Bakt de regering-Michel er nog wat van de komende maanden, ja het komende jaar? Niemand verwacht het. Iedereen heeft er zich al bij neergelegd dat de begroting op orde krijgen uitgesloten is. En de beloofde hervorming van de vennootschapsbelasting komt er niet dit jaar en wellicht ook niet in 2018. Misschien toch die federale verkiezingen vervroegen en laten samenvallen met de lokale stembusslag van 14 oktober 2018?

Het was een teken van machteloosheid. In verschillende kranten gaf minister van Financiën Johan van Overtveldt (N-VA) vorig weekend een uitgebreid interview. Vaak een pagina groot. Maar eigenlijk met slechts één boodschap: de hervorming – lees de verlaging – van de vennootschapsbelasting moet er dringend komen. Want anders kost dat jobs. Even was weer de econoom en oud-journalist Van Overtveldt aan het woord: het tarief vennootschapsbelasting (de belasting op bedrijfswinsten) is in België met 33,99 procent te hoog. Zelfs als we er allerlei fiscale voordelen van aftrekken bedraagt het reële tarief goed 27 procent. Dat is meer dan het Europees gemiddelde van 25 procent. Bovendien zijn de andere EU-landen volop bezig hun tarieven te verlagen. Een klassieke manier om multinationale ondernemingen te lokken. Volgens Van Overtveldt moet dat tarief ook in België omlaag, anders laten grote bedrijven voor hun investeringen steden als Antwerpen of Brussel links liggen. En lopen we dus nieuwe banen mis.

Een economische analyse die staat als een huis. Maar wat een econoom wil, is daarmee nog geen politieke wet. Federaal coalitiepartner CD&V zit sinds vorige herfst in de politieke loopgraven: een lagere vennootschapsbelasting komt er enkel als ook hogere of nieuwe belastingen worden opgelegd. Een meerwaardetaks op aandelen bijvoorbeeld. De CD&V wil haar linkse achterban paaien met het argument dat bedrijven al genoeg geschenken hebben gekregen. Maar zo’n meerwaardetaks is onbespreekbaar voor N-VA en Open Vld. Premier Charles Michel (MR) heeft dan maar het dossier naar zich toegetrokken. Vraag is of hij voor een oplossing kan zorgen. In een interview met L’Echo vorig weekend liet hij al blijken er niet echt in te geloven. De kans is reëel dat de hervorming van de vennootschapsbelasting er dit jaar niet komt. En wellicht ook in 2018 niet. De CD&V zal op de rem blijven staan omdat ze de N-VA die trofee niet gunt. Een belangrijk dossier verdwijnt daarmee in de ijskast. Het bevestigt het vermoeden dat de regering-Michel mentaal al in lopende zaken is.

De begroting of fluiten in het donker

Met de begroting is het niet anders. Vanuit de Wetstraat wordt de indruk gewekt dat de regering goed bezig is. Er moet bij de begrotingscontrole net voor de paasvakantie slechts 300 miljoen euro worden gevonden. En er is een buffer van 700 miljoen euro. “Wat is het probleem?”, hoor je bij de regeringspartijen. Het probleem is dat deze regering fluit in het donker. Want de toestand van de overheidsfinanciën blijft zeer verontrustend. Dat er nu niet zwaar moet worden bespaard, is het resultaat van het uitstelgedrag van de regering-Michel. Momenteel gaat men ervan uit dat het begrotingstekort in 2017 -1,7 procent van het bbp zal bedragen. Een jaar geleden was de doelstelling af te klokken op -1,4 procent. En in 2015 was er sprake van een begrotingstekort van -1 procent in 2017 om in 2018 een begroting in evenwicht te hebben. Michel beweert dat het nog kan, maar niemand gelooft hem.

Verkiezingen op 14 oktober 2018?

Als er geen hervormde vennootschapsbelasting komt en ook geen sanering van de begroting, dan kunnen we ons terecht de vraag stellen of het met deze regering nog zin heeft door te gaan tot het voorjaar van 2019. Waarom de federale verkiezingen niet laten samenvallen met de gemeente- en provincieraadsverkiezingen van 14 oktober 2018? Dan wordt de periode van de facto lopende zaken toch wat ingekort. De kans dat dit gebeurt is echter klein. De regering-Michel zal blijven aanmodderen tot in 2019. Daar zijn verschillende redenen voor. Ten eerste doen de regeringspartijen het in de peilingen niet zo goed. Verkiezingen vervroegen wordt pas realistisch als die trend gekeerd is.

Maar vooral: de lokale verkiezingen worden voor veel partijen gezien als een opstap naar de stembusslag van 2019. Kiezers houden van winnaars en wie als eerste uit de lokale verkiezingen van 2018 komt, zal kunnen meesurfen op de ‘flow’ van die zege. N-VA hoopt dat op die zondagavond 14 oktober een groot deel van Vlaanderen geel kleurt. Die overwinning moet een goed half jaar later dan verzilverd worden. Eigenlijk rekent CD&V op hetzelfde, steunend op de lokale verankering. En de MR van Charles Michel telt in Wallonië nu al meer burgemeesters dan de PS, met dank aan de vele landelijke gemeenten. Dat herhalen in 2018 kan een voorbode zijn op succes in 2019.

Dus blijft het plan de verkiezingskalender niet te bruuskeren. Trouwens, men stelt zich in de partijhoofdkwartieren nu al de vraag met welke trofeeën men in 2019 naar de kiezer kan stappen. De thema’s liggen naar verluidt al klaar bij de Vlaamse partijen. De Open Vld hoopt dat de jobgroei aanhoudt en wil daarmee uitpakken. Ook de N-VA denkt daaraan, maar wil toch ook op een ander paard wedden: veiligheid. Want als de economie in 2018 in een recessie terechtkomt, dan is van de ‘job-bonus’ geen sprake meer.

‘t Pallieterke