Ondertussen in het moedige midden

De stemming op het CD&V-hoofdkwartier is wat bedrukt dezer dagen. Peiling na peiling zakt de partij wat dieper weg in het geheugen van de kiezer. “Enerzijds begrijp ik er niets van dat de kiezer ons de rug toekeert”, besluit Wouter Beke midden zijn ministers, “maar anderzijds kunnen we niet ontkennen dat ze niet geheel ongelijk hebben.” De excellenties knikten begrijpend en toch verontwaardigd. Aan het discours van de voorzitter ligt het alvast niet.

Alle ministers? Nee, eentje zit helemaal achterin zijn hoofd tegen de muur te slaan. Het is de ‘vergeten excellentie’ Pieter De Crem. Een man die geroemd wordt om zijn enerzijdse standpunten, maar het anderzijds totaal laat afweten. Meteen de reden waarom hij een legislatuur lang op reis werd gestuurd om België te vertegenwoordigen in het buitenland als de koning het te druk heeft met in zijn tuin te werken.

“We moeten een boude stelling innemen? Iemand tegen de schenen stampen!”, schreeuwt De Crem door de kleine vergaderzaal, “Ergens voor staan! De mensen tegenspreken of naar de mond praten. Het kan me eigenlijk niet schelen. Maar iets. Laat ons iets lanceren? Iets doen.” Pieter laat zich op zijn knieën vallen en strekt zijn handen wanhopig uit naar de hemel. Het concept ‘iets’ lijkt het gezelschap wel te smaken. Met ‘iets’ kan je alle richtingen uit.

“Ik heb iets”, wipt Hilde Crevits op. Ze is ietwat geschrokken van haar eigen enthousiasme en besluit meteen om het nooit meer te doen. Het levert haar onmiddellijk bewonderende blikken van de collega’s op. “Proficiat Hilde”, vat Wouter Beke de bewondering samen, “we hebben meer mensen als jij nodig in het moedige midden. Ik denk dat we met dat ‘iets’ van u definitief een nieuwe richting zijn uitgeslagen. Dit is een zeer vruchtbare vergadering geweest.” Zoveel lof doet de Torhoutse sterkhouder wel wat.

“Zal ik vertellen wat mijn iets is?”, bloost ze nu. Duidelijk voortbouwend op haar succes. Excellentie Kris Peeters vindt het zo wel welletjes. Hij grijpt in. “Ik begrijp deze golf van enthousiasme, beste vrienden. Ik voel ze zelf ook in mij bruisen. Maar anderzijds voel ik de verantwoordelijkheid die hiermee gepaard gaat. Nu meteen op deze vergadering het ‘iets’ van Hilde nog verder onder onderbouwen, is niet wijs. We moeten temporiseren.” “Het is ronduit roekeloos”, voegt Jo Vandeurzen er aan toe, “Ik weiger mee te stappen in de waan van de dag.”

‘Iets’ met allochtonen

En toch. Moeilijke tijden vragen harde maatregelen. Hilde stelt haar ‘iets’ voor, ongeacht de gevolgen. “Ik ga allochtone ouders aanmanen om meer bezig te zijn met het schoolleven van hun kinderen. Ze scoren veel te laag op de schoolbanken. Meer betrokkenheid van de ouders zal tot betere schoolresultaten leiden.” Er volgt een doodse stilte die al snel wat ongemakkelijk wordt. Hilde kijkt verwachtingsvol om zich heen. “Zeer goed”, breekt voorzitter Beke de stilte, “En dan?”

“Dat is het!”, kraait Hilde. “Maar wat is de anderzijds dan?”, wil Geens weten, die zeer zenuwachtig op zijn stoel begint te schuiven. “Geen anderzijds!”, stelt de minister van Onderwijs, “Er is geen anderzijds.” Peeters vindt het meteen onaanvaardbaar. Of toch minstens moeilijk aanvaardbaar, al begrijpt hij wel waar Hilde naar toe wilt. Enigszins. Geens en Vandeurzen hebben het lokaal verlaten uit pure stress en Schauvliege wil er enerzijds een boompje over opzetten, maar heeft anderzijds genoeg van boompjes. De Crem danst een wilde samba op de tafel. “We doen het”, hakt Beke de knoop door, “Wij gaan resoluut voor een mening.”

Die avond prijst Wouter Beke in Terzake de mening van zijn minister van onderwijs, maar vindt ze anderzijds niet voor herhaling vatbaar.