in volle generatieconflict. Hij confronteerde daarbij de wereld van de dieren en die van de mensen in een naturalistische sprookjessfeer.

Zoals het vosje haar weg zoekt in de dierenwereld, zo komt de tiener in de wereld van de volwassen. Ze ontmoet de boswachter of opzichter, de onderwijzer en de pastoor, en het zijn niet altijd de beste ervaringen. Ze wil zich uitleven in volle natuur met de vele vrienden liefst ver van de volwassen belagers. Het is een levenslustig optornen tegen de harde realiteit. Het sprookje loopt ook slecht af. Zoals het vosje gedood wordt, wordt het meisje slachtoffer van een verdwaalde kogel. Dit operaverhaal sloeg ook niet zo gemakkelijk aan. Na de Duitse première in Mainz moesten hier de voorstellingen bijna onmiddellijk afgevoerd worden. In Brno was het iets beter afgelopen.

Peter de Caluwe vond de versie uit 1924 wel geschikt voor het Muntpaleis en deed voor de regie een beroep op de polyvalente Christophe Coppens. Deze Brusselse hoedenontwerper, modepromotor maar ook theaterman krijgt hier zijn eerste operakans. Door zijn brede artistieke mogelijkheden kreeg Coppens naast de regie ook de verantwoordelijkheid voor de kostuums en de scenografie.  Hij creëerde ook de nieuwe titel “Foxie”, in plaats van “Het sluwe vosje” in het Moravisch van Janáček. De componist had zich ook muzikaal vastgepind op de Moravische volksmuziek, hoewel bewondering voor westerse componisten zoals Debussy duidelijk hoorbaar blijft. Dat de muziek van Janáček modern en zelfs filmisch klinkt, is onbetwistbaar. Janáček is een hoogstaand en boeiend componist, wat deze opera nog genietbaar maakt. Minder geslaagd is de verwarde regie van Coppens. Hij heeft de grote scène als loods ingedeeld in een speelse ruimte voor de jeugd, een stroef cafetaria voor de volwassenen en een bureau voor de opzichter, maar het geheel verloopt vaak chaotisch en is moeilijk te volgen. Coppens zou met de geluidsregie wel rekening gehouden hebben met storende buitengeluiden in de tent. De verwarde klanken op het brede podium worden vocaal en orkestraal goed opgevangen in de muziek van Janáček, hier stevig geleid door de Frans-Italiaanse dirigent A. Manacorda.

FDC