Ik was ongeveer tien jaar oud toen ik hoorde van Wembley, de Engelse voetbaltempel waar elk jaar de finale van de felbegeerde FA-cup werd gespeeld. Die wedstrijd werd rechtstreeks uitgezonden op tv, in ‘t begin nog in zwart-wit. Het commentaar werd gegeven door Rik Desaedeleer, dat was al een feest op zich. Rik hield van het Engelse voetbal, dat hoorde men.

De uitzending begon een uur vroeger dan de match. Dat was uitzonderlijk voor die tijd. Het stadion zat natuurlijk al afgeladen vol. Gedurende een uur werden alle populaire Engelse liedjes erdoor gesleurd. Een hoogtepunt van het evenement was het betreden van het veld, zij aan zij, door beide ploegen. Ze kwamen uit een lange tunnel op de voet gevolgd door een camera van de BBC, die alles piekfijn in beeld bracht. Dat was zeker uitzonderlijk voor die tijd! Na het groeten van de spelers door iemand van het Koninklijk Huis, met een beetje geluk was het de Queen zelf, kwam de climax van heel het gebeuren. Iedereen, maar dan ook iedereen, honderdduizend supporters, zong ‘God save te Queen’. Ik kreeg er kippenvel van. Nochtans ben ik zeker geen fan van de monarchie.

Geen Wembley, wel het Parc des Princes

Ooit op Wembley spelen was een droom van mij, maar helaas… Ik ben dan ook jaloers op de spelers van AA Gent. Op donderdag 22 februari 2017 was het zover. Ik was er niet gerust in! De Buffalo’s zagen bij momenten sterretjes, maar ze knokten zich er doorheen. Het werd 2-2. AA Gent flikkerde Tottenham Hotspurs uit Europa en dan nog op de heilige grasmat van ‘Wembley’. Geschiedenis is geschreven!

Een stadion waar ik een sterke band mee heb, is het Prinsenpark in Parijs. Bij de laatste wedstrijd die in het oude ‘Parc des Princes’ werd gespeeld, was ik van de partij. Het was een interland voor UEFA-junioren, tegen Frankrijk. Het stadion was helemaal volgelopen, hoofdzakelijk met schoolkinderen. Na de match ging het bouwvallige stadion met de grond gelijkgemaakt worden, om plaats te maken voor een prachtig nieuw voetbalcomplex. Het was 1967, en we verloren met 2-1.

In 1978, elf jaar later, speelde ik met Anderlecht de finale van de Beker der Bekerwinnaars in het nieuwe Prinsenpark, tegen Austria Wenen. We wonnen met 4-0 en ik scoorde twee keer, een onvergetelijke belevenis.

Als ik nu toch moest kiezen tussen die twee voetbaltempels, dan zou ik opteren voor het Prinsenpark. Ik moet eerlijk zijn, ik heb er nooit verloren, ook niet tegen Vasco Da Gama, de toenmalige kampioen van Brazilië, die we klopten met strafschoppen in de finale van het tornooi van Parijs. Een pluspunt voor Parijs is zijn nachtleven, niet te versmaden na een match. Londen ken ik niet, en ik ben niet bereid risico’s te nemen…

Gille van Binst